Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Pesten: school lost het wel op! Of niet?

Pesten is een belangrijk thema, zo belangrijk zelfs dat er sinds 2013 serieuze politieke bemoeienis is met de aanpak ervan. Staatssecretaris Dekker en kinderombudsman Dullaert presenteerden hun plan van aanpak tegen pesten. Bij die aanpak gaat het er om dat scholen een duidelijk beleid voeren om een veilige omgeving te garanderen voor alle leerlingen en stafleden. Een van de suggesties in het plan is dat scholen op termijn werken met een aanpak van pesten die bewezen effectief is.

Wat is pesten?

Pesten is een ernstig probleem. Het veroorzaakt acute lichamelijke en psychologische problemen voor alle betrokkenen: slachtoffers, pesters en getuigen. Slachtoffers van pesten hebben last van lichamelijke en psychische pijn, acute depressieve klachten en slaapproblemen. De pestkoppen worden gekenmerkt door spijbelen, schooluitval, vandalisme en depressie. Getuigen ervan lopen een hoger risico om angsten en schuldgevoelens te ontwikkelen.

Pesten kan worden gedefinieerd als psychische en/of lichamelijke, onderdrukkende agressie van een meer krachtige persoon of groep tegen een minder krachtige persoon of personen. De betreffende agressie wordt opzettelijk en herhaaldelijk gebruikt. In de pestpraktijk zijn betrokken het echter vaak niet eens over wat wel of wat niet pesten is. Onder kinderen bijvoorbeeld, is het gebruik van bijnamen voor de één een onschuldig grapje en voor de ander een heftige vernedering. Leerkrachten zien veel pestincidenten niet en leerlingen rapporteren het niet vanwege angst of onduidelijkheid over wat pesten is. In zo’n context wordt aannemelijk veel geklaagd dat er te weinig wordt gedaan aan het bestrijden van pesten.

Veel anti-pestprogramma's niet effectief

De tot dusver genoemde uitdagingen rond het aanpakken van pesten hebben een parallel in onderzoek dat uitwijst dat veel anti-pestprogramma’s niet effectief zijn. Ze houden bovendien te weinig rekening met moeilijk te beïnvloeden individuele kenmerken van leerlingen. Daar komt nog eens bij dat dergelijke programma’s doorgaans omvangrijk zijn en het gebruik veel tijd vraagt. Voor veel scholen en leerkrachten is het overvolle lesprogramma een belangrijke reden om minder enthousiast te zijn over anti-pestinterventies.

Onderzoek naar pesten op school

Moeten we ons er dan maar bij neerleggen dat er weinig aan pesten te doen is? Nee, onderzoek verduidelijkt dat pesten is aan te pakken als een proces van onderlinge wisselwerking tussen persoonlijke kenmerken en invloeden uit de familie, peergroep, school en andere instellingen. Bovendien, aan de horizon gloort een betere toekomst. Naast veel studies die de ineffectiviteit en inefficiëntie van anti-pestprogramma’s laten zien, zijn er ook studies die verduidelijken dat het mogelijk is anti-pestprogramma’s te ontwikkelen en te gebruiken die wél effectief zijn.

Jeugdhulpverlening bij Pedagogische Wetenschappen

De onderzoeksgroep Jeugdhulpverlening bij Pedagogische Wetenschappen aan de Leidse Universiteit is bezig met verschillende onderzoeken naar pesten op school. De onderzoeksgroep probeert beter greep te krijgen op de individuele kenmerken en hun veranderlijkheid. De afstemming tussen leerkrachten en leerlingen over wat pesten is en wat goede manieren zijn om pesten aan te pakken, wordt bestudeerd. De groep is bovendien bezig met het ontwikkelen en evalueren van een kortdurende interventie, opdat in ieder geval het bezwaar van een te omvangrijk beslag op de lestijd wordt weggenomen.

Pesten is dus een belangrijk thema, ook bij Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden.