Universiteit Leiden

nl en

Resultaten ERC-onderzoek: culturele stereotypen sturen publieke opinie over EU-beleid

Stereotypen tussen EU-landen blijken meer dan alleen beeldvorming: ze beïnvloeden hoe burgers denken over Europees beleid. Dat tonen Adina Akbik en Christina Toenshoff in hun eerste resultaten uit een ERC-project naar culturele stereotypering.

Het project, dat twee jaar geleden een ERC Starting Grant kreeg, kijkt breed naar de rol van stereotypen in verschillende onderdelen van EU-bestuur en EU-instellingen. Op basis van onderzoek naar de publieke opinie binnen de EU laten de onderzoekers zien dat culturele stereotypen niet slechts retorische middelen zijn. De stereotypen die burgers hebben over andere landen kunnen hun steun voor EU-beleid beïnvloeden, met name beleid dat solidariteit bevordert en ongelijkheid tussen lidstaten vermindert.

In het artikel ‘The honest, the efficient, and the trustworthy’ beginnen Akbik en Toenshoff met het onderzoeken van het algemene publiek. Ze analyseren hoe burgers binnen de EU elkaar langs nationale lijnen waarnemen en hoe deze percepties hun houding ten opzichte van EU-herverdelingsbeleid beïnvloeden.

Hoe stereotypen steun voor EU-beleid beïnvloeden

De centrale bevinding van het artikel is dat de manier waarop burgers mensen in andere EU-landen zien, hun steun voor bepaalde EU-beleidsmaatregelen beïnvloedt. Volgens de onderzoekers zijn mensen die positieve stereotypen hebben over burgers in andere lidstaten eerder geneigd om EU-solidariteit en beleid dat economische ongelijkheid tussen landen wil verminderen te steunen. Negatieve stereotypen hebben juist het tegenovergestelde effect.

Belangrijk is ook dat de relevantie van stereotypen afhangt van de beleidscontext. “Voor beleid dat gericht is op het verminderen van economische ongelijkheid, zijn vooral de opvattingen van burgers in rijkere landen over mensen in armere EU-lidstaten van belang,” legt Akbik uit. In die zin bepalen stereotypen welke soorten beleid het publiek bereid is te accepteren van Europese beleidsmakers.

Onderzoek naar publieke opinie in Europa

Om deze dynamiek te bestuderen, voerden de onderzoekers een enquête uit met representatieve steekproeven in vier EU-landen die verschillende regio’s vertegenwoordigen: Duitsland (West), Italië (Zuid), Zweden (Noord) en Roemenië (Oost). Deelnemers werd gevraagd naar hun houding ten opzichte van verschillende EU-beleidsmaatregelen, met name beleid rond solidariteit en herverdeling tussen lidstaten.

Om te beoordelen hoe wijdverbreid stereotypen zijn, werd respondenten ook gevraagd welke stereotypen zijzelf — of mensen in hun land in het algemeen — associëren met verschillende EU-landen. Om het overzichtelijk te houden, selecteerden de onderzoekers vooraf 25 stereotypen die vaak voorkomen in politieke debatten en publieke discussies. Vervolgens werd deelnemers gevraagd naar hun percepties van acht EU-landen uit verschillende regio’s van Europa.

Summary of the main paper findings. Graphic created by Claudio Nichele.

Veelvoorkomende stereotypen in EU-lidstaten

Tussen de landen kwamen duidelijke patronen naar voren. Tot de meest genoemde stereotypen behoorden eigenschappen als “lui”, die respondenten het vaakst koppelden aan Roemenen, Italianen en Grieken, en “corrupt”, wat vaak werd geassocieerd met Roemenen en Italianen. Daarentegen werden Duitsers vaak beschreven als “hardwerkend”, terwijl Zweden en Duitsers vaak als “betrouwbaar” werden gezien.

Wanneer stereotypen de meeste invloed hebben

De studie laat ook zien dat de invloed van stereotypen varieert afhankelijk van het type beleid dat wordt besproken. Als het gaat om steun voor algemene solidariteit binnen de EU, spelen stereotypen die burgers in alle landen hebben over andere landen een rol. De dynamiek ziet er echter anders uit bij beleid dat specifiek gericht is op economische herverdeling.

“Wanneer we vragen naar steun voor economische herverdeling, zijn het vooral stereotypen in rijkere eurolanden over landen in Zuid-, Centraal- en Oost-Europa die van belang zijn,” merkt Toenshoff op. In hun steekproef was dit vooral zichtbaar in Duitsland, waar stereotypen over landen zoals Griekenland, Italië, Polen en Roemenië samenhingen met de mate van steun voor herverdelend EU-beleid.

Implicaties voor EU-bestuur

De studie richt zich op publieke opinie en niet op beleidsvorming zelf. Ze onderzoekt daarom hoe stereotypen de percepties van burgers over concrete EU-beleidsmaatregelen beïnvloeden, in plaats van hoe ze besluitvorming binnen EU-instellingen sturen. “Hoe stereotypen beleidsvorming direct beïnvloeden, wordt in andere delen van het project onderzocht,” aldus Akbik.

Over het geheel genomen suggereren de bevindingen dat stereotypen het makkelijker of juist moeilijker kunnen maken om publieke steun te verkrijgen voor EU-beleid dat middelen herverdeelt tussen lidstaten. Als burgers negatieve stereotypen hebben over mensen in een bepaalde regio, kan het voor beleidsmakers moeilijker zijn om beleid dat die regio ten goede komt binnenlands te rechtvaardigen.

Volgens Akbik en Toenshoff is deze dynamiek niet louter theoretisch. Ze was zichtbaar in eerdere politieke debatten, bijvoorbeeld tijdens de eurozonecrisis, toen stereotypen over schuldenlanden vaak werden gebruikt in discussies over financiële steun en reddingspakketten.

Eerste resultaten van het EUROTYPES-project

Het artikel vormt de eerste stap binnen het bredere EUROTYPES-project. Waar deze eerste studie zich richt op publieke opinie, zullen latere fasen onderzoeken of vergelijkbare culturele percepties ook terugkomen in politieke discoursen en beleidsvorming binnen EU-instellingen.

Toekomstig onderzoek zal zich daarom richten op debatten in het Europees Parlement en op het werk van beleidsmakers en ambtenaren in andere EU-organen, waaronder de Europese Commissie en EU-agentschappen. Daarmee wil het project beter begrijpen hoe culturele percepties over lidstaten zowel publieke attitudes als politieke besluitvorming binnen de Europese Unie beïnvloeden.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.