Wildgroei aan moties in de Tweede Kamer leidt tot afnemende invloed
In de media beeld: Wesley Tingey via Unsplash
Het aantal moties in de Tweede Kamer is de afgelopen jaren explosief gestegen. De impact van het instrument neemt af, terwijl niet-uitgevoerde moties verwachtingen wekken die het vertrouwen in de politiek kunnen schaden. Wim Voermans, hoogleraar staatsrecht, aan het woord in een uitzending van EenVandaag.
Moties waren ooit een effectief middel voor Kamerleden om het kabinetsbeleid bij te sturen, maar door de sterke toename is hun betekenis onder druk komen te staan. Uit onderzoek van EenVandaag blijkt dat jaarlijks steeds meer moties worden ingediend, terwijl een groot deel ervan uiteindelijk weinig concreet resultaat oplevert. Volgens Voermans blijft het signaal van een aangenomen motie wel degelijk krachtig. ‘De meerderheid van de Kamer doet een uitspraak. Dat is iets waar de regering wel degelijk rekening mee zal willen houden. Daarmee kun je de regering of de minister sturen.’ Tegelijkertijd vindt hij dat de invloed beperkt is wanneer de Kamer zich via moties uitspreekt over grote geopolitieke kwesties. ‘Dat is als blaffen naar de maan.’
Kamerleden gebruiken moties niet alleen om beleid te beïnvloeden, maar ook om aan hun achterban middels een ‘voor- de -bühne-motie’ te laten zien waar zij voor staan. Dat leidt tot een dilemma: vrijwel alle partijen erkennen dat het aantal moties omlaag moet, maar vinden hun eigen voorstellen vaak te belangrijk om het achterwege te laten. Een eerder voorstel van het CDA om het aantal moties per partij te beperken kreeg dan ook geen meerderheid. Zo blijven moties een belangrijk politiek instrument, maar dreigt hun waarde af te nemen door overmatig gebruik. Daarentegen kunnen moties nog altijd grote maatschappelijke impact hebben, zoals de motie die heeft bijgedragen aan een herdenkingsjaar voor het slavernijverleden, excuses van de overheid en extra financiële middelen.