Hoe ga je in gesprek met je kind over wat het online kijkt?
Pedagogiek beeld: Pixabay
Van manosphere- en skincarevideo’s tot chats in online games: kinderen groeien op in een wereld die voor ouders niet altijd zichtbaar is. Pedagoog Marga Sikkema-de Jong legt uit welke impact de online wereld heeft op kinderen en hoe je als opvoeder in gesprek gaat over wat ze zien.
Vaak kijken kinderen al vanaf jonge leeftijd online filmpjes, spelen ze games of gebruiken ze social media. Anders dan in de fysieke wereld is er online geen geleidelijke opbouw. Er is geen veilige speeltuin waarna kinderen stap voor stap meer vrijheid krijgen. ‘Het is meteen de hele wereld’, zegt Marga Sikkema-de Jong, hoogleraar Onderwijs en opvoeding in een digitale wereld.
Andere perspectieven verdwijnen online
Naarmate kinderen meer online zijn, worden de interacties die ze daar hebben belangrijker in de ontwikkeling. Kinderen leren online hoe iets werkt en misschien op een eenzijdige manier. Want hoewel de online wereld enorm is, zien kinderen er vaak maar een klein deel van. Sociale media en andere platforms werken sterk algoritmisch. ‘Ze laten vooral meer van hetzelfde zien’, legt Sikkema-de Jong uit. ‘Daardoor zijn andere perspectieven minder zichtbaar en verdwijnt tegenspraak naar de achtergrond. Terwijl die juist essentieel zijn voor de ontwikkeling en oordeelsvorming.’
Dat vraagt volgens haar veel van ouders en opvoeders zoals leerkrachten. Zij moeten bewuster dan vroeger betrokken zijn bij de ontwikkeling van tegenspraak. Maar hoe ga je met jouw kind in gesprek over wat het online ziet en meemaakt?
Nieuwsgierigheid en betrokkenheid
Helaas is daar niet één trucje voor. Het draait om onvoorwaardelijk vertrouwen, legt Sikkema-de Jong uit. ‘Dat vertrouwen bouw je niet in één keer op. Het ontstaat van jongs af aan en kost tijd. Een kind moet weten dat het een gesprek kan voeren ook als je het niet met elkaar eens bent. Het is belangrijk dat je voorspelbaar reageert; niet de ene keer heel boos en de andere keer heel begripvol.’
Nieuwsgierigheid en betrokkenheid zijn de motor om een gesprek te starten over de digitale wereld volgens de hoogleraar. ‘Vraag wat je kind leuk vindt aan bepaalde filmpjes of websites. Probeer te begrijpen wat het aanspreekt. Je hoeft het niet met jouw kind eens te zijn. Als je kind keuzes maakt waar jij vraagtekens bij hebt, helpt het zelden om iets simpelweg te verbieden. Ga liever in gesprek over hoe je kind het ziet en hoe jij het ziet.’
Een gezond onderbuikgevoel
Uiteindelijk is het ook belangrijk dat kinderen zelf leren bepalen wat ze van online content vinden. Er wordt nu vaak gezegd dat kinderen en jongeren kritisch moeten leren denken, maar wat daarvoor nodig is blijft volgens Sikkema-de Jong in discussies vaak onderbelicht. ‘Het is geen losse vaardigheid die je even aan kunt zetten. Je krijgt het door parate kennis, taalvaardigheid en digitale geletterdheid: weten wie iets zegt, met welk doel en vanuit welke bron.’
Sikkema-de Jong benadrukt dat helaas niet alle online (en offline) ellende te voorkomen is, maar legt de nadruk op wat wel mogelijk is. ‘Als volwassenen kunnen we wel proberen die veilige haven te zijn waar een kind naartoe kan gaan als er online iets gebeurt wat niet oké is.’
Tips
De hoogleraar heeft nog een aantal tips voor ouders en opvoeders om in gesprek te gaan met kinderen over waar ze online mee bezig zijn.
- Begin het gesprek vanuit nieuwsgierigheid en niet vanuit wantrouwen. Laat merken dat je wilt begrijpen wat je kind bezighoudt.
- Let op patronen, niet op losse incidenten. Eén filmpje waar je van schrikt, zegt weinig; herhaling en vernauwing wel.
- Blijf zichtbaar als opvoeder. Controleer met mate, maar stel grenzen, zeker bij jonge kinderen.
- Voeg andere perspectieven toe, zonder meteen te oordelen. Zeg bijvoorbeeld: ‘Zo kun je er ook naar kijken. Wat vind jij daarvan?’
- Wees benaderbaar, voorspelbaar en veilig. Als kinderen die veiligheid ervaren, delen ze sneller wat ze online meemaken.
- Oefen het praten over wat kinderen bezighoudt al van jongs af aan. Door hen vroeg te laten ervaren dat ze kunnen delen wat ze meemaken, online én offline, leg je een basis voor openheid en vertrouwen op latere leeftijd.