Universiteit Leiden

nl en

Proefschrift over de prioriteitsregel in het vermogensrecht

Op 15 november 2018 verdedigt Laurens de Hoog om 16.15 uur zijn proefschrift over de prioriteitsregel in het vermogensrecht.

In dit proefschrift wordt de toepassing van het adagium prior tempore, potior iure onder de loep genomen. Al sinds het Romeinse recht - het adagium gaat terug op een uitspraak van keizer Caracalla uit het jaar 213 - geldt dat in een rangordeconflict tussen goederenrechtelijke zekerheidsrechten het oudere recht voor het jongere gaat. Bijna tweeduizend jaar later is, voor wat betreft het Nederlandse burgerlijk recht, de prior-temporeuitspraak van Caracalla uitgegroeid tot een regel die in beginsel ieder conflict tussen goederenrechtelijke rechten beheerst. Daarnaast krijgt bij wijze van uitzondering de gedachte dat een ouder recht sterker is dan een jonger recht ook gestalte in het verbintenissenrecht. Zo wordt op grond van art. 3:298 BW een conflict tussen obligatoire rechten op levering ook aan de hand van de prioriteitsgedachte beslecht. Daarnaast treft men de prioriteitstoepassing aan bij obligatoire rechten die een zekere absolute werking hebben gekregen. Men denke aan het recht van de koper van een onroerende zaak na inschrijving van die koop in de openbare registers (art. 7:3 BW).

Het proefschrift valt in vier delen uiteen. In het eerste deel wordt de herkomst en de ontwikkeling van de prioriteitsregel bezien (historisch perspectief). Vervolgens wordt de toepassing van de prioriteitsregel in Duitsland en Frankrijk geanalyseerd (vergelijkend perspectief). In het derde – wat meer dogmatische - deel wordt een juridisch-technische motivering voor de gelding van de prioriteitsregel aangevoerd. Deze drie delen monden uiteindelijk uit in het deel over de functie en de concrete toepassing van de prioriteitsregel in het hedendaagse vermogensrecht.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie