Logo Universiteit Leiden.

nl en

Speculatief realisme

Een filosofie voor de 21e eeuw?

In 2006 verscheen Na de eindigheid van de Franse filosoof Quentin Meillassoux. Het boek werd het startpunt van het speculatief realisme dat een groep denkers verenigt die, hoe onderling verschillend ook, een fundamenteel uitgangspunt delen.

Meillassoux maakt een nieuw begin met de continentale filosofie die volgens hem is verzand in ‘correlationisme’. Dat begon bij Immanuel Kant en werkte via Nietzsche door in het postmodernisme: als we over iets spreken, spreken we altijd over iets dat ons gegeven is, en we kunnen niet spreken over iets wat onafhankelijk is van ons denken en bewustzijn. 

De natuurwetenschap laat echter zien dat er een ‘groot buiten’ is: een immense tijd-ruimte met dingen onafhankelijk van ons denken en kennen waarover we wel kennis kunnen verkrijgen. Dat wij denken en kennen is afhankelijk van een onafhankelijke ‘hyperchaos’, een fysische realiteit beheerst door natuurwetten die zelf volstrekt willekeurig zijn. De enige noodzakelijkheid is volgens Meillassoux dat alles contingent is, ook permanentie en verandering. Leven en denken komen voort uit de fysische realiteit en zijn tegelijk volstrekt nieuw en onreduceerbaar. Deze filosofie biedt ook een bepaalde hoop: als alles contingent is, is ook alles mogelijk, zoals een rechtvaardige wereld.

Een andere speculatief realist is de Amerikaan Graham Harman. Zijn denken richt zich vooral op het ding: Object-Oriented Ontology (2018). Meestal wordt het ding in de filosofie en de wetenschap gereduceerd tot een aggregaat van bestanddelen. Dit is echter volgens Harman onjuist. Elk ding vertegenwoordigt een eigen realiteit en is niet te definiëren omdat het individueel is en onze definities alleen algemene begrippen bevatten. Dat wat verschijnt is een sensuele manifestatie van het ding, niet het ding zelf. Objecten zijn niet per se materieel of reëel, ze kunnen ook fictioneel of abstract zijn. Ze hebben een verborgen kant die niet aan mij kan verschijnen. 

In deze collegereeks bespreken we beide denkers aan de hand van genoemde teksten.

schilderij door Arnold Ziegelaar (c) Arnold Ziegelaar

Onderwerpen per college

  1. Correlationisme (Kant, Nietzsche, Husserl)
  2. Kritiek op het correlationisme (Meillassoux, Harman)
  3. Hyperchaos, tijd en radicale contingentie (Meillassoux) 
  4. De contingentie van de natuurwetten (Meillassoux)
  5. Wiskunde als beschrijving van de van het bewustzijn onafhankelijke realiteit (Meillassoux)
  6. Harmans interpretatie van Heideggers analyse van het werktuig
  7. Tegen de reductie van de dingen (Harman) 
  8. De dieptedimensie van de dingen (Harman)
  9. Object-Georienteerde-Ontologie (Harman)
  10. Speculatief realisme, kunst en politiek (Harman) 
     

10 maandagen
september: 19, 26
oktober: 10, 17, 24, 31
november: 7, 14, 21, 28
(3 okt geen college)
13.15-15.00 uur
Leiden

Werkvorm

Hoorcollege met gelegenheid tot vragen.
Thuis 2 tot 3 uur studeren per bijeenkomst.
Passieve kennis van Engels is nodig voor het lezen van de citaten.

Studiemateriaal

Syllabus met literatuurverwijzingen.

Powerpoints na het college.

Colleges en studiemateriaal € 357,50
(incl. koffie/thee)

Docent

Drs. Arnold Ziegelaar is filosoof en docent in het hoger onderwijs. Hij werkt al meer dan tien jaar voor de HOVO Leiden. Hij publiceerde onder andere Aardse mystiek (2015) en Oorspronkelijk bewustzijn (2016). Hij is als buitenpromovendus verbonden aan de Universiteit Leiden en doet onderzoek naar de grondvraag van de metafysica.

Arnold Ziegelaar op de website van de Universiteit Leiden.

Video van een college

Op internet staat een college van Ziegelaar over Leibniz, Kant en de grondvraag van de metafysica 'Waarom is er iets en niet eerder niets?'

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.