Universiteit Leiden

nl en

Onderzoeksproject

Digitale innovaties en inclusieve participatie

Big data en andere digitale innovaties hebben invloed op de manier waarop de overheid en burgers met elkaar communiceren. Zo gebruikt de overheid steeds vaker online platforms om inwoners mee te laten beslissen over plannen en beleid. Dit onderzoek bestudeert welke inwoners in meer en mindere mate meedoen aan online participatie en hoe online platforms zo inclusief mogelijk worden ontworpen.

Looptijd
2018 - 2022
Contact
Annelieke van den Berg

De overheid gebruikt steeds vaker online platforms om inwoners mee te laten beslissen over plannen en beleid. Voor de kwaliteit en legitimiteit van zulke participatie is het belangrijk dat alle inwoners in gelijke mate kunnen meedoen. Anders gezegd, het is wenselijk dat participatie inclusief is. Online participatie lijkt een aantrekkelijke manier om toegankelijkheid te verhogen voor inwoners die minder geneigd zijn om mee te doen. Inwoners kunnen meebeslissen waar en wanneer ze willen, en meedoen kost weinig tijd. Tegelijkertijd brengen online platforms ook uitdagingen met zich mee en blijft het lastig om online platforms te ontwerpen die zo inclusief mogelijk zijn.

Dit onderzoek brengt allereerst beter in kaart welke inwoners meedoen aan online participatie en welke inwoners nog steeds minder goed bereikt worden. Hiervoor bestudeert het onderzoek ook welke factoren participatie beïnvloeden (deelproject 1). Jongvolwassenen blijken een doelgroep die weinig meedoet, terwijl zij juist online meer actief zijn dan andere leeftijdsgroepen. Deelproject 2 onderzoekt daarom hoe jongvolwassenen verklaren op welke manieren zij online betrokken zijn. Daarnaast kijkt dit onderzoek ook naar het ontwerp van online participatie. Het onderzoek test in hoeverre uitnodigingen effect hebben op deelname (deelproject 3) en bestudeert gebruikersdata om te evalueren of het gebruiksgemak van online platforms kan worden verhoogd (deelproject 4).

Dit onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met gemeente Den Haag, in het specifiek met het team van Haags Samenspel. Zij gebruiken en ontwikkelen het OpenStad platform, waarmee gemeenten interactieve websites kunnen maken voor participatieprojecten. In verschillende deelprojecten van dit onderzoek worden lokale wijkbudget platforms als casus gebruikt.

Dit onderzoek maakt deel uit van het Data Science Onderzoeksprogramma van de Universiteit Leiden. Binnen dit interdisciplinaire programma is er veel kennisuitwisseling tussen promovendi van verschillende faculteiten, die gebruikmaken van innovatieve data en methoden.

Dit deelproject kijkt naar de factoren die beïnvloeden of inwoners deelnemen op online platforms van de gemeente. Volgens de Theorie van Gepland Gedrag is de intentie om bepaald gedrag te tonen, in dit geval deelnemen op een online platform van de gemeente, afhankelijk van de overtuigingen die mensen hebben over dat gedrag. Deze overtuigingen worden o.a. gebaseerd op een afweging of het gedrag positieve of negatieve uitkomsten zal hebben (gedragsovertuigingen) en of er factoren zijn die het gedrag faciliteren of belemmeren (controleovertuigingen). De resultaten van dit onderzoek zijn gebaseerd op een kwalitatieve enquête, gehouden onder 377 inwoners van Gemeente Den Haag.

Gedragsovertuigingen

Uit de resultaten blijkt dat het voor veel inwoners belangrijk is dat zij via hun deelname inspraak hebben op plannen van de gemeente en mannen benoemen de mate van invloed vaker dan vrouwen. Vrouwen gaven op hun beurt vaker aan dan mannen dat zij inclusiviteit belangrijk vinden. Middelbaar of laagopgeleiden noemden vaker dan hoogopgeleiden dat inwoners vaak de beste ideeën hebben over wat nodig is. Ook noemden de respondenten verschillende democratische waarden, zoals vertrouwen en transparantie, als motivatie om deel te nemen.

Controleovertuigingen

Wat betreft controleovertuigingen werden locatie en tijd als voornaamste faciliterende factoren genoemd, met name door jongeren. Ook noemen jongeren vaker dan ouderen dat gemak een bepalende factor is. Respondenten van alle leeftijden vinden het belangrijk dat er voldoende informatie aanwezig is. Jongere hoogopgeleiden noemen daarnaast ook dat de manier waarop de informatie wordt gepresenteerd op het platform, en het platformontwerp in brede zin, van belang is.

Bij elkaar genomen geven deze bevindingen inzicht in de verschillende aspecten waar de gemeente rekening mee moet houden als ze diverse groepen burgers willen betrekken op online platforms.

Publicatie

Van den Berg, A. C. (2021). Participation in Online Platforms: Examining Variations in Intention to Participate across Citizens from Diverse Sociodemographic Groups. Perspectives on Public Management and Governance.

