Universiteit Leiden

nl en

Symposium 'Ethics and Moral Hazard in the Banking Union'

Op 10 november 2016 organiseerde het Hazelhoff Centre for Financial Law een symposium over 'Ethics and Moral Hazard in the Banking Union' in het historische Academiegebouw van de Universiteit Leiden.

Na de financiële crisis is financiële ethiek en daarmee verband houdende onderwerpen zoals moral hazard een topprioriteit geworden van regelgevers. Zij beschouwen het als een van de oorzaken van de laatste wereldwijde crisis. De Europese Unie heeft met een groot aantal richtlijnen en verordeningen geprobeerd het probleem te elimineren. Het Europees resolutiemechanisme, Single Resolution Mechanism (SRM) en het mogelijke Europees depositogarantiefonds zorgen voor sterke financiële vangnetten in de Eurozone. Paradoxaal genoeg leidt een dergelijke bescherming ertoe dat ondernemingen activiteiten met excessieve risico’s zullen ontplooien. Dit vormt een groot gevaar voor het gehele financiële stelsel in de Eurozone. Verschillende belanghebbenden zoals bankmanagers, aandeelhouders, depositohouders en financiële wederpartijen vertrouwen erop dat overheden uiteindelijk de noodzakelijke steun verlenen wanneer dat nodig is. In een supranationale context zoals de Europese Unie is er nog een extra dimensie. Lidstaten zouden ervan uit kunnen gaan dat de EU steun verleend aan een falend nationaal banksysteem. Vier vooraanstaande sprekers brachten, ieder vanuit hun eigen perspectief, de relatie tussen excessieve risico’s en de vormgeving van het Europees resolutiemechanisme (SRM) in verbinding met de Europese Bankenunie voor het voetlicht. Prof. Dr. Matthias Haentjens en dr. Gijsbert ter Kuile zaten het symposium voor. Matthias Haentjens is hoogleraar financieel recht en directeur van het Hazelhoff Centre for Financial Law aan de Universiteit Leiden. Gijsbert ter Kuile is momenteel werkzaam als juridisch adviseur bij het secretariaat van het toezichtsorgaan van de Europees Centrale Bank. 

Bankmanagement en risicogedrag: psychologie & verkeerde prikkels

De eerste twee sprekers gingen in op het risicogedrag van het bankmanagement. Matthias Haentjens verzorgde ter inleiding van hen een korte introductie over het probleem van moral hazard. Professor Haentjens ging hoofdzakelijk in op het recent inwerking getreden Europees resolutiemechanisme (SRM) en de richtlijn voor herstel en afwikkeling van banken (BRRD). 

Na deze korte introductie was het de beurt aan Frank Elderson zijn visie op het probleem uiteen te zetten. Hij is sinds 1 juli 2011 directeur van De Nederlandsche Bank (DNB) en in die hoedanigheid onder andere verantwoordelijk voor het toezicht op pensioenfondsen en juridische zaken. Bovendien is hij directeur van de nationale resolutieautoriteit. Volgens Frank Elderson kunnen toezichthouders excessief gedrag door financiële ondernemingen niet geheel uitbannen, maar kunnen zij wel de waarschijnlijkheid dat een instelling failliet gaat verkleinen. Hij doelde met die uitspraak op een nieuwe manier van toezicht waarin DNB zich meer toelegt op het afnemen van psychologische toetsen op bankmanagement niveau. Hij benadrukte dat het toezicht door DNB op deze wijze beter is toegesneden op de psychologische valkuilen die ten grondslag liggen aan irrationeel gedrag door het bankmanagement. Volgens Frank Elderson zijn banken en andere ondernemingen enthousiast over deze nieuwe aanpak. Ook de ECB is geïnteresseerd in deze nieuwe strategie van DNB.  

