Universiteit Leiden

nl en

‘Wat moet ik volgens jou doen?’ De eerste vraag van nieuwe WD Dennis Claessen

Vanaf september is hij wetenschappelijk directeur van het IBL. Dennis Claessen wil onderzoekers de ruimte geven om te excelleren, de zichtbaarheid van het instituut versterken en vooral zorgen dat medewerkers zich thuis voelen.

Je bent opgegroeid in Friesland – hoe Fries ben je?

Ik ben Limburgs opgevoed in Friesland. Dat zit zo: mijn ouders komen uit Limburg en zijn verhuisd naar Friesland. Dat betekent een bourgondische levensstijl met het nuchtere van de Friezen.

Ik voel me snel ergens thuis. Zo heb ik lang in Groningen gewoond, en een aantal jaren in het Verenigd Koninkrijk - in Oxford en Newcastle. En nu alweer een tijd in Leiden. Inmiddels zeg ik - er gaat niets boven Groningen, maar Leiden komt wel dicht in de buurt. Ik voel me hier echt thuis. Het is een mooie omgeving, en een fijne plek om te werken.

Wat is je meest opvallende karaktertrek?

Ik ga altijd volledig voor iets. Zo heb ik vroeger veel gesport en dat deed ik dan ook behoorlijk fanatiek. Ik deed aan triatlons, waarvan ik wielrennen het leukst vond. En nu ben ik aan het afvallen. En dat doe ik ook vol overgave – ik ben ondertussen zeven kilo kwijt. Overigens zit er wel een grens aan mijn fanatisme. Als het anders loopt, ben ik altijd de eerste die daar vrede mee heeft.

Waarom heb je voor biologie gekozen?

Het eerlijke antwoord? Omdat een goede vriend dat ook ging studeren. Wiskunde was ook een optie. Daar was ik goed in, maar ik wist niet goed wat ik er na de studie mee wilde. Dus ging ik mee naar biologie. In het begin twijfelde ik wel, het was veel planten en dieren. Dat vind ik ook interessant, maar het was niet precies wat ik zocht. En toen kreeg ik een vak  microbiologie. En dat was het voor mij.

Een inspirerende docent had daarbij een belangrijke rol, hij werd later ook mijn promotor. En zo ben ik het onderzoek naar bacteriën ingerold en in Leiden gaan samenwerken met Gilles. Daardoor heb ik veel met hem meegekeken als wetenschappelijk directeur, en zo ben ik langzaam in deze rol gegroeid. Uiteindelijk was biologie dus een heel goede keuze. Maar het is ook wat ik zei – als ik ergens instap dan ga ik ervoor.

Je zat al in het IBL-bestuur met de portefeuille onderwijs, vanaf september dus wetenschap. Is onderzoek of onderwijs je passie?

Na mijn Vici koos ik er bewust voor om opleidingsdirecteur en later onderwijsdirecteur te worden. Ik wilde laten zien dat je als onderzoeker ook in het onderwijs veel kunt betekenen. Daar leiden we tenslotte de volgende generatie op.
En nu ga ik aan de slag als wetenschappelijk directeur. En gelukkig doe ik dat niet alleen. Met Maribel en Akos vormen we het instituutsbestuur. Het driekoppige bestuur vind ik echt winst. Je kunt elkaar scherp houden en je hoeft niet alles zelf uit te vogelen. We doen het echt samen. 

Waar ga je als WD op inzetten?

Ik wil ervoor zorgen dat onderzoekers optimaal hun werk kunnen doen en bijdragen aan de verdere ontwikkeling van het instituut. Biologen zijn vaak bescheiden, maar we mogen best wat meer laten zien waar we goed in zijn. Samen gaan we onze onderzoeksthema's scherper neerzetten, zodat medewerkers zich daarin herkennen.

‘Ons instituut is een fijne plek om te werken én we zijn hartstikke goed. Dat mogen we best wat meer uitdragen’

Daarnaast wil ik onze gemeenschap vertegenwoordigen waar dat van belang is, bijvoorbeeld in landelijke overleggen over onderwerpen als sectorgelden. Ook wil ik de juiste mensen op de juiste momenten naar voren schuiven.

Maar het belangrijkste vind ik dat collega's zich thuis voelen bij het IBL. Dat mensen voor Leiden kiezen omdat het een fijne plek is om te werken én omdat we excellent onderzoek doen. Daarom ben ik als eerste begonnen met kennismakingsgesprekken met stafleden. Ik stel iedereen dezelfde vraag: Wat moet ik volgens jou doen? ‘Duidelijke communicatie en transparantie’ hoor ik daarbij opvallend vaak terug.

Wie is je voorbeeld?

Naast Gilles, heb ik veel van Hubertus geleerd. Hubertus bewaart altijd de rust. Hij checkt eerst alle feiten, neemt rustig de tijd en als er wat moet gebeuren, handelt hij snel en adequaat. 

Wat vindt het thuisfront?

Ik heb vier kinderen – de oudste is zestien, de jongste negen. Maar ik heb dit vooral goed met mijn ex-vrouw doorgesproken. Want dit komt ook op haar bordje terecht. We kunnen daar samen goed overleggen, ze steunt mij, en dat doen de kinderen ook.

Mijn werk moet niet ten koste gaan van de thuissituatie. Dat vind ik belangrijk. Maar ik merk dat het nu al goed gaat door de geweldige support hier op het werk. Bijvoorbeeld mijn agenda, die Sanderein en Susanna nu op een logische en behapbare manier voor me inricht. Dat is echt heel veel waard.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.