Logo Universiteit Leiden.

nl en

Heideggers vraag naar het ding

Een cultureel antropoloog merkte eens op dat het zwaartepunt van de Chinese cultuur is gelegen in de gemeenschap, dat van de Indische cultuur in de ziel en dat van de Westerse cultuur in het ding. Dit laatste mag bevreemden, maar onafhankelijk van elkaar duidden de neomarxist Georg Lukàcs en de fenomenoloog Martin Heidegger medio jaren twintig de objectiveringstendens in het Europese denken aan als ’Verdinglichung’. Beiden dachten ook na over de herkomst ervan. Zo schreef Lukàcs deze tendens toe aan de kapitalistische warenproductie, terwijl Heidegger aandacht vroeg voor een bijzondere aard van het Griekse denken. Kwam Aristoteles niet tot zijn bepaling van het zijnde als gevormde stof of een substantie met eigenschappen vanuit de oriëntatie op een ding dat voltooid voor je staat? Heidegger hernam de zijnsvraag, maar dit meteen ook in samenhang met de vraag: wat een ding is. Hij heeft die vraag in zijn denken tot tweemaal toe hernomen en verdiept. In Sein und Zeit (1927) laat hij aan de hand van de omgang met een hamer zien hoe mede een ding voor ons de betekenissamenhang van een wereld openhoudt, in Der Ursprung des Kunstwerkes (1936) komt vanuit het beeld van een paar schoenen op een stilleven van Van Gogh tegenover het opene van wereld het geslotene van aarde te staan, en in de voordracht ‘Das Ding’ (1949) ten slotte evoceert hij de wereld die schuilgaat in de leegte van een kruik als samenspel van hemel en aarde, goddelijken en stervelingen. In de cursus zullen deze drie stadia zorvuldig worden besproken, uitgaande van de oorspronkelijke teksten (in Nederlandse vertaling). 

Van Gogh: Een paar schoenen, 1887 (bron: vincent-van-gogh-gallery

Inhoud

De colleges zijn grofweg in te delen aan de hand van de drie vragen die Heidegger zich achtereenvolgens stelt:

  • Hoe houdt een ding voor ons de betekenissamenhang van een wereld open? (Sein und Zeit, 1927)
  • Hoe verhouden het opene van het ding en het geslotene van de aarde zich (Der Ursprung des Kunstwerkes, 1936)
  • Welke wereld gaat er schuil in de leegte van een kruik? De wereld als samenspel van hemel en aarde, goddelijken en stervelingen. (‘Das Ding’, 1949)

10 dinsdagen
september: 20, 27
oktober: 4, 18, 25
november: 1, 8, 15, 22, 29 
(11 okt geen college)
15.15-17.00 uur
Leiden

Werkvorm

Hoor-/werkcollege.
Thuis 3 tot 4 uur studeren per bijeenkomst.
Enige vertrouwdheid met het denken van Heidegger zou prettig zijn, maar is niet per se nodig.

Studiemateriaal

Syllabus met teksten uit de Nederlandse vertalingen van Sein und Zeit en Der Ursprung des Kunstwerkes en de Nederlandse vertaling van ‘Das Ding’, plus enkele artikelen en toelichtingen.

Een hand-out met stof en vragen per bijeenkomst volgt aan het begin van de cursus.

Er wordt geen gebruik gemaakt van powerpoint.

Colleges en studiemateriaal € 357,50 
(incl. koffie/thee)

Docent

Dr. Gerard Visser (1950) was tot mei 2015 universitair hoofddocent aan het Instituut voor Wijsbegeerte van de Universiteit Leiden.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.