Universiteit Leiden

nl en

LERU lobbyt in Europa voor fundamenteel onderzoek en innovatie

LERU, de League of European Research Universities, vierde op 7 maart haar vijftiende verjaardag in Brussel. Het netwerk van Europese topuniversiteiten is inmiddels uitgegroeid tot 23 universiteiten.

Namens de Universiteit Leiden reisde rector magnificus Carel Stolker af naar Brussel. Ook Pancras Hogendoorn (LUMC) en Douwe Breimer (oud-rector) waren aanwezig om stil te staan bij de verjaardag van LERU.

Het prille begin

De Universiteit Leiden is sinds het prille begin betrokken bij het samenwerkingsverband van Europese onderzoeksuniversiteiten. In 2002 namen toenmalig rector magnificus Douwe Breimer en zijn Leuvense evenknie Andre Oosterlinck het voortouw. Het oorspronkelijke aantal van 12 universiteiten is inmiddels bijna verdubbeld, en uit Nederland zijn de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht toegetreden.

Het belang van LERU

Tot de komst van LERU was er geen duidelijke vertegenwoordiging van de onderzoeksuniversiteiten in Brussel. Sindsdien laat LERU op Europees niveau het belang zien van fundamenteel onderzoek en innovatie in Europa. Carel Stolker: ‘Wat LERU zo uniek maakt is dat er een sterk secretariaat zit, in Leuven, dat onder leiding van prof. Kurt Deketelaere ‘Europa’ voor ons in de gaten houdt. Daarnaast wordt er veel werk verricht door de bestuurders en wetenschappers van de afzonderlijke universiteiten. Dat geldt in het bijzonder voor de diverse papers die LERU publiceert. Zo was mijn oud-collega Simone Buitendijk bijvoorbeeld medeverantwoordelijk voor een paper over gendered innovations.’

Andere belangrijke papers gaan over datamanagement, diversiteit, online onderwijs, en recent nog over het belang van interdisciplinariteit. Stolker: ‘Zelf grijp ik nog het vaakst terug naar het eerste paper, dat van Colin Lucas en Geoffrey Boulton, What are universities for? Je zou kunnen zeggen dat juist dat paper onze grondwet is. Ik raad iedereen aan om het te lezen, het is bovendien prachtig geschreven.’

Ontmoetingen

De rectoren van de deelnemende universiteiten ontmoeten elkaar tweemaal per jaar. Daarnaast zijn er halfjaarlijkse bijeenkomsten van de vice-rectoren, zowel voor onderzoek als voor onderwijs. Maar ook de bibliothecarissen zien elkaar geregeld, en de hoofden communicatie, HRM, en de collega’s die gaan over alumnibeleid en fondsenwerving. Het netwerk van de 23 universiteiten gaat dus veel dieper dan alleen de rectoren.

Stolker benadrukt het belang van LERU voor alle Europese onderzoeksuniversiteiten: ‘We moeten niet vergeten dat Europa veel meer topuniversiteiten heeft dan alleen deze 23. Ook die universiteiten profiteren van onze lobby voor het fundamentele onderzoek. En al onze papers zijn vanzelfsprekend openbaar, en staan ook buiten de LERU-partners in hoog aanzien.’

Samenwerking steeds inhoudelijker

LERU is niet alleen een lobbyclub, maar ook een inhoudelijk samenwerkingsverband. Stolker: ‘Zo zijn ook de decanen elkaar steeds vaker gaan zien. Op dit moment is Leiden vertegenwoordigd met Pancras Hogendoorn als voorzitter van de groep van Medical Deans, en met Geert de Snoo als voorzitter van de Science Deans. Wim van der Doel, de voormalig decaan van de Faculteit Geesteswetenschappen, heeft veel gedaan aan een betere positie voor de sociale wetenschappen en de humaniora binnen de Europese onderzoekfondsen. Dat was echt nodig en leidde zelfs wereldwijd tot de zogeheten Leiden Statement.’

Tien internationale netwerken van onderzoeksuniversiteiten ondertekenden in 2014 deze verklaring. Hiermee benadrukten zij de fundamentele rol die de Social Sciences and Humanities (SSH) hebben in de wereld van vandaag en roepen ze beleidsmakers, bedrijfsleven en politiek op om meer gebruik te maken van de  sociale en geesteswetenschappen  in interdisciplinair onderzoek.

De toekomst

En nu, na vijftien jaar? Stolker noemt een paar uitdagingen: ‘Het gaan belangrijke jaren worden, misschien wel de moeilijkste jaren. Op onze agenda staat al heel lang een betere aansluiting van de Midden-Europese universiteiten op de Europese onderzoeksagenda. Het kan niet zo zijn dat het Europese onderzoeksgeld uitsluitend naar Noordwest-Europa gaat; de Europese Commissie wijst ons daar terecht op. Dan is er nog het zwarte gat na Brexit. Wat gaat dat betekenen voor het onderwijs en onderzoek in Europa? We hebben nog maar nauwelijks een idee hoe dat gaat aflopen. De Britse universiteiten, die zeer van Europa profiteerden, zijn vooral de vragende partij. Maar omgekeerd zien wij als universiteiten op het vasteland natuurlijk ook het enorme belang van blijvende samenwerking met onze Britse collega’s.’

‘Een derde uitdaging betreft de financiering van de fundamentele wetenschap. Ik ben ervan overtuigd dat veel maatschappelijke uitdagingen alleen opgelost kunnen worden met fundamenteel onderzoek. Tegelijkertijd zijn de financiële middelen natuurlijk beperkt, en zijn er ook andere sectoren die met smart op een impuls wachten. Dat vraagt om goede afwegingen. Heel veel te doen dus. In mei zien we elkaar weer, in Cambridge.'

Douwe Breimer

Voormalig rector magnificus Douwe Breimer zegt in een reactie 'heel tevreden' te zijn over de wijze waarom LERU zich ontwikkeld heeft en de prominente rol die zij speelt in het Europese onderzoeklandschap. 'Van de zijde van de Europese Commissie wordt benadrukt dat we erg helpen om fundamenteel onderzoek hoog op de agenda van de Commissie te krijgen. Aanvankelijk was de aandacht sterk gericht op de beta-medische wetenschappen, maar op het 10-jarig bestaan van LERU heb ik een pleidooi gehouden om ook de geestes- en maatschappijwetenschappen meer in de discussies te betrekken. Aan thematiek van recente position papers is te zien dat daar wat mee gedaan is.'