De tweede spreker was Petra van Hoeken. Zij is sinds 1 april 2016 lid van de Raad van Bestuur en Chief Risk Officer van Rabobank. Petra van Hoeken was van mening dat de oprichting van een Europees resolutiefonds een nieuw financieel vangnet zal creëren, ondanks het feit dat de Europese wetgever juist het tegenovergestelde effect hiermee wil bereiken. Echter, een dergelijk fonds vormt niet per definitie een prikkel voor ondernemingen zich irrationeel te gedragen. Ondernemingen moeten van binnenuit zorgen voor een integere en transparante bedrijfsstrategie, waarin de klant centraal staat. Instellingen worden volgens Petra van Hoeken echter beperkt deze verandering door te zetten door een steeds groter wordend wettelijk kader. In de woorden van Petra van Hoeken, leidt deze over de gehele sector gevoelde regeldruk tot een unlevel playing field voor banken. Technologische ontwikkelingen op het gebied van financiële dienstverlening nemen een enorme vlucht en leidt tot veel niet-gereguleerde partijen. Het is daarom zaak dat ook de toezichthouder zijn beleid hierop aanpast en acht slaat op deze ontwikkelingen. 

Fietshelmen en ballonnen

Na de pauze opende dr. Gijsbert ter Kuile het tweede gedeelte van het symposium. Hij was van mening dat het nemen van risico’s inherent is aan het leiden van een bedrijf. Daarom zijn risico’s an sich niet verkeerd, maar zijn excessieve risico’s dat wel. Dat is de reden dat de maatschappij moet worden beschermd tegen deze laatste risico’s. Interessant onderzoek van de Universiteit van Bath heeft laten zien dat deelnemers aan het onderzoek die een fietshelm droegen een ballon meer op durfden te blazen dan deelnemers die geen helm droegen. Het resultaat toont dus aan dat mensen onbewust geneigd zijn grotere risico’s te nemen wanneer zij enige vorm van bescherming genieten. Deze conclusie is ook handzaam in de discussie over moral hazard in de financiële sector, want het suggereert dat een vangnet alleen niet de nodige bescherming biedt tegen excessief gedrag. 

Jan Reinder de Carpentier was de derde spreker van de dag. Hij werkt sinds oktober 2015 voor het secretariaat van de Europese resolutieautoriteit, Single Resolution Board (SRB), en is onder andere verantwoordelijk voor juridische zaken en compliance. Het doel van de SRB is er voor te zorgen dat banken op een gestructureerde manier worden afgewikkeld met minimale impact voor de maatschappij. Om dit bereiken werkt de SRB nauw samen met de nationale resolutieautoriteiten. De SRB is direct verantwoordelijk voor de afwikkeling van significante banken in de Eurozone en kan daarom als bevoegde autoriteit de afwikkeling van een falende instelling in gang zetten. Eén van de principes van het Europees afwikkelingsmechanisme is dat aandeelhouders en schuldeisers eerst de verliezen dragen. Uiteraard is dit met waarborgen omkleed. Zo is iedere schuldeiser slechts gehouden niet meer dan zijn eigen gedeelte van het verlies te dragen. Het Europees resolutiefonds, Single Resolution Fund (SRF), kan onder strenge voorwaarden als laatste redmiddel worden benut. 

Karl-Philipp Woijcik was de laatste spreker van het symposium. Hij is werkzaam bij de juridische dienst van de Europese Commissie en adviseert de Europese Commissie op het terrein van het financieel recht, in het bijzonder toezichts- en resolutievraagstukken. Hij is bovendien nauw betrokken geweest bij de oprichting van de Europese Bankenunie. Of de schakel tussen lidstaten en banken definitief kan worden verbroken met deze nieuwe regels en de belastingbetaler niet langer opdraait voor de kosten van een crisis, hangt af van de effectiviteit van een afwikkelingsinstrument. Zoals reeds eerder aangehaald, is één van de doelen van dit mechanisme dat aandeelhouders en schuldeisers de eerste verliezen dragen. Dit brengt echter ook systeemgevaren met zich, want banken en andere financiële instellingen zijn nauw met elkaar verweven. Dat betekent dat veel banken aandelen of obligaties in andere ondernemingen hebben. Bij de toepassing van een afwikkelingsinstrument is dat een belangrijke reden om af te wegen. Een antwoord op de vraag of de recent geïntroduceerde tweede pilaar van de Europese Bankenunie leidt tot excessief gedrag kan helaas nog niet worden gegeven. Voor dat antwoord zijn we helaas overgeleverd aan de grillen van een volgende financiële crisis. 

Het symposium is georganiseerd met steun van EURO-CEFG.