Strenger migratiebeleid: mensenrechten blijven leidend
In de media beeld: Markus Spiske via Unsplash
Europese landen krijgen meer ruimte voor nieuwe migratiemaatregelen, zoals terugkeerhubs en asielprocedures buiten de EU. Tegelijkertijd blijven alle bestaande mensenrechten onverminderd van kracht, blijkt uit een nieuwe verklaring van de Raad van Europa. In Trouw licht Rick Lawson, hoogleraar Europees recht, de betekenis van deze ontwikkeling toe.
De aanleiding hiertoe was dat verschillende landen (onder meer Denemarken, Italië, België en het Verenigd Koninkrijk) vonden dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hun mogelijkheden beperkten om strenger migratiebeleid te voeren.
De 46 lidstaten van de Raad van Europa hebben vastgesteld dat landen met grote migratiestromen nieuwe instrumenten mogen inzetten om migratie te beheersen, zolang zij zich houden aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarmee komt een einde aan de discussie of mensenrechtenverdragen op voorhand een belemmering vormen voor maatregelen als terugkeerhubs of het behandelen van asielaanvragen buiten de Europese Unie.
Lawson, die tevens voorzitter is van het College voor de Rechten van de Mens, bevestigt dat de verklaring juist de kracht van het bestaande mensenrechtenstelsel onderstreept. ‘Het is bijzonder dat, in een tijd waarin het internationale recht afbrokkelt, al deze landen bevestigen dat iedereen mensenrechten heeft.’ Lawson benadrukt dat de verklaring niets verandert aan het mensenrechtenverdrag zelf. We zien dat landen hebben aangegeven meer ruimte te willen voor hun migratiebeleid. Daarbij erkennen zij dat de mensenrechten en de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg ‘geen onredelijke belemmering vormen.’