Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Dwars door het puinstof heen

Literatuur biedt een nieuwe kijk op de jaren 50, zegt neerlandica Marije Groos. Schrijvers en dichters waren veel sterker geëngageerd dan tot nu toe werd gedacht. Promotie op 17 maart.

In de donkerste dagen van de Koude Oorlog leek alles versteend, zei Harry Mulisch ooit. En geef hem eens ongelijk. Reizen, sporten en trouwen deed je met mensen van je eigen overtuiging of religie. Over het recente oorlogsverleden werd liever gezwegen dan gesproken. En kritiek op het Nederlandse koloniale beleid was haast onacceptabel. 

Culturele voorhoede

Literaire tijdschriften bieden nu een nieuwe kijk op dit historische verhaal, zegt Marije Groos. Zij deed de afgelopen jaren onderzoek naar engagement in de Nederlandse literatuur in de jaren 50. Veel schrijvers en dichters hadden wel degelijk een mening over de grote politieke vraagstukken. Het gevaar van een atoomoorlog, de macht van de kerk en de gruwelen van de concentratiekampen: de culturele voorhoede schreef er al over toen het voor anderen nog te vroeg was.

Gemartelde bruid

Neem nou de beroemde dichter Lucebert. Hij is misschien wel het bekendste gezicht van zijn generatie schrijvers. Eind jaren 40 – toen Nederland uit alle macht de onafhankelijkheid van Indonesië probeerde te voorkomen – schreef hij al een vlammend protest, Aan onze gemartelde bruid Indonesië. Volgens de dichter lagen er door toedoen van de Nederlandse kolonisator ‘plassen bloed’ op Java.

ik ben de bruidegom zoete boeroeboedoer
hoeveel wreekt de bruidegom de bruid
als op java plassen bloed zij stuiptrekt
uitbuiters hun buit haar ogen oesters inslaan en uitzuigen?

(Uit: Aan onze gemartelde bruid Indonesië)

Veelzijdiger beeld

Volgens Groos is het belangrijk dat we deze geëngageerde geluiden meenemen in onze geschiedschrijving van de jaren 50. Een nauwkeurige studie van de literatuur kan bijdragen aan een veelzijdiger beeld van die periode. ‘Er leek in de maatschappij een grote mate van consensus te bestaan over belangrijke politiek-maatschappelijke thema’s, maar vanuit de literatuur klonken regelmatig felle tegenstemmen op. In essays, proza en ook in de poëzie – een genre dat vaak ten onrechte buiten het literaire engagement wordt gelaten – ageerden schrijvers en dichters tegen brandende kwesties als de Duitse herbewapening, de atoomwapenwedloop en de felle anticommunistische strijd. Literatuur en politiek raakten met elkaar verweven.’

Atoombom

Zo schreef Rudy Kousbroek in 1954 een manifest met de scherpe titel Mit brennender Sorge, gericht tegen de Duitse herbewapening. De schrijver beschrijft het gemak waarmee de gruwelen van de oorlog lijken te worden vergeten als de voormalige vijand weer nieuwe wapens in handen krijgt. Lucebert verbond in een poëtisch spel eveneens de Koude Oorlog aan de Tweede Wereldoorlog:

de atoombom bekroonde het concentratiekamp
en wij dachten nu worden wij wakker
brachten uit een rode oostewind
een hard en waakzaam woord
dit niet vergeten

(Uit: De stem van de meester)

Oorlogsverleden

Ook reflecteerden dichters en schrijvers al vroeg in de jaren vijftig op het nationale oorlogsverleden. De verschrikkingen van de oorlog werden volgens hen te gemakkelijk onder het tapijt geveegd, de Jodenvervolging kreeg nauwelijks aandacht. Een nieuwe Koude Oorlog stond bovendien alweer voor de deur. ‘De koude vrieslucht deed de tranen bevriezen’, resumeerde Gerrit Kouwenaar.

Meervoudige betekenissen

Die zucht naar verandering vind je niet alleen terug in de inhoud van de teksten, maar ook in de schrijfstijl. Veel meer dan voorheen speelden de dichters met gedachteassociaties, meervoudige betekenissen, alliteraties en assonanties, waardoor nieuwe betekenissen ontstonden. Die vernieuwing is volgens Groos niet los te zien van hun politiek-maatschappelijke standpunten. Zo was het bevlogen werk van de Vijftigers zowel gericht op de wederopbouwmaatschappij als op de poëzie zelf. Remco Campert verwoordde het in 1950 treffend. Volgens hem was de poëzie ‘een stem dwars door puinstof heen’.

Op 17 maart verschijnt de handelseditie van het proefschrift Een hard en waakzaam woord bij uitgeverij Verloren.

Fotograaf: Onno de Wit