Universiteit Leiden

nl en

Professor Matthias Haentjens benoemd in Expert Group van de Europese Commissie

Hoogleraar Financieel Recht Matthias Haentjens is recent benoemd tot lid van een Expert Group van de Europese Commissie over een Europees stelsel van conflictregels ten aanzien van effecten en vorderingen. Deze deskundigengroep heeft tot doel het bijstaan van de Commissie in haar werk om te komen tot regels van internationaal privaatrecht inzake de derdenwerking van (transacties in) effecten en vorderingen.

Het door de Commissie in september 2015 gepresenteerde Actieplan Kapitaalmarktunie beoogt in 2017 met een doelgerichte aanpak te komen voor regels met betrekking tot de eigendom van effecten en de werking van een cessie van een vordering jegens derden. Het uiteindelijke doel hiervan is grensoverschrijdende investeringen te stimuleren. In een Commissiemededeling van september 2016 heeft de Commissie expliciet aangegeven dat ze een wetgevingsvoorstel zal voorbereiden inzake de vaststelling van het toepasselijke recht ten aanzien van de eigendom van effecten en de gevolgen van een overdracht van vorderingen jegens derden. Dit vraagstuk is al door diverse internationale fora aangekaart. Zo is in 2002 het Haags Effectenverdrag aangenomen dat regels introduceert over het toepasselijke recht van bepaalde rechten met betrekking tot effecten die worden aangehouden door een intermediair. Het in 2001 aangenomen VN-verdrag over een stelsel van conflictregels inzake de gevolgen van de overdracht van vorderingen jegens derden is echter nog niet van kracht. 

Ook de Commissie is zich al lange tijd bewust van dit vraagstuk. Zo is in artikel 27 lid 2 van de verordening inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (“Rome I”) opgenomen dat de Commissie een verslag zou uitbrengen over het vraagstuk van de werking van een cessie of subrogatie van een vordering jegens derden en de voorrang van de gecedeerde of gesubrogeerde vordering boven een recht van een ander persoon. Hiertoe kwam de Commissie op 29 september 2016 met een verslag waarin een aantal mogelijke benaderingen werd besproken en de nadruk werd gelegd op de link met effectentransacties. 

Transacties in gedematerialiseerde effecten en vorderingen vormen de ruggengraat van de financiële markten en zijn van cruciaal belang voor een groot aantal activiteiten op de markten. De vraag of deze transacties ook geldig zijn jegens derden is van belang voor marktdeelnemers die niet als contractpartij bij een transactie kwalificeren maar die op een andere manier met één van de partijen in een relatie staan en die zekerheid behoeven inzake het recht op deze effecten of vorderingen. In een puur nationale context levert dit geen problemen op maar bij grensoverschrijdende transacties is het niet helder welk recht van toepassing is. Op Europees niveau is er weinig geharmoniseerd en dat maakt dat grensoverschrijdende transacties een enorm potentieel risico in zich dragen en kunnen leiden tot enorme financiële schade. Dat leidt tot het onwenselijke gevolg dat nationale rechtstelsel verschillende betrokkenen als eigenaar kunnen aanmerken.