Universiteit Leiden

nl en
Philippe Semanaz / Flickr / CC / by-sa

Waarom het verbod op China's exportheffingen moet 'vergroenen'

De Wereldhandelsorganisatie verbiedt het China om exportheffingen te gebruiken om milieuproblemen aan te kunnen pakken. En dat is jammer, stelt promovendus Fengan Jiang (Richard). Die heffingen zou China juist heel goed kunnen gebruiken om de koolstofvervuiling tegen te gaan. Promotie op 19 februari 2020.

De opwarming van de aarde verloopt sneller dan dat wetenschappers dachten. Om de gevolgen hiervan te beperken, roept het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) op om de CO2-uitstoot in 2030 met 45 procent verlaagd te hebben ten opzichte van het niveau van 2010, met als doel om deze in 2050 volledig uitgebannen te hebben. Om deze doelen te bereiken, is snelle en vergaande actie vereist door alle landen.

Fengan Jiang

Echter staat China, als de grootste CO2-vervuiler ter wereld, voor juridische problemen als het gaat om het gebruik van één specifieke maatregel om klimaatverandering tegen te gaan, zegt promovendus Fengan Jiang. 'Namelijk de heffingen op koolstof-intensieve uitvoer. Vanwege een aantal controversiële beslissingen van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) is het China verboden om deze exportheffingen te gebruiken om milieuproblemen aan te pakken, inclusief die problemen die zijn gerelateerd aan klimaatverandering. Dit is jammer, aangezien een aantal klimaatonderzoeken, waaronder het bekende Stern Review over klimaatverandering, suggereren dat Chinese exportheffingen juist kunnen bijdragen aan de vermindering van koolstofuitstoot. Mijn onderzoek betoogt dan ook dat er behoefte bestaat om te overwegen het verbod op de Chinese exportheffingen te 'vergroenen'.'

Waarom mag China geen exportheffingen gebruiken om milieuproblemen aan te pakken?

Hoewel WTO-leden over het algemeen vrij zijn om uitvoerheffingen op te leggen, heeft China een speciale toezegging gedaan om het gebruik van deze heffingen te beperken. Deze verplichting werd in 2006 geschonden toen China begon met het heffen van uitvoerrechten op verschillende producten, waaronder grondstoffen. Om toegang te krijgen tot Chinese grondstoffen hebben verschillende WTO-leden, waaronder de EU, ervoor gekozen om te procederen in de zaken China–Raw Materials and China–Rare Earths.

China voerde aan dat deze heffingen kunnen worden gerechtvaardigd op grond van de WTO-milieu-uitzonderingen. De klagende regeringen hadden hun argumenten kunnen baseren op de verdiensten van China's milieuverantwoordingen. De nogal overtuigende milieu-rechtvaardigingen van China leken de klagers echter uit te lokken om de kansen van China te verkleinen door het recht om op milieu-uitzonderingen in te gaan überhaupt te ontzeggen. Als gevolg hiervan is het China verboden exportheffingen te gebruiken om milieuproblemen aan te pakken.

In het proefschrift staan twee vragen centraal. Ten eerste: mag China de exportheffingen gebruiken om lokale en globale zorgen over het milieu aan te pakken, en ten tweede: zo ja, kan China dan, zonder de sluizen open te stellen voor protectionisme, de nodige ruimte krijgen met betrekking tot het verbod van de WTO? Jiang bestudeerde onder meer jurisprudentie van de WTO, de WTO-toetredingsprotocollen, China's vijfjarenplannen en de praktijken van tribunalen op diverse niveaus waaronder het Internationaal Gerechtshof, het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Jiang stelt in het proefschrift een geavanceerde aanpassing voor op het verbod om de Chinese exportheffingen. 'Om een evenwicht te vinden tussen milieu- en economische belangen, zou er een onderscheid gemaakt moeten worden tussen exportheffingen en 'exportheffingen-plus'', zegt de onderzoeker. 'Deze 'exportheffingen-plus' zouden moeten worden opgelegd in combinatie met beperkingen die gelden voor de Chinese binnenlandse consumptie.' Op die manier krijgen binnen- en buitenlandse afnemers een gelijke behandeling. Jiang wijst daarbij op succesvolle voorbeelden van 'exportheffingen-plus' die worden toegepast in de aluminiumsector.

