Universiteit Leiden

nl en

Ouders betrekken bij jeugdige delinquent vereist maatwerk

Het is al langer bekend dat ouders een belangrijke rol kunnen spelen bij het voor voorkomen van recidive bij jeugdige delinquenten. Psychologe Inge Simons ontwierp in samenspraak met praktijkmedewerkers in een team met andere partijen het programma ‘Gezinsgericht werken’ om ouders systematisch bij hun gedetineerde kind te betrekken.

Het gaat om jongeren in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI) die een detentiestraf uitzitten, een behandelmaatregel opgelegd hebben gekregen of in preventieve hechtenis zijn genomen.

Simons deed ook onderzoek in de implementatiefase van het programma bij enkele JJI’s. De ouders, hun praktische situatie en de relatie met hun kind verschillen steeds enorm. ‘Het komt echt aan op maatwerk’, aldus Simons. 

Inge Simons
Inge Simons: 'Ouders zijn erg gevoelig voor de opstelling van de medewerkers van de jeugdinrichting.'

Bellen met de ouders

Het programma start met een telefoontje naar de ouders als de jeugdige aankomt in de Justitiële Jeugdinrichting (JJI) waar hij of zij op last van de rechter moet verblijven. Het is de mentor die de jeugdige toegewezen heeft gekregen die dit eerste contact legt. ‘Daar zijn de ouders meestal blij mee’, aldus Simons, ‘ook omdat sommigen niet weten waar hun kind naartoe is gebracht. In het telefoontje worden de ouders meteen uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek en voor deelname aan de activiteiten in de JJI.’ Het komt voor dat er weerstand is. Dan wordt geprobeerd te doorgronden waar die weerstand vandaan komt en de barrières weg te nemen.

Observeren

‘Het kennismakingsgesprek wordt gestart door een gedragswetenschapper om een beeld te krijgen van de houding van de ouders ten aanzien van het kind. En ook om stil te staan bij de afgelopen periode die vaak ook voor ouders intensief en mogelijk emotioneel is geweest’, vertelt Simons. ‘De jeugdige en de mentor schuiven later aan.’ Meteen wordt gekeken of gezinstherapie zinvol is. Vervolgens wordt de ouders gevraagd aan welke activiteiten in de instelling ze mee willen doen, bijvoorbeeld spelletjes, sport, koken of mee-eten. Verder vullen de ouders aan het begin en na een paar maanden een vragenlijst in. In de loop van de tijd observeren de begeleiders de dynamiek tussen ouders en kind. 

Grote variëteit in ouders/verzorgers

Waarom maatwerk vaak nodig is wordt alleen al duidelijk aan de hand van het begrip ‘ouders’. Regelmatig is sprake van één ouder of van gescheiden ouders die wel of niet samen door een deur kunnen. En dan zijn er jongeren die naast hun biologische ouders ook nog pleegouders hebben, of bij wie andere belangrijke personen een opvoedende rol spelen. 

Het aanzien van een Justitiële Jeugdinrichting schrikt sommige ouders af.

Contextfactoren

Of ouderparticipatie bewerkstelligd kan worden is, hangt van diverse omstandigheden af. Om te beginnen zijn er de praktische factoren. Het kan bijvoorbeeld lastig of tijdrovend voor ouders zijn om de jeugdinrichting te bereiken. Soms is er geen geld voor de reis. Andere ouders hebben een baan die het moeilijk maakt deel te nemen aan activiteiten. En verder kan de gang naar de inrichting met zijn poorten, sluizen en andere strenge beveiligingsmaatregelen ouders afschrikken. Dan zijn er ouderspecifieke factoren. Is er bijvoorbeeld sprake van liefde voor en vertrouwen in het kind? Zijn de ouders boos of teleurgesteld? Kunnen ze de situatie wel aan? Hebben ze eerdere ervaringen met instanties die participatie in de weg staan? En ten slotte is er de ouder-kindrelatie. Verzet het kind zich bijvoorbeeld tegen de ouders of hebben ze juist een goede relatie? Missen de ouders hun kind? Maken ze zich zorgen? Zien ze ook de positieve eigenschappen van het kind? En verwachtten de ouders al dat hun kind een keer tegen de lamp zou lopen of kwam dat als een volkomen verrassing?

Cijfers

Simons vertelt dat in haar onderzoeksperiode - de eerste twee jaar van de implementatie van Gezinsgericht werken - ongeveer de helft van de uitgenodigde ouders op het kennismakingsgesprek kwam. Circa driekwart van alle ouders kwam op bezoek bij hun kind en ruim 40% van de ouders vulde vragenlijsten in. Het is overigens niet de bedoeling dat de gezinsgerichte benadering ophoudt als de gedetineerde jongere vrij komt: de jeugdreclassering neemt de begeleiding dan vaak over. Ook eventuele gezinstherapie wordt voortgezet.

Conclusies

In haar onderzoek heeft Simons onder meer ontdekt dat ouders gevoelig zijn voor de opstelling van de medewerkers van de JJI: ze moeten zich nodig en welkom voelen. Simons: ‘Als ze ook maar even de indruk hebben dat ze medeverantwoordelijk worden gehouden voor het verblijf van hun kind in de JJI, bestaat het risico dat ze afhaken.‘ En verder vinden ouders met een migratieachtergrond het belangrijk dat er kennis is van en begrip voor hun cultuur. Bij voorkeur worden ze met hun moedertaal aangesproken, zeker als ze niet zo goed Nederlands spreken. Maar dat niet alleen. ‘Vaak zijn in andere culturen personen uit de extended family betrokken bij de opvoeding’, aldus Simons, ‘bijvoorbeeld een grootouder of een tante. Ook die moet dan een rol krijgen.’

Effect op de langere termijn

En wat is het effect op de langere termijn? Simons: ‘Het programma Gezinsgericht werken is in 2017 omgezet naar JeugdzorgPlus en daarin loopt nu een uitgebreid onderzoek. De eerste voorlopige resultaten wijzen erop dat meer gezinsgericht werken leidt tot gunstige uitkomsten zoals een kortere verblijfsduur in de instelling, het vaker terugkeren naar huis en het vaker inzetten van gezinstherapie. De verwachting is dat het betrekken van ouders dempend werkt op het risico op recidive maar daar zijn vanuit het huidige onderzoek nog geen harde cijfers over. 

Promotie van Inge Simons op 5 september 2018

Tekst: Corine Hendriks
Foto's jeugdinstelling:
©Marcel van den Bergh
Mail de redactie

Inge Simons was als promovendus verbonden aan de Academische Werkplaats Risicojeugd, waarbij ze werkte vanuit Curium, het psychiatrisch centrum voor het kinderen en jongeren van het LUMC. Daarnaast werkte ze gedurende haar promotieonderzoek als GZ-psycholoog in Teylingereind twee jaar als postdoc onderzoeker voor het onderzoek van het ExtrAct Consortium naar Systemen versterken in JeugdzorgPlus. Nu werkt ze als GZ-psycholoog bij De Jutters (Parnassia Groep) voor de kinderafdeling van het LangeLand Ziekenhuis in Zoetermeer.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie