Een rookvrije toekomst voor nieuwe generaties: is dat juridisch haalbaar?
Onderzoek beeld: Michael Marais en Robin Canfield via Unsplash
Een generatiegebonden verkoopverbod op tabak – die toekomstige generaties rookvrij moet houden - hoeft niet in strijd te zijn met het Europese recht. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van wetenschappers van verschillende Europese universiteiten, waaronder de Universiteit Leiden. EU-marktrecht biedt volgens hen meer ruimte voor ambitieus tabaksbeleid dan vaak wordt aangenomen.
Volgens de juridische analyse, waar onder andere Vincent Delhomme, universitair docent Europees recht (Leiden), aan meewerkte, staat het EU-recht vergaande tabaksmaatregelen niet noodzakelijk in de weg. De nieuwe studie laat juist zien dat het EU-recht zich de afgelopen decennia zodanig heeft ontwikkeld dat bescherming van de volksgezondheid stevig in het EU-recht is verankerd, ook binnen het recht van de interne markt. De analyse verscheen recent in Health Economics, Policy and Law.
Generatiegebonden verkoopverbod
Een generatiegebonden verbod is een verbod dat alleen geldt voor mensen die na een bepaalde datum zijn geboren. Daardoor vallen nieuwe generaties onder het verbod, terwijl oudere generaties buiten schot blijven. Bij tabak betekent dit bijvoorbeeld dat aan mensen geboren na een bepaalde datum nooit legaal tabak mag worden verkocht, ook niet wanneer zij volwassen zijn. Deze maatregel beoogt dat legale verkoop aan nieuwe generaties uiteindelijk verdwijnt.
‘Deze nieuwe wet geeft echt hoop: ze kan de volksgezondheid beschermen en een tabaksvrije generatie dichterbij brengen’
Britse rookvrije generatie als testcase
De onderzoekers bespreken als concrete casus de Britse wetgeving voor een rookvrije generatie. Volgens de auteurs kan een dergelijke maatregel binnen het Europese juridische kader passen, mits deze proportioneel is en voldoende wetenschappelijk wordt onderbouwd.
Hoewel het Verenigd Koninkrijk geen EU-lidstaat meer is, gelden in Noord-Ierland onder het Windsor Framework voor bepaalde onderdelen van de handel in goederen nog EU-regels. De Britse tabakswetgeving vormt daardoor een interessante juridische testcase. Verschillende EU-lidstaten hebben via de Europese meldingsprocedure TRIS bezwaren geuit over de verenigbaarheid van de regeling met het vrije verkeer van goederen. De juridische beoordeling van de Britse regeling kan volgens de onderzoekers daarom ook gevolgen hebben voor andere landen die vergelijkbaar beleid overwegen.
‘Ik vind interdisciplinair onderzoek fantastisch, vooral wanneer het ook echt maatschappelijke impact kan hebben’
Meer ruimte voor nationale tabaksmaatregelen
Het vrije verkeer van goederen blijft volgens de onderzoekers een belangrijke grens. Nationale maatregelen moeten juridisch kunnen worden gerechtvaardigd en voldoen aan eisen van onder meer geschiktheid en proportionaliteit. Maar het feit dat een maatregel gevolgen heeft voor de handel in tabaksproducten betekent niet automatisch dat deze in strijd is met EU-recht.
De analyse is daarmee ook relevant voor EU-landen die verder willen gaan dan traditionele maatregelen zoals accijnzen, reclameverboden en rookverboden. Ook het beperken van het aantal verkooppunten of het uitsluitend beschikbaar stellen van tabaks- en nicotineproducten via gezondheidszorgkanalen past binnen het bredere debat over de zogenoemde tobacco endgame.
Herziening EU-richtlijn biedt mogelijk een kans
Volgens de onderzoekers is meer duidelijkheid over de juridische ruimte voor dergelijk beleid wenselijk. De herziening van de Europese Tobacco Products Directive biedt daarvoor mogelijk een kans. Daarmee kan duidelijker worden vastgelegd welke ruimte EU-landen hebben om het gebruik en de beschikbaarheid van tabak en nicotine verder terug te dringen.