Universiteit Leiden

nl en

Mag een lid van het Koninklijk Huis zich openlijk over de politiek uitlaten?

Een prins die zich openlijk met de politiek bemoeit, kan en mag dat? Verschillende staatsrechtelijke experts, waaronder Wim Voermans, hoogleraar Staats- en bestuursrecht in Leiden, gaan in op deze vraag en duiden in Trouw in hoeverre het staatsrecht dit toestaat.

Prins Constantijn, lid van het Koninklijk Huis en medeoprichter van Techleap, is een graag geziene gast bij menig tv-programma, podcast en online platform, waar hij openhartig spreekt over nieuwe technologieën. Tegelijkertijd schroomt hij ook niet om zich openlijk uit te laten over het overheidsbeleid. Zo stelde hij dat de zogeheten box 3-wetgeving, die de Tweede Kamer onlangs na veel discussie en gemor aannam, niet deugt. Kan en mag dit?

Nu is het grondwettelijk zo geregeld dat de koning onschendbaar is en de ministers  verantwoordelijkheid zijn voor zijn daden en uitspraken. Voor de andere leden van het Koninklijk Huis geldt een afgeleide ministeriële verantwoordelijkheid. Zij hebben iets meer ruimte, zolang hun gedragingen en uitlatingen het openbaar belang niet schaden en de eenheid van de kroon en het regeringsbeleid niet in de weg zitten. Je kunt je afvragen of prins Constantijn met zijn kritiek op het door de Kamer goedgekeurde kabinetsbeleid het openbaar belang schaadt. Normaal wordt die grens tussen persoonlijke levenssfeer en openbaar belang bewaakt en afgestemd in gesprekken tussen de koning en de minister-president, maar door de timing vielen zijn uitspraken in een soort staatsrechtelijke niemandsland. Geen haan die er naar kraaide trouwens.

Wat Voermans betreft mag ‘Constantijn zijn gang blijven gaan, behalve als die gedragingen het openbaar belang of de eenheid van regeringsbeleid raken.’ In zulke gevallen moet een  minister daarover verantwoording afleggen aan de Kamer en niet de prins zelf. Om in de toekomst ongelukken te voorkomen, pleit de hoogleraar ervoor om het aantal leden van het Koninklijk Huis dat onder de ministeriële verantwoordelijk valt te beperken. ‘Anders kan het zomaar een bananenschil worden’. In het geval van prins Constantijn wil je hem ‘de ruimte gunnen om voor het bedrijfsleven op te komen, anders maak je hem monddood en moet je hem een inkomen van de staat geven’. ‘Dat willen we ook niet’. Maar zolang de ministeriële verantwoordelijk niet gewijzigd wordt kunnen zijn uitspraken nog wel degelijk voor ophef zorgen.

Meer weten?

Lees het volledige Trouw-artikel (€) 

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.