Universiteit Leiden

nl en
Dossier

Zelfportret met bontmuts

De Universiteitsbibliotheek bezit ongeveer honderd prenten en twee tekeningen van Rembrandt en daarnaast werk van zijn leerlingen en ateliermedewerkers. Daarom hangt dit geëtste zelfportret uit 1631, uit zijn Leidse periode, uitvergroot aan de gevel van de Universiteitsbibliotheek.

In Leiden gemaakt

Geen kunstenaar heeft zoveel zelfportretten gemaakt als Rembrandt. De eerste dateren uit de beginjaren van zijn loopbaan, halverwege de jaren twintig van de 17e eeuw, de laatste maakte Rembrandt in het jaar van zijn overlijden, 1669. Dit geëtste zelfportret dateert uit 1631, het jaar waarin hij vermoedelijk de overstap maakte van Leiden naar Amsterdam. Dat het portret nog in Leiden is gemaakt, is te zien aan de signatuur. In Leiden gebruikte Rembrandt het monogram RHL (Rembrandt Harmensz. Leydensis), in Amsterdam koos hij voor het voluit schrijven van zijn voornaam.

Rembrandt
Rembrandt,1631, ets, 63 x 57 mm, Universiteitsbibliotheek Leiden

Bontmuts

Rembrandts gelaatstrekken zijn meteen herkenbaar. Het ronde hoofd, de stevige neus, het baardje, de parmantige snor en de wilde krullen, die in al zijn vroege zelfportretten te zien zijn. Die krullen zijn bedekt met een bontmuts maar goed te zien is dat Rembrandt het haar al had weergegeven voor hij de muts toevoegde. De Leidse zelfportretten zijn in de eerste plaats studies in expressie. Rembrandt observeerde aan de hand van zijn eigen gezicht allerlei emoties: lachen, fronsen, pijn of verbazing, hij oefende het allemaal voor de spiegel en legde de uitdrukking snel vast op de etsplaat.

Zelfportret met bontmuts aan de gevel van de UB. Foto: Marc de Haan

Etskunst

Ook dit portret toont hoe belangrijk de weergave van het licht voor Rembrandt was. De rechterkant van zijn gezicht is voluit belicht, de linkerkant is vrijwel geheel door schaduwen bedekt. Het prentje is maar een paar centimeter groot. Toch laat Rembrandt een enorme variatie zien in de manier waarop hij de verschillende oppervlakten heeft aangeduid. De subtiele, fijne lijntjes voor het gezicht, zwierige lijnen voor de weergave van het haar en zware arceringen voor de kleding met bontkraag en de muts. In 1631 beoefende Rembrandt de etskunst pas een paar jaar, maar hij laat hier zien dat hij de techniek uitstekend beheerste.

  • Jef Schaeps Tekst: conservator Prenten en tekeningen Universiteitsbibliotheek Leiden

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie