Universiteit Leiden

nl en

Internationale megastudie van hersenveranderingen bij sociale angststoornis

In een mega-analyse scheppen Leidse onderzoekers helderheid in tegenstrijdige resultaten van onderzoek naar sociale angststoornis. Hun internationale studie laat zien dat het voor betrouwbare onderzoeksresultaten van belang is om zo groot mogelijke onderzoeksgroepen te bekijken. Publicatie in NeuroImage:Clinical.

Patiënten met een sociale angststoornis zijn extreem bang voor een negatieve beoordeling door anderen. Als het enigszins mogelijk is vermijden zij sociale situaties dan ook. Dit heeft een grote impact op hun leven. Over de veranderingen in het brein die aan deze extreme angst ten grondslag liggen is nog veel onduidelijk. Eerdere onderzoeken naar afwijkingen in de structuur van de hersenen lieten tegenstrijdige resultaten zien. Daarom hebben Janna Marie Bas-Hoogendam en Henk van Steenbergen van de Universiteit Leiden samen met Nic van der Wee van het Leids Universitair Medisch Centrum een groot aantal MRI-scans van sociale angstpatiënten verzameld en geanalyseerd, in een internationaal samenwerkingsproject. 

Inkomende sociale signalen in het brein van sociaal-angstige personen

Bas-Hoogendam vertelt: 'In de mega-analyse vergeleken we de hoeveelheid grijze stof in het brein van patiënten met die van gezonde controles. De resultaten lieten zien dat sociale angstpatiënten meer grijze stof hebben in een diepergelegen deel van de hersenen, de zogenaamde basale kernen. Deze verandering was gerelateerd aan de hoeveelheid symptomen die patiënten rapporteerden: in patiënten die aangaven het meest last te hebben van hun sociale angst was deze structuur het meest veranderd ten opzichte van gezonde controles. Mogelijk heeft deze verandering in structuur te maken met de manier waarop het brein van sociaal-angstige personen inkomende sociale signalen verwerkt, maar om dat vast te stellen is meer onderzoek nodig, bijvoorbeeld met behulp van functionele (f)MRI.'

Vals-positieve resultaten

Van Steenbergen vult aan: 'Verrassend genoeg vonden we geen structurele veranderingen in een aantal hersengebieden die in andere studies wél gevonden werden. We denken dat dit komt doordat de eerdere studies relatief kleine groepen patiënten onderzochten. Dit kan leiden tot vals-positieve resultaten, die moeilijk te repliceren zijn. Ook andere onderzoeksmethoden en verschillen tussen patiënten-groepen kunnen hieraan bijdragen.'

Zo groot mogelijke onderzoeksgroepen bekijken

Volgens de onderzoekers laat deze studie dan ook zien dat het voor betrouwbare onderzoeksresultaten van belang is om zo groot mogelijke onderzoeksgroepen te bekijken. Een nieuw project staat daarvoor al op de planning. Bas-Hoogendam: 'We zetten het onderzoek naar hersenveranderingen in sociale angststoornis voort in het kader van het ENIGMA-project. ENIGMA staat voor ‘Enhancing Neuro Imaging Genetics through Meta-Analysis'.'

100 onderzoekers over de hele wereld

'Het project heeft als doel om meer inzicht te krijgen in de structuur en de functie van de hersenen, zowel in gezonde personen als in patiënten met een aandoening van het brein. Binnen ENIGMA zijn we een werkgroep gestart die zich richt op angststoornissen. We zijn heel blij dat zich al meer dan 100 onderzoekers van over de hele wereld hebben aangemeld om mee te doen aan ons project. De analyses gaan binnenkort van start, en we hopen dat we hierdoor meer inzicht verwerven in de hersenveranderingen die ten grondslag liggen aan extreme angst.'

De scans zijn afkomstig uit vijf landen: Nederland, Duitsland, Zweden, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. In totaal bevat de database hersenscans van 174 patiënten met een sociale angststoornis en 214 gezonde controle personen. Daarmee is dit het grootste sample sociale angstpatiënten dat tot op heden onderzocht is. De resultaten van deze mega-analyse zijn onlangs gepubliceerd in het blad NeuroImage:Clinical.