Universiteit Leiden

nl en

Nanodeeltjes: wondermateriaal met een keerzijde?

Piepkleine nanodeeltjes zorgen voor een heuse nieuwe industriële revolutie. Maar er is nog weinig bekend over mogelijke schade aan de voedselketen. Een internationale groep gaat het onderzoeken, en Leidse wetenschappers spelen daarbij een sleutelrol.

Krasvrije brillenglazen, goedwerkende zonnebrandcrème en effectievere kankerbestrijding. Het zijn zomaar wat zaken die we te danken hebben aan het gebruik van nanotechnologie. Dankzij de inzet van piepkleine deeltjes op nanoschaal komen ineens allerlei toepassingen binnen handbereik die we eerder niet voor mogelijk hielden. Bedrijven in de Europese Unie lopen voorop in het gebruik van die technologie.

Van cel tot voedselketen

Onduidelijk is echter of het wondermateriaal ook een keerzijde heeft. Dat zou zomaar kunnen, want de piepkleine deeltjes dringen veel dieper het lichaam binnen dan andere stoffen. De Universiteit Leiden en internationale partners gaan nu onderzoek doen naar de eventuele schadelijkheid van langdurige blootstelling aan lage doses van het materiaal. Ze kijken daarbij niet alleen naar individuele cellen of organismen, maar ook naar volledige voedselketens. Nog niet eerder werd zo systematisch in kaart gebracht hoe nanodeeltjes zich bewegen van prooi naar roofdier.

13 miljoen

‘Eerder is al wel vastgesteld dat organismen geen schade overhouden aan acute blootstelling aan nanomateriaal,’ zegt Martina Vijver, universitair hoofddocent Ecotoxicologie. Zij coördineert het Leidse deel van het PATROLS-project waarvoor in totaal meer dan 13 miljoen euro aan Europees geld beschikbaar is. ‘Maar het is nog niet duidelijk wat het effect is van een langdurige blootstelling aan een lage dosis. Ook asbest werd ooit geprezen als een wondermateriaal, maar dat bleek op de lange termijn een enorme vergissing te zijn. Wij willen zo’n zelfde fout voorkomen door in een vroeg stadium uitgebreid onderzoek te doen.’

Spijsvertering

Terwijl buitenlandse onderzoekers van het internationale consortium kijken naar longen en lever, bestuderen de Leidse onderzoekers specifiek de invloed op de spijsvertering. Ze bekijken hoe het nanomateriaal zich verspreidt door darmcellen en –bacteriën. Dat doen ze op alle mogelijke niveaus: op moleculair en op celniveau, maar ook in 3D-cellen en complete organismen zoals zebravissen en in zoogdierdata. Vijver: ‘Tot slot kijken we naar volledige ecosysteempjes. In een soort jampot bootsen we een voedselketen na met algen, watervlooien, libellelarven (zie afbeelding) en de larven van de zebravis. We houden nauwkeurig in de gaten welke beesten elkaar opeten, en hoe de nanodeeltjes zich verspreiden in de darmen en door het hele lichaam van de beesten. En of dat leidt tot gezondheidsproblemen.’

Wetgeving

Uiteindelijk willen de samenwerkende wetenschappers over drieënhalf jaar meer weten over de eventuele schadelijkheid van nanodeeltjes. Op basis van deze risico-inschatting kan de Europese Unie besluiten of het nodig is om strengere wetgeving te maken voor het gebruik van nanomaterialen.