Jongvolwassenen (18-25) zijn vaak ondervertegenwoordigd in gemeentelijke burgerparticipatie. Daarentegen is deze groep juist bovengemiddeld online actief. Vooral bij deze groep lijkt het dus dat digitale innovaties een groot verschil kunnen maken in hun participatie. De ervaring leert echter dat het aanbieden van participatie via online platforms weinig effect heeft op dit gebied. In dit deelproject onderzoeken wij daarom welke factoren beïnvloeden of jongvolwassenen meedoen aan online participatie. Daarbij draait dit onderzoek om het perspectief van jongvolwassenen.

Wanneer participeren jongvolwassenen?

Om dit perspectief te horen zijn er focusgroepen georganiseerd met jongvolwassen deelnemers. Tijdens deze gesprekken vroegen wij deelnemers over situaties waarin ze wel of niet geneigd zijn om online te participeren. De deelnemers gaven aan dat zij vaak aandacht geven aan maatschappelijke kwesties wanneer zij online zijn, maar dat het ervan afhangt of zij de mogelijkheid om te participeren tegenkomen en hoe makkelijk het is om mee te doen. Als een participatiemogelijkheid langskomt, dan moet het onderwerp aansluiten op wat zij persoonlijk interessant en belangrijk vinden. De deelnemers noemden verschillende ideeën hoe zij in de toekomst beter benaderd kunnen worden, zoals met kortere teksten, in een aantrekkelijke kleurstelling en vormgeving, waarbij het direct duidelijk is waaraan zij meedoen, hoeveel tijd het kost en wat het effect van deelname is.

Weinig inwoners gaan vanuit zichzelf op zoek naar de gelegenheid om mee te beslissen over plannen van de gemeente. Voor veel inwoners begint meedoen met het ontvangen van een uitnodiging. Als deze uitnodiging bepaalde inwoners meer aanspreekt dan anderen kan er ongelijkheid ontstaan in welke groepen in meer of mindere mate hun mening laten horen. Andersom kan een aantrekkelijke uitnodiging er juist voor zorgen dat veel mensen meedoen. Dit onderzoek geeft een aanzet of en hoe communicatie in uitnodigingen de inclusiviteit van online participatie kan verhogen.

Hoe representatief waren de online deelnemers?

Allereerst bestudeerden we hoe representatief de online deelnemers waren wat betreft leeftijd en geslacht. Er deden minder jongere inwoners mee (tot 35 jaar), alsmede minder oudere inwoners (van 75 of ouder). Mannen en vrouwen deden daarentegen evenveel mee op het online platform. Dit benadrukt dat het belangrijk is om extra aandacht te besteden aan de inclusie van alle leeftijden.

Experiment: twee verschillende uitnodigingen

In het experiment kijken we naar het effect van de uitnodiging op deelname van inwoners. Specifiek introduceren we sociale normen in de uitnodiging, die een positief effect kunnen hebben op het tonen van wenselijk gedrag. Als wordt gecommuniceerd dat al veel mensen op de uitnodiging zijn ingegaan is het theoretisch waarschijnlijker dat anderen ook op de uitnodiging zullen ingaan. Om dit te testen stuurden we twee verschillende uitnodigingen per post naar alle inwoners (18+) van een wijk in de gemeente Den Haag en keken we wie er ingingen op de uitnodiging en participeerden op het online platform. We zagen dat de uitnodigingen een verschillend effect hadden op de online participatie onder inwoners van 55-80 jaar, maar verrassend genoeg was de originele uitnodiging effectiever dan de uitnodiging met sociale normen.

Publicatie

Van den Berg A.C., Giest S.N., Groeneveld S.M. & Kraaij W. (2020), Inclusivity in online platforms: Recruitment strategies for improving participation of diverse sociodemographic groups, Public Administration Review 80(6): 989-1000.

In dit project wordt onderzocht in hoeverre gebruikersdata inzicht genereren over de inclusiviteit van online participatieplatforms. Ten eerste richt dit project zich op de technische vraag hoe deze gebruikersdata kunnen worden verzameld en geanalyseerd. Ten tweede evalueert dit project in hoeverre deze data aandachtspunten aanwijzen die beïnvloeden of alle doelgroepen even goed in staat zijn om mee te doen.

Stemmen als een online transactie

Om gebruikersdata te verzamelen wordt een combinatie gebruikt van Google Analytics en Google Tag Manager. Deze systemen worden doorgaans ingezet voor marketingdoeleinden en het analyseren van e-commerce transacties. Het uitbrengen van een stem via het online platform kan met de juiste configuratie echter ook als een transactie worden geanalyseerd. Zo kunnen we onderzoeken of bezoekers op het platform succesvol de verschillende stappen in het stemproces doorlopen. De data tonen aan dat de meeste mensen die beginnen aan het stemmen dit ook afmaken en er niet één stap is in het stemproces waar opvallend veel deelnemers afhaken.

Bruikbaarheid voor verschillende doelgroepen

Als we de data splitsen voor verschillende groepen zien we dat er twee groepen zijn voor wie de bruikbaarheid van het online platform kan worden verhoogd. Dit zijn enerzijds gebruikers die het platform via hun mobiel bezoeken en anderzijds gebruikers die het platform via een link op social media hebben benaderd. Deze groepen zijn minder vaak in staat om het gehele stemproces te doorlopen. Omdat intensieve mobiele telefoongebruikers vaak jonger zijn of uit sociale minderheidsgroepen is het voor de inclusiviteit van online participatieplatforms van belang dat hier extra aandacht aan wordt besteed.

Publicatie

Volgt nog

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.