Universiteit Leiden

nl en

Ontwikkeling van (beginnende) docenten

Hoe kunnen docenten het beste van elkaar leren en zich ontwikkelen? Jacobiene Meirink doet onderzoek naar de professionele ontwikkeling van leraren in het voortgezet onderwijs. Ze is met name geïnteresseerd in hoe leraren samen werken aan en leren van onderwijsontwikkeling. Meer inzicht in effectieve vormen van samenwerking kan bijdragen aan het stimuleren van een professionele leercultuur in scholen.

Er dreigt een tekort te komen aan jonge, academisch geschoolde leraren in het middelbaar onderwijs. Terwijl juist deze docenten leerlingen onder meer goed zou kunnen helpen bij het aanleren van wetenschappelijk denken, en de kwaliteit van het onderwijs zou kunnen verbeteren. Maar: het bedrijfsleven of de wetenschap lonkt. Weinig afgestudeerden denken aan een baan in het onderwijs.

Om net afgestudeerde mensen te verleiden om te kiezen voor een carrière in de bovenbouw van HAVO/ VWO, riep de overheid de trajecten ‘Eerst de Klas’ (in 2009) en ‘Onderwijstraineeship’ (in 2013) in het leven. Inmiddels zijn deze trajecten herontwikkeld, en gaat in het najaar 2018 een nieuw traject ‘Trainees in Onderwijs’ van start. Het nieuwe traject is mede vormgegeven op basis van onderzoek dat Jacobiene Meirink samen met Anna van der Want deed naar het begrip ‘professionele ruimte’, binnen de twee voorlopers.

Traineeships

Binnen de oude trajecten konden afgestudeerden meteen gaan betaald lesgeven (drie dagen per week), terwijl ze daarnaast de lerarenopleiding volgden (1 dag per week) én binnen hun werkweek tijd kregen om zich op andere vlakken te ontwikkelen (1 dag per week). Deelnemers aan het traject ‘Eerst-de Klas’ konden bijvoorbeeld een programma volgen over het ontplooien van leiderschapskwaliteiten bij grote organisaties zoals Shell. Deelnemers aan het Onderwijstraineeship kregen de mogelijkheid tot extra scholing om expertise op een bepaald onderwijskundig thema te ontwikkelen. De trajecten boden de deelnemers zo perspectief op een rol in het management of als docent met voortrekkersrol.

Onduidelijke invulling

De mate van zeggenschap die de trainees hebben om zelf vorm te geven aan de ontwikkeling van het onderwijs, wordt ook wel ‘professionele ruimte’ genoemd. ‘Maar’, vertelt Jacobiene Meirink, ‘het was onduidelijk hoe die professionele ruimte nu precies kon worden ingevuld en wat daar door verschillende betrokkenen - trainees, collega’s, schoolleiding - onder werd verstaan. De trainees zijn immers beginnend docent. Je hebt tijd nodig om jezelf een plek te verwerven binnen een school, je lessen te ontwikkelen, om collega’s te leren kennen en draagvlak te creëren als je vernieuwende ideeën hebt voor het onderwijs op die school. Hoe kunnen de trainees dit praktisch allemaal combineren?’

Meirink startte, als onderdeel van een groter onderzoek van de universiteiten Utrecht, Nijmegen en Leiden een onderzoek naar de invulling van professionele ruimte. De uitkomsten van zo’n onderzoek zouden de invulling van professionele ruimte effectiever kunnen maken, en de ontwikkeling van beginnende docenten beter kunnen ondersteunen.

Verwachtingen over een traineeship zijn binnen een school niet altijd helder, ontdekte Jacobiene Meirink

Tweeledig beeld

Het beeld dat naar voren kwam uit het onderzoek, was tweeledig. ‘Trainees hadden in hun eerste jaar veel ruimte gekregen om hun eigen onderwijs te ontwikkelen. Maar een bijdrage leveren aan onderwijsverbeteringen binnen een school, was lastig. Ze hadden last van hun beginnersstatus, of hielden in hun enthousiasme tot vernieuwing geen rekening met bestaande tradities binnen een school. Na het tweede jaar was ruimte creëren voor de ontwikkeling van onderwijs voor een in veel gevallen school beter gelukt. Onder meer omdat trainees meer tijd staken in maken van draagvlak onder collega’s. Soms was er in het tweede jaar dan wel weer minder ruimte voor ontwikkeling van het eigen onderwijs van een trainee.’

Draagvlak creëren

Aan de hand van de onderzoeksresultaten kon Meirink aanbevelingen doen, toen het ICLON hiernaar werd gevraagd in het kader van de herontwikkeling van de trajecten.

Meirink: ‘Aanbevelingen waren onder meer: geef meer aandacht binnen het traineeship voor het leren creëren van draagvlak onder collega’s. Oefen dit bijvoorbeeld met rollenspelen of via een gerichte opdracht - ga in gesprek met meer ervaren collega’s over hoe zij zoiets aanpakken. Ten tweede zijn verwachtingen over het traineeship binnen een school niet altijd helder, zo bleek uit de gesprekken met schoolleiders en met trainees zelf. In het vernieuwde traject doet dan ook een beperkt aantal scholen mee, die precies weten wat de trainees wel en niet kunnen – een indirect gevolg van ons onderzoek.’

Meirink is naast onderzoeker ook lerarenopleider bij het ICLON, waar een aantal deelnemers van het nieuwe traject de lerarenopleiding gaan volgen.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie