'Dat sociale ongelijkheid bestaat, is een culturele afspraak'
Archeologie
Verschillen tussen mensen zijn er altijd al geweest, zegt hoogleraar Archeologie Bleda Düring. Maar niet altijd was het vanzelfsprekend dat sommige mensen meer hadden dan een ander. Om te achterhalen hoe sociale ongelijkheid is ontstaan, en waarom het sociaal geaccepteerd werd, onderzoekt hij ongelijkheid in prehistorische gemeenschappen op Cyprus.
Sociale ongelijkheid zou vanzelf zijn ontstaan zodra mensen boeren werden en op een vaste plek gingen wonen, zo werd lang gedacht binnen de archeologie. Dat gebeurde tijdens de overgang van de koper- naar de bronstijd, in West-Azië rond 9000 voor Christus. ‘Het idee was dat privébezit – de grond en boerderij – belangrijk werd om te kunnen overdragen op kinderen’, vertelt archeoloog prof.dr. Bleda Düring. ‘Maar we hebben geen duidelijke aanwijzingen voor grote sociale verschillen uit de vijfduizend jaar ervoor. Daarom wil ik die overgang beter in beeld brengen.’
Nooit compleet
Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want in de archeologie is er geen goede methodologie om sociale ongelijkheid te onderzoeken. ‘Om iets te zeggen over inkomensongelijkheid in prehistorische gemeenschappen, worden vooral de afmetingen van huizen vergeleken’, legt Düring uit. ‘Door alleen naar dit soort kwantitatieve data te kijken, mis je misschien belangrijke aanwijzingen: was dat grote huis van een rijk persoon, of had het gebouw een andere functie? Voor een compleet beeld moeten we ook bekijken hoe macht en rijkdom cultureel tot uitdrukking werden gebracht.’Dankzij een beurs van de European Research Council kan Düring de komende jaren met zijn team interdisciplinair onderzoek doen naar sociale ongelijkheid op Cyprus. Op dat eiland doet Düring al tien jaar onderzoek naar de nederzetting Pallourus. ‘We weten al veel uit eerdere opgravingen, maar we analyseren huizen opnieuw, bestuderen hoe mensen werden begraven en doen isotopenonderzoek naar dieet. Zien we in de combinatie van deze aspecten patronen die iets zeggen over sociale ongelijkheid?’
Niet alleen wil Düring weten óf er sociale ongelijkheid was, maar ook hoe mensen er tegen aankeken. ‘Verschillen tussen mensen zijn er altijd geweest,
ook in de prehistorie’, zegt hij. ‘De een was een betere jager, een ander was slimmer of had meer charisma. Pas toen deze verschillen werden gekoppeld aan voordelen leidde dat tot meer macht: wie een goede jager was, bijvoorbeeld, kreeg ook meer invloed binnen de gemeenschap. De vraag is waarom samenlevingen dat toestonden, want goed kunnen jagen zegt niets over leiderschapskwaliteiten.’ Juist die vraag is belangrijk om sociale ongelijkheid vandaag de dag te begrijpen. Düring: ‘Op een bepaald moment in de geschiedenis zijn mensen die bundeling van persoonlijke voordelen gaan overdragen op de volgende generatie. Dat zien we nog steeds in onze samenleving: ouders die gestudeerd hebben en een hoog inkomen, kunnen hun kinderen makkelijker aan een hypotheek helpen, terwijl anderen veel minder kansen hebben.’
Culturele afspraak
Sociale ongelijkheid is niet natuurlijk, volgens Düring, maar ook niet iets wat je kunt afdwingen. ‘We lijken het logisch te vinden dat iemand die hard heeft
gewerkt in een villa woont en anderen in een flat’, zegt hij, ‘maar eigenlijk is dat een culturele afspraak: door verhalen zijn verschillen gelegitimeerd. Met dit onderzoek hoop ik te achterhalen hoe mensen in de prehistorie omgingen met verschillen. En welke veranderingen, of verhalen, ervoor hebben gezorgd dat sociale ongelijkheid acceptabel werd.’
Bleda Düring
Bleda Düring studeerde en promoveerde aan de Universiteit Leiden, deed een postdoc aan University College London en is in Leiden sinds 2022 hoogleraar Archeologie van West-Azië. Düring richt zich op sociale ongelijkheid, rijkdomsverdeling en machtsstructuren in de oudheid, met name rond de oostelijke Middellandse Zee. Zijn werk combineert archeologische data met bredere maatschappelijke vraagstukken over ongelijkheid – toen en nu.
Dit artikel verscheen in mei 2026 in de Leidraad