Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Zoenende middeleeuwse letters beter dateerbaar

Leids boekwetenschapper Erik Kwakkel ontwikkelde een methode waarmee middeleeuwse handschriften scherper gedateerd kunnen worden. Dat levert een minder wazige geschiedenis op. Binnenkort introduceert hij zijn nieuwe aanpak in Oxford.

Wazige geschiedenis

Een juiste datering van handschriften is cruciaal om informatie goed te kunnen duiden. Want geschiedenis blijft nogal wazig als de bron van zoiets als een veldslag ‘vermoedelijk 13 e eeuws’ is. Paleografen dateren handschriften tot nog toe vooral met hun getrainde oog, ze weten wanneer welke schriftkenmerken gangbaar zijn, aldus Kwakkel. Die schattingen zijn meestal nogal voorzichtig omdat de datering niet makkelijk hard te maken is; het is zo niet mogelijk om snel te verwijzen naar honderden documenten met dezelfde kenmerken. Ook dateringen van papier en inkt aan de hand van koolstofmetingen zijn, met hun ruime schattingsmarge, nogal grof.

Uitsnede van handschrift uit 1130 waarop "zoenende letters" zichtbaar zijn: in het midden, de "be" in "urbe". (Bron: Universiteitsbibliotheek Leiden VLF 8)

 

Letters gaan zoenen

Kwakkel onderzoekt het overgangsschrift tussen het Karolingische handschrift en het gotisch in de periode 1075 – 1225. Hij stopte ruim 400 handschriften in een database en ontwikkelde een zoekprogramma dat checkt in hoeverre het schrift voldoet aan 28 specifieke kenmerken van het gotisch. ‘In het gotisch verschijnt er bijvoorbeeld een punt op de i en sommige letterparen  zoals  “de" en “pp” gaan met elkaar zoenen, ze beginnen elkaar aan te raken en later zelfs te overlappen.’ Door zijn brede lettervormen neemt het Karolingisch veel ruimte in beslag op het dure perkament. Daarom ontstaat in de loop der tijd een smaller en hoekiger schrift.

Puntensysteem

Kwakkel onderzoekt het overgangsschrift tussen het Karolingische handschrift en het gotisch in de periode 1075 – 1225.
Kwakkel onderzoekt het overgangsschrift tussen het Karolingische handschrift en het gotisch in de periode 1075 – 1225.

Een puntensysteem bepaalt per handschrift het ‘gotisch gehalte’. Het referentiekader bestaat uit handschriften die toentertijd wel gedateerd zijn, bij ongeveer 1 op de 20 bewaarde handschriften is dit het geval. Kwakkel:  ‘Door de ongedateerde met de gedateerde handschriften  te vergelijken is beter in te schatten of teksten uit dezelfde periode komen. ‘Daarnaast is de herkomst  een belangrijk punt dat gecheckt moet worden. Frankrijk en Engeland omarmen de gotische elementen een stuk sneller dan bijvoorbeeld Duitsland. ‘Als een tekst uit Frankrijk bijvoorbeeld minder dan 40 procent gotische elementen bevat, dateert het waarschijnlijk van voor het midden van de 12e eeuw.’

Scherpere datering

Dankzij deze nieuwe methode kon Kwakkel een handschrift van het Italiaanse klooster Monte Cassino met veel meer vergelijkingsmateriaal scherper dateren. Het is de eerste vertaling van een Arabisch geneeskundeboek en gold als als  ‘vermoedelijk 12e eeuws’ . Na raadpleging van de door hem ontwikkelde database kan hij zijn datering van vierde kwart 11e eeuw ook kwantiatief onderbouwen. ‘Het oudst-bewaarde boek met Arabische geneeskunde is dus een stuk ouder dan gedacht.'

Vuurwerk in Oxford

De Leidse boekwetenschapper presenteert zijn methode eind februari aan de University of Oxford. Er komen paleografen uit heel Engeland. ‘Mijn aanpak zal vermoedelijk voor vuurwerk zorgen want paleografen zijn meestal nogal behoudend. Maar als het aanslaat kan het hopelijk een nieuwe werkwijze teweegbrengen binnen het vak.’ Kwakkel streeft ernaar de database in 2015 online te zetten zodat ook andere onderzoekers ermee kunnen werken en aanvullen. 

(6 februari 2014 - LvP)

Karel de Grote is de aanstichter van het Karolingische schrift, maar wie is de katalysator van het gotisch? Kwakkel: ‘Het is niet opgelegd door een machthebber, daarom is er ook lange tijd zo’n mengvorm. Het zijn de schrijfdocenten in het klooster die nieuwe generaties leren schrijven. Kloosterarchieven kunnen aanwijzingen geven waar die docenten vandaan komen.’