Open Science bij FGGA: van extra taak naar natuurlijke manier van werken
Academia in motion
Wat is ervoor nodig om Open Science niet als extra taak te laten voelen, maar als een vanzelfsprekend onderdeel van goed academisch werk? Tijdens de Faculty Lunch Presentation op 19 maart werd het rapport ‘The State of Open Science at FGGA’ gepresenteerd en besproken met collega’s uit de hele faculteit.
Het rapport is gebaseerd op een survey onder onderzoeks- en onderwijspersoneel in 2025 en laat zien dat er binnen FGGA veel ambitie is, maar ook duidelijke belemmeringen.
Decaan Koen Caminada opende de bijeenkomst met een duidelijke uitnodiging: zie het rapport niet als eindpunt, maar als begin van een gesprek. De presentatie van onderzoekers en FAiM-leden Andrei Poama en Cristina del Real liet zien dat Open Science binnen FGGA een breed en soms uiteenlopend begrip is. Bekendere praktijken, zoals open access publiceren en bredere wetenschapscommunicatie, zijn al relatief goed ingebed. Tegelijkertijd zien collega’s juist op het gebied van Citizen Science en Open Education interessante kansen voor verdere ontwikkeling. Het rapport laat ook zien dat die ambities per instituut en per praktijk verschillen.
-
V.l.n.r. Ludo Waltman, Koen Caminada en Andrei Poama in gesprek -
Decaan Koen Caminada vertelt over het belang van Open Science -
Een volle zaal -
Bereidheid om te werken met Open Science
Een belangrijke uitkomst van de survey is dat er binnen FGGA veel bereidheid is om verder te werken aan Open Science, maar dat tijd en middelen de grootste barrière vormen. Voor 61% van de respondenten is dat de belangrijkste belemmering. Ook zorgen over data privacy en data security spelen mee: 34,7% noemt dit als obstakel. Daarnaast ervaren veel collega’s open access publiceren als lastig, niet alleen vanwege kosten, maar ook vanwege beleid van uitgevers en bredere publicatiestructuren.
In de discussie werd dat beeld verder uitgediept. Collega’s spraken over publicatiekosten, kennisveiligheid, juridische en ethische vragen rond data delen, en het gevoel dat materiaal in het onderwijs soms al ‘te openbaar’ is. Tegelijkertijd klonk ook een belangrijk tegengeluid: het doel van Open Science is niet dat altijd alles zomaar gedeeld moet worden. Het gaat erom de juiste verbindingen te leggen, zorgvuldig met kennis om te gaan en effectief samen te werken aan kennisontwikkeling. Zoals tijdens de lunch treffend werd gezegd door Ludo Waltman (Open Science Ambassadeur van de Universiteit Leiden en lid van de regiegroep Academia in Motion): 'Open Science is just science done right.'
Open Science training
Ook training kwam nadrukkelijk terug. Het rapport signaleert een verband tussen deelname aan Open Science-trainingen en grotere bekendheid met Open Science-praktijken, en adviseert om training binnen FGGA verder te versterken en systematiseren. Tijdens de bijeenkomst werd benadrukt dat daar ook ruimte voor is, bijvoorbeeld door gerichter te kijken naar behoeften op de werkvloer, door expertise beter te delen en door waar nodig met een train-the-trainer model te werken.
Misschien wel de belangrijkste boodschap van de lunch was dat Open Science alleen duurzaam kan landen als het wordt ingebed in de dagelijkse manier van werken. Niet als iets extra’s, maar als onderdeel van hoe we onderzoek doen, publiceren, samenwerken, onderwijs ontwikkelen en maatschappelijke partners betrekken. Dat vraagt niet van iedereen hetzelfde. Het rapport pleit juist voor een gebalanceerde aanpak, waarin Open Science-activiteiten over teams verdeeld kunnen worden en beter worden verbonden aan academische kwaliteit en ondersteuning.
Het gesprek is dus nog lang niet klaar; en dat is precies de bedoeling. Het rapport biedt daarvoor een waardevol vertrekpunt: het maakt zichtbaar waar FGGA al stappen zet, waar zorgen leven en waar verdere keuzes nodig zijn.
Wil je het rapport lezen of verder praten over wat Open Science in jouw werk betekent? Neem dan contact op met de FAiM-leden binnen FGGA. Of kom 12 mei naar het AiM Symposium en Town Hall.