Deze video kan niet worden getoond omdat u geen cookies heeft geaccepteerd.

Verlaat onze website om deze video te bekijken.

De bevindingen in dit proefschrift dragen bij aan de wereldwijde inspanningen om klimaatverandering in tegen te gaan, zegt Jiang. 'Aangezien een groot deel van China's koolstoftuitstoot het resultaat is van de productie van exportproducten, zouden 'exportheffingen plus', die deze bron van uitstoot verminderen, bijdragen aan het behalen van de globale doelstellingen om de uitstoot van CO2 te beperken.' 

Daarnaast zou het juiste gebruik van exportheffingen door China een goed voorbeeld stellen voor andere landen die door outsourcing vervuilend zijn, zoals India, waar 20 procent van de uitstoot te relateren is aan de export. 'Op dit moment probeert China zijn CO2-uitstoot verlagen, onder meer door een deel van de vervuilende activiteiten naar aangrenzende landen als Cambodja, Vietnam en India te verplaatsen. De invoer van exportheffingen-plus zou een aantrekkelijke optie kunnen zijn voor landen met een hoge outsource-uitstoot die willen meedoen met de wereldwijde inspanning om klimaatverandering tegen te gaan.' Bovendien zouden 'exportheffingen-plus' ook de concurrentieproblemen van de westerse landen aanpakken, zodat deze beter in staat zouden zijn om overheidssteun te krijgen voor ambitieuzere klimaatacties zoals de Europese Green Deal.

Promotoren prof.dr. M.C.E.J. Bronckers en dr. A. Cuyvers over het onderzoek van Jiang:

'Bijna zes jaar geleden begon Fengan Jiang als student in Leiden aan het postgraduate program in European and International Business Law. Hij deed het goed en wilde een proefschrift schrijven over een onderwerp dat toen controversieel was en sindsdien alleen maar relevanter is geworden: moet China toestemming krijgen om enkele WTO-handelsregels te beperken om het milieu te beschermen? Op dat moment werd een van de China's handelsmaatregelen (exportheffingen), waarvan China beweerde dat deze het milieu moesten beschermen, als onverenigbaar met de WTO beschouwd, nadat het door de EU en de VS was aangevochten. Fengan was van mening dat deze uitspraak, hoewel misschien in dit specifieke geval begrijpelijk, China een potentieel nuttig instrument ontnam om de klimaatverandering in de toekomst te bestrijden. Een beperking die ons allemaal kan schaden, omdat het klimaat niet stopt bij landsgrenzen. Daarom onderzocht hij manieren waarop het China mogelijk zou worden gemaakt om exportheffingen te gebruiken voor milieudoeleinden volgens de WTO-wetgeving.

Fengan's aanpak was buitengewoon geduldig, grondig en genuanceerd. Hij wilde echt alles uitzoeken. Wat ook lovenswaardig was, is dat Fengan zich niet beperkte tot het analyseren van alles wat misging. Hij wijdde een aanzienlijk deel van zijn tijd en talent om de zaken weer op orde te krijgen: welke juridische instrumenten zijn er beschikbaar om tot compromissen te komen die aanvaardbaar zijn voor het lidmaatschap van de WTO als geheel? Natuurlijk zijn handelsgeschillen met China nu groot nieuws geworden. In plaats van wapengekletter hebben we behoefte aan meer analyses zoals die van Fengan om constructieve oplossingen te vinden.'

Tekst: Floris van den Driesche
Mail de redactie

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.