Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Eerste wetenschappelijk onderzoek naar Tolkienreligie

Markus Altena Davidsen schrijft met zijn proefschrift het eerste grote werk over de Tolkienreligie. Daarin onderzoekt hij de religie die zich baseert op de verhalen van de Britse fantasyschrijver J.R.R. Tolkien. Ook verklaart hij hoe fictie religieus kan worden. Promotie op 16 oktober.

Spirituele inspiratie

In zijn proefschrift The Spiritual Tolkien Milieu schrijft Davidsen dat de aanhangers van de Tolkienreligie een, grotendeels online, netwerk vormen van groepen en individuen die spirituele inspiratie putten uit de literaire mythologie van Tolkien. Deze schrijver is vooral bekend van The Lord of the Rings (1954-1955). De beweging kwam op in de jaren zestig en heeft tot op de dag van vandaag duizenden aanhangers over de hele wereld.

Katalysator

Davidsen interviewde voor zijn onderzoek tientallen Tolkiengelovigen. Hij ontdekte dat maar een heel klein percentage de verhalen letterlijk neemt. Grofweg zijn drie typen gelovigen te onderscheiden. Een deel van hen beschouwt het verhaal zelf als fictie maar gelooft wel in de beschreven bovennatuurlijke wezens. Daarnaast is er een groep die gelooft dat Tolkiens wereld een echte parallelle wereld is, waartoe de schrijver toegang kreeg door een visioen of openbaring. De grootste groep hanteert echter de zogenoemde verrekijkervisie. Zij ziet Tolkiens werk als fictie, maar zijn geïnteresseerd in de bronnen ervan, zoals de Keltische en Germaanse mythologie en natuurreligies. Tolkien fungeert dan slechts als katalysator.

Fiction-based religions

J.R.R. Tolkien
J.R.R. Tolkien

Het proefschrift bevat een uitgebreide analyse van de Tolkienreligie en haar belijders en onderzoekt ook het bredere fenomeen fiction-based religions. Dat zijn religies die niet claimen gebaseerd te zijn op waargebeurde geschiedenis maar stoelen op fictie. Davidsen beperkt zijn onderzoek tot religies die voortkomen uit literatuur, waarvan Tolkiens oeuvre het beste voorbeeld is. Maar er zijn ook buiten de literatuur voorbeelden, zoals het jediisme, waarvan de filmserie Star Wars de spirituele bron is.

Pratende bomen

The Silmarillion. Tolkien zou zelf de tekening op het omslag hebben gemaakt.
The Silmarillion. Tolkien zou zelf de tekening op het omslag hebben gemaakt.

Davidsen onderzoekt waaraan een tekst moet voldoen om als blauwdruk voor een nieuwe religie te dienen. Ten eerste moeten er fantastische, voor de lezer bovennatuurlijke elementen in voorkomen. Bijvoorbeeld magie, betoverde voorwerpen of pratende bomen. Essentieel zijn daarnaast de karakters waarmee de lezer zich kan identificeren zoals elfen, en bovenmenselijke wezens die als goden kunnen worden aangeroepen in rituelen. The Lord of the Rings zelf bevat niet veel van die figuren maar de vier jaar na Tolkiens dood door zoon Christopher gepubliceerde compilatie The Silmarillion (1977) wel. Die gaat over dezelfde wereld.

Hobbits in onze wereld

Het tweede kenmerk van religieuze fictieteksten is dat ze expliciet hun eigen waarachtigheid uitspreken. De teksten moeten dus over zichzelf zeggen dat ze over de echte wereld gaan, of in elk geval hun eigen fictionaliteit in twijfel trekken. Tolkien deed dat in het voorwoord bij de eerste uitgave van The Lord of the Rings. Hij zegt daarin te hopen dat de Hobbits die vandaag de dag nog in onze wereld leven, tevreden zullen zijn met het boek. Later kreeg hij daar veel spijt van, mogelijk omdat hij vond dat hij als zeer streng katholiek, zich deze frivoliteit niet had mogen veroorloven. Maar voor veel Tolkienreligieuzen zal dat niets uitmaken.

Promotie

16 oktober: promotie van Markus Altena Davidsen. The Spiritual Tolkien Milieu: A Study of Fiction-based Religion