Grenzen stellen zonder muren bouwen
Onderzoek
In 2025 verzocht het Ministerie van Economische Zaken SEO Economisch Onderzoek en de Universiteit Leiden (Afdeling Ondernemingsrecht en Financieel recht), met betrokkenheid van het Europa Instituut, om een evaluatie van de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie en een tussentijdse hoofdlijnenevaluatie van de Wet vifo.
Het rapport is op 20 februari 2026 door minister Karremans met een aanbiedingsbrief naar de Tweede Kamer gestuurd. Uit het rapport blijkt dat de WOZT en Wet Vifo hebben geleid tot enkele verboden of opgelegde voorwaarden en een preventieve en waarborgende functie kennen. Daarmee reduceren de investeringstoetsen waarschijnlijk risico’s voor de nationale veiligheid, al zijn deze publiekelijk beperkt zichtbaar. De toetsen gaan gepaard met enige administratieve lasten, mogelijke uitloop en/of onzekerheid. De impact op het investeringsklimaat lijkt te overzien, mede door de gerichte aanpak.
De investeringstoetsen
Verschuivende machtsverhoudingen, politisering van de economie en enkele ongewenste voorvallen leidden tot de invoering van de investeringstoetsen binnen de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT, sinds 2020) en de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet Vifo, sinds 2023). De WOZT beoogt de nationale veiligheid en openbare orde te beschermen en is van toepassing op aanbieders van telefonie, internet en datacenters. De Wet Vifo heeft als hoofddoel het beheersen van risico’s voor de nationale veiligheid en is van toepassing op vitale aanbieders, bedrijfscampussen en sensitieve technologie. Toetsing is vereist wanneer een verwerving boven bepaalde drempelwaarden uitkomt. Er wordt getoetst op de zeggenschap, invloed, typen risico’s en achtergrond van de verwerver. Als een verwerving leidt tot dusdanige risico’s kunnen aanvullende voorwaarden worden opgelegd of wordt de verwerving verboden.
Conclusies doeltreffendheid WOZT
We zien op het moment vooral een ‘waarborgfunctie’ van de WOZT, terwijl we de werkelijke doeltreffendheid van de wet moeilijk kunnen aantonen. Dat komt mede door het relatief beperkte toepassingsbereik, wat beoordeling over de doeltreffendheid bemoeilijkt. Ondanks beperkt correctief ingrijpen, geldt de WOZT naast waarborg als politiek signaal en heeft het een preventieve werking. Daarmee kan de wet (buitenlandse) partijen (met een risicoprofiel) ontmoedigen en heeft de overheid een formeel instrument om in actie te komen wanneer zich toch risico’s voordoen.
Conclusies doeltreffendheid Wet Vifo
Hoewel risico’s voor de nationale veiligheid publiekelijk beperkt zichtbaar zijn, leidt de Wet Vifo tot enkele opgelegde voorwaarden of verboden en geldt er een preventieve werking en daarmee waarschijnlijk een inperking van deze risico’s. Als de risico’s in de uitvoering juist zijn ingeschat, dan zouden deze ‘outcomes’ tot de beoogde beleidsdoelen hebben moeten leiden.
Een verbod (afwijzing) van transacties onder de Wet Vifo komt in de praktijk zelden voor. Aanpassen is een veelvoorkomend mechanisme, zowel op voorhand (preventief) als na toetsing (correctief). Zo worden risico’s gemitigeerd door het inbouwen van extra waarborgen of doorvoeren van wijzigingen die de transactie buiten de reikwijdte houden dan wel door de toets doen komen. Uit gesprekken komt naar voren dat afwenden in de praktijk voorkomt, wat ook de meer indirecte werking van de Wet Vifo toont, al is het niet mogelijk dergelijke ontwikkelingen met data te onderbouwen. Hierdoor blijft een deel van de werking van de wet onzichtbaar: het aantal formele verboden is beperkt, terwijl het wel gedrag stuurt richting afwenden en aanpassen. Nederland lijkt een relatief gerichte aanpak te hanteren met de afbakening van sensitieve technologieën, waarbij niet is vast te stellen in hoeverre deze reikwijdte ook risico’s buiten beschouwing laat en hoe dit precies tegen elkaar opweegt.
Conclusies administratieve lasten
De toets gaat gepaard met enige administratieve lasten, wat betreft transactiekosten, tijd en onzekerheid. In de praktijk is de doorlooptijd van de toetsen overwegend ruim binnen de maximumtermijn, al zijn er ook uitschieters. Slechts een klein deel van de investeringsstromen valt onder de meldingsplicht en de directe transactiekosten van procedures lijken op macroniveau beperkt. Wel zijn er signalen dat private equity en staatsfondsen mogelijk terughoudend zijn.
Conclusies investeringsklimaat
Tot nu toe zijn er weinig aanwijzingen dat investeringen in Nederland daadwerkelijk worden afgeblazen vanwege de investeringstoets. De vormgeving van de Nederlandse toetsen sluit ook aan bij het internationale gemiddelde.
Methoden
Er worden verschillende onderzoeksmethoden toegepast waarvan de bevindingen worden samengevoegd (‘triangulatie’). De beleidstheorie vormt de kern van de evaluatie. We maken gebruik van bureau- en literatuuronderzoek, een analyse van de wet en relevante jurisprudentie, een internationale (rechts)vergelijking, interviews, een enquête onder (kleine) ondernemingen, en data over de toetsen en investeringen.
Onderzoekers SEO
Vanuit SEO zijn als ondezoeker Stef Konijn, Joost Witteman, Marilou van Vlaanderen en Daan Schrage bij dit onderzoek betrokken geweest.