Universiteit Leiden

nl en

Eeuwenoud Leids liedboekje opnieuw uitgegeven: ‘Je geeft mensen hun stad terug’

In het zeventiende-eeuwse Leiden werden overal liedjes gezongen, van markt tot kroeg. Sommige daarvan waren populair in het hele land, andere werden speciaal voor Leiden geschreven. Universitair docent Olga van Marion reconstrueerde samen met Jampie van Ginneken veertien van die lokale nummers en verzamelde ze in de bundel Leidse liedjes: wevers, vrijers en viswijven.

De Leidse liedjes komen uit een zeventiende-eeuwse liedbundel, Het Leydsche vreughden-hof. ‘In die tijd werden veel stedelijke liedboeken uitgegeven’, vertelt Van Marion. ‘Eerst kwam Amsterdam, toen Haarlem en in de jaren zestig van de zeventiende eeuw volgden drie boekjes met Leiden in de titel.’ Het Vreughdenhof is daarvan het meest ‘Leidse’. Van Marion: ‘Bij sommige van die bundels staat Leiden vooral in de titel, maar deze bevat veertien echt Leidse liedjes, die gaan over wandelen in Leiden, flirten in Leiden of over het harde bestaan van de wevers in Leiden.’

De liedjes vormen daardoor een unieke historische bron over het Leidse leven in de zeventiende eeuw. ‘We weten van alles over de universiteit en over rijke, beroemde mensen, maar de mensen uit deze bundel zijn helemaal niet beroemd of rijk’, vertelt Van Marion. ‘De dichter, Jacob Brugge, was waarschijnlijk een van de vele vluchtelingen die in de zeventiende eeuw na het Beleg en Ontzet naar Leiden kwamen en hier uiteindelijk zeventig procent van de bevolking uitmaakten. Hij werkte als wever van saai, een stevige, waterdichte wollen stof. Daarnaast dichtte hij liedjes over het leven dat hij kende. Door juist die opnieuw uit te geven, geef je mensen een geschiedenis terug. Ineens zie je hoe burgers hun stad beleefden.’

De Leidse versie van het Leytsch Vreughden-hof

Puzzelen met versies

Dat teruggeven van die geschiedenis had wel wat voeten in aarde. Van het Leydsche vreughden-hof bestaan nog twee exemplaren: een totaal verfomfaaid Leids exemplaar waar soms halve bladzijden zijn afgescheurd, en een iets netter gebleven versie uit een Haags archief. ‘Die Haagse is ontzettend slordig gezet’, vertelt Van Marion. ‘Er ontbreken complete regels, waardoor de liedjes niet meer rijmen.’ De nieuwe bundel is daarom waar mogelijk gebaseerd op de Leidse versie.

‘We hebben eerst met een hele werkgroep de teksten getranscribeerd,’ vertelt Van Marion. ‘Vervolgens ben ik er samen met Jampie van Ginneken, die tot vorig jaar docent aan het Stedelijk Gymnasium was, nog eens helemaal doorheen gegaan.’

Het omslag van Leidse liedjes: wevers, vrijers en viswijven

Informatie toevoegen

Vanwege het rijm en het ritme van de liedjes bleek het niet mogelijk om ze te hertalen naar modern Nederlands. Van Marion en Van Ginneken hebben de teksten voorzien van voetnoten en inleidingen. Van Marion: ‘We kwamen zoveel tegen wat we uit moesten zoeken. Dan werd er in een liedje een Rustenburger koek gegeten. In geen enkel woordenboek stond wat dat was. Uiteindelijk hebben we een historica om hulp gevraagd, die heeft verteld dat het een dubbelgevouwen koek met vulling geweest moet zijn.’

Twee musicologen hielpen met de muzikale notering van de liedjes. ‘In de zeventiende eeuw stonden er bijna nooit noten in een liedbundel’, vertelt Van Marion. ‘De liedjes werden gezongen op de melodie van andere, bekende liederen. Een regel als ‘Stem: Ei schone nymph’ was genoeg om mee te kunnen doen.’ Tegenwoordig is daar meer voor nodig, maar wie noten kan lezen, zingt volgens Van Marion zo mee. ‘Dit is muziek voor iedereen.’

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.