Universiteit Leiden

nl en

Wetenschappers en praktijkpartners doen samen onderzoek naar jongeren

Hoe moet het onderwijs van de toekomst eruit zien? En hoe zorgen we ervoor dat jongeren zich optimaal ontwikkelen tot slimme en sociale volwassenen? Deze en andere vragen staan centraal in twee onderzoeksroutes van de Nationale Wetenschapsagenda. De routes presenteerden hun eerste resultaten op 19 februari in Museum Volkenkunde in Leiden.

De twee onderzoeksroutes zijn voortgekomen uit de Nationale Wetenschapsagenda (NWA), een ambitieus programma waarin wetenschap en maatschappij op zoek gaan naar oplossingen voor actuele maatschappelijke vraagstukken (zie kader). Onlangs ontvingen de twee routes ieder een ‘startimpuls’ van 2,5 miljoen euro waarmee ze de drie jaar lang onderzoek kunnen doen.

Eveline Crone (voorgrond) en Judi Mesman (midden) tijdens de presentaties.

Goed op weg

‘Vandaag laten we zien dat we goed op weg zijn om vorm te geven aan de uitvoering van deze routes van de Nationale Wetenschapsagenda,’ zegt Eveline Crone, hoogleraar Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie aan de Universiteit Leiden. ‘Het is ons in korte tijd gelukt om op onze thema’s projectgroepen te organiseren waarin wetenschappers samenwerken met docenten, schooldirecteuren, maatschappelijke organisaties, noem maar op. Daar zijn we trots op, en dat laten we graag zien.’

Crone is trekker – of eigenlijk ‘boegbeeld’ – van de route NeurolabNL. Die route verenigt het cognitie-, gedrags-, en neurowetenschappelijk onderzoek in Nederland, waarbij onderzoekers onder meer kijken hoe onze hersenen informatie verwerken. Ook de andere route die zich vandaag presenteert wordt getrokken door een Leidse wetenschapper. Judi Mesman – hoogleraar 'Interdisciplinary Study of Societal Challenges' – trekt de route Jeugd in ontwikkeling, opvoeding en onderwijs samen met hoogleraar Monique Volman (UvA). In deze route bekijken wetenschappers en hun praktijkpartners hoe het bestuderen van de jeugd kan leiden tot maatschappelijke innovaties.

Berna Güroğlu tijdens de presentatie van haar deelproject.

Sociale cohesie in de klas

Aan voorbeelden geen gebrek op deze aftrapbijeenkomst. Zo stelden de verschillende onderzoeksprojecten binnen deze twee routes zich voor aan het publiek. Wetenschappers uit Leiden en Nijmegen willen bijvoorbeeld weten hoe je de sociale cohesie binnen een klas kunt meten en versterken. Want de klas is immers een ‘mini-samenleving’, en de opgedane sociale vaardigheden draag je de rest van je leven mee. Ook buiten de muren van de school. Basisschool Het Galjoen in de Haagse Transvaalwijk is een van de maatschappelijke partners, want daar moet de opgedane kennis uiteindelijk tot (nog) beter onderwijs leiden.

Een ander groot maatschappelijk probleem is het buitensluiten en pesten van kinderen. Het kan leiden tot eenzaamheid, depressie, slechtere schoolprestaties of zelfs zelfmoordpogingen, laat Berna Güroğlu (Universiteit Leiden) zien. Maar wat doet langdurige uitsluiting precies in het brein? Ze wil het de komende jaren onderzoeken met hersenonderzoekers uit Groningen, Leiden en Rotterdam. Praktijkpartner is onder meer de organisatie KiVa, die anti-pestprogramma’s aanbiedt op basisscholen.

Het jongerenpanel kijkt kritisch naar de onderzoeksvoorstellen.

Jongeren geven feedback

Uiteraard werd er niet alleen over jongeren gepraat, maar ook mét jongeren. Een jongerenpanel gaf stevige feedback op de deelprojecten. ‘Wil je de samenhang binnen een schoolklas verbeteren, dan moet je de jongeren een gezamenlijk doel geven,’ zei Fahima. ‘Denk bijvoorbeeld aan sport, daardoor zie je de overeenkomsten tussen klasgenoten in plaats van de verschillen.’ En Elisa ziet een duidelijke rol weggelegd voor de docent: ‘Soms moet je het gesprek forceren door verschillende scholieren bij elkaar in een groep te zetten.’

Marjan Hammersma, secretaris-generaal van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Samenleving, vertelde in haar keynote speech hoe belangrijk het is dat wetenschappers en praktijkparters samen het antwoord vinden op vragen uit de samenleving. En ook Kinderombudsman Margrite Kalverboer is overtuigd van het belang van betere samenwerking. ‘Ik merk dagelijks hoever die twee vaak van elkaar af staan. Want hoe vaak gebeurt het nou dat een interessant proefschrift wordt doorvertaald in concreet beleid? En hoe vaak zie je nou dat het beleid gestoeld is op de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek? Deze routes van de NWA hebben de potentie om de maatschappelijke impact van wetenschappelijk onderzoek te vergroten, én om het beleid te verbeteren. Daar ben ik ontzettend blij mee.’

Foto's: Marc de Haan.

Over de Nationale Wetenschapsagenda

De Nationale Wetenschapsagenda (NWA) is gebaseerd op ruim 12.000 vragen vanuit de samenleving. Die zijn gecategoriseerd in 25 actuele maatschappelijke vraagstukken: de routes. Wetenschap en maatschappij gaan samen op zoek naar oplossingen voor deze vraagstukken.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie