Universiteit Leiden

nl en
Tropenmuseum

‘Indonesiërs willen ook nuance in onderzoek dekolonisatieoorlog’

Na een jarenlange lobby gaat het kabinet een onafhankelijk onderzoek financieren naar de dekolonisatieoorlog (1945-1950) in voormalig Nederlands-Indië. Dat is mede te danken aan het werk van hoogleraar (post)koloniale geschiedenis Gert Oostindie, directeur van het KITLV. ‘Indonesiërs reageerden opgelucht.’

U lobbyt al jaren voor onderzoek naar de dekolonisatie. In 2012 pleitte u hiervoor namens drie onderzoeksinstituten (het KITLV, het NIOD en het NIHM) en in 2015 publiceerde u het boek Soldaat in Indonesië.  Wat is uw reactie op dit kabinetsbesluit?

‘We zijn heel tevreden. Het is belangrijk dat er nu echt een groot onderzoek komt naar de dekolonisatieoorlog, de grootste oorlog die Nederland ooit gevoerd heeft. En natuurlijk zijn we blij dat onze inspanningen na al die jaren beloond zijn. Het was overigens een spannende week. Er waren wel allerlei geruchten dat het kabinet iets zou beslissen, maar er was geen direct contact. We vernamen het nieuws uit de pers dat het onderzoek zal worden uitgevoerd door de drie instituten.’

Had u het besluit ook verwacht?

‘Een paar jaar geleden leek de tijd er minder rijp voor. De vorige Indonesische regering gaf aan dat het niet hoefde. De Indonesische republiek heeft een soort founding myth: dat de Indonesiërs eensgezind de Nederlanders eruit hebben gegooid. Maar onderling was er aan hun kant ook veel geweld en verdeeldheid en dat ligt gevoelig. De scepsis aan Indonesische kant was voor het Nederlandse kabinet reden om terughoudend te zijn. Ik begrijp dat, maar Indonesië moet natuurlijk niet de Nederlandse onderzoeksagenda bepalen. 
‘De laatste jaren zijn er veel symposia gewijd aan de dekolonisatieperiode en politici toonden belangstelling. Ook de media berichtten veel over het onderwerp. We merkten dat het tij begon te keren. Premier Rutte was onlangs op staatsbezoek in Indonesië. Hij zal toen de juiste toon hebben gevonden in zijn gesprek met de Indonesische regering.’ 

U concludeert in uw boek Soldaat in Indonesië dat Nederlandse militairen extreem en structureel geweld gebruikten en historicus Remy Limpach trekt dezelfde conclusie in zijn dit jaar verschenen proefschrift. Wat moet nog onderzocht worden?

‘Inmiddels weten we inderdaad een stuk meer. Limpach baseert zijn onderzoek op Nederlandse overheidsarchieven, ik gebruikte egodocumenten van Nederlandse soldaten zoals dagboeken en memoires. Maar er is veel dat we onvoldoende begrijpen, zoals de context van het geweld. Hoe reageerden de politiek, het bestuur en justitie? We willen beter zicht krijgen op de geweldsketen: hoe ging een besluit van de politiek naar de militaire leiding en op welke wijze leidde dat tot geweld van een militair?
'Er is bovendien nog veel te weinig gewerkt met Indonesische bronnen, bijvoorbeeld over Indonesisch geweld. Er zijn dus nog genoeg onderzoeksvragen, waar we overigens ook studenten bij betrekken. De laatste jaren hebben tientallen studenten bij ons onderzoekservaring op gedaan. Daar blijven we nu mee doorgaan. Dit onderzoek versterkt ook de samenwerking tussen de universiteit en het KITLV.’ 

Soldaat in Indonesië is dit najaar in het Indonesisch vertaald. Hoe is uw boek daar ontvangen?

‘De reacties waren positief, soms ontroerend. Indonesiërs, wier familieleden destijds geëxecuteerd zijn, vertelden mij dat ze opgelucht zijn, omdat het boek er niet omheen draait. Zo kunnen we beter samen verder. In september dit jaar heb ik samen met Ireen Hogenboom, die mij ondersteunde bij het onderzoek, een tournee gemaakt door Indonesië. We bezochten veertien universiteiten met volle zalen,  de studenten waren heel nieuwsgierig. Ze kennen toch vooral de clichés, van lompe en gewelddadige Nederlandse militairen. In mijn boek bied ik meer nuance, ik beschrijf gruwelijk geweld, maar ook dat soldaten twijfels hadden over de oorlog. Die nuance wordt gewaardeerd.’ 

Zal nieuw onderzoek ook leiden tot nieuwe claims voor schadevergoeding van nabestaanden?

‘Dat zou kunnen, maar daar gaan wij niet over. Het is een taak van de overheid om te beslissen over claims. Onze rol is ouderwets gezegd de waarheid boven tafel krijgen en het verhaal compleet te krijgen, zonder moraliseren of ‘prijskaartjes’ geven. Dat is heel waardevol voor de relatie tussen beide landen.’

(LvP)