Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Vruchtresten uit oliepalmzaden: verwerken tot bio-ethanol of gebruiken als bodembemester?

Als de olie uit oliepalmzaden is gewonnen, kunnen de vruchtresten dienen als grondstof voor bio-ethanol. Maar uitgestrooid op de oliepalmplantage bemesten ze de bodem. Wat is milieuvriendelijker? Edi Wiloso vergeleek bij het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden de beide groene opties. Promotie op 29 oktober.

Natte massa

De vrucht van de oliepalm
De vrucht van de oliepalm

Als de olie is geperst uit de pitten van oliepalmvruchten, blijft een natte massa vruchtresten achter. De olie wordt gebruikt in margarine, frituurolie, aardappelchips, tacochips, sauzen en koekjes en als grondstof voor zeep. In Indonesië, de grootste producent van palmolie ter wereld, werd het idee geboren om resterende massa om te zetten in ethanol, een groen alternatief voor fossiele brandstof. Maar uit het onderzoek van Wiloso blijkt dat het milieu daarmee niet altijd beter af is.

Hogere opbrengst door bodembemesting

De vruchten zitten bij honderden tot duizenden bijeen in een dichte, tot 25 kg zware tros
De vruchten zitten bij honderden tot duizenden bijeen in een dichte, tot 25 kg zware tros

In de huidige praktijk gaan de vruchtresten meestal terug naar de oliepalmplantages waar ze worden gebruikt als groenbemester. Voedingstoffen lekken vanuit de massa in de grond en komen beschikbaar voor de bomen. Stopt men daarmee om groene energie te winnen, dan loopt de bodemvruchtbaarheid op de plantages terug en daalt de opbrengst. Grotere plantages zijn dan nodig om de productie van palmolie op peil te houden. Of de telers moeten kunstmest gaan gebruiken. Weegt de winst aan groene energie daar tegenop?

Levenscyclusanalyse

Wiloso ontwierp een methode om de milieubelasting van beide producten - groene energie en groenbemesting - te vergelijken op diverse aspecten, zoals de uitstoot van het broeikasgas koolstofdioxide. Hij ging uit van de levenscyclusanalyse, een benadering die de milieubelasting van een product in beeld brengt over de hele levensloop van dat product, van de winning van grondstoffen tot en met de verwerking na afdanken. Het maken van zo’n analyse is maatwerk, want bij elk product zijn weer andere aspecten van belang. Bij de analyses betrok hij alle mogelijke toepassingen van de oliepalmvruchtresten. Die zijn niet alleen geschikt als groenbemester of als grondstof voor bio-ethanol, maar dienen ook als bron van vezels die onder meer toepassing vinden bij de productie van matrassen of in de voedingsindustrie.

Geen eenduidige uitkomst

Geoogste trossen op een plantage
Geoogste trossen op een plantage
 

De huidige praktijk, waarbij de vruchtresten teruggaan naar de plantages als groenbemester, blijkt in veel gevallen het meest milieuvriendelijk. Wiloso: ‘Maar dat gaat ook weer niet altijd op. De uitkomst is sterk afhankelijk van de plaatselijke situatie; die moet per locatie worden geanalyseerd. Terug in Indonesië wil Wilosoi de toepassing van levencyclusanalyses gaan invoeren in de palmolie-industrie om die duurzamer te maken.

CML beste kandidaat

Wiloso werkt bij het Research Center for Chemistry van het Indonesian Institute of Sciences (LIPI, Puspiptek, Indonesië). De productie van bio-ethanol uit biomassa die overblijft na de oogst staat daar sinds 2010 op de agenda. Wiloso werd gevraagd te bepalen hoe vruchtresten van oliepalm milieuvriendelijk te verwerken. ‘Op internet zocht ik aan welke universiteit ik die vraag het beste kon aanpakken, en ik kwam terecht op de website van het CML.’ In 2014 richtte hij het Indonesian Life Cycle Assessment Network op.

Edi Iswanto Wiloso promoveert op 29 oktober op het proefschrift ‘Development of life cycle assessment for residue-based bioenergy’