Universiteit Leiden

nl en

Dubbeloratie: de invloed van sociale context op hersenprocessen

Twee hoogleraren die op dezelfde dag hun oratie uitspreken, dat is een zeldzaamheid aan de Universiteit Leiden. Berna Güroğlu en Ellen de Bruijn zijn gespecialiseerd in aanverwante vakgebieden: beiden onderzoeken de invloed van sociale context op hersenprocessen. Güroğlu doet dat bij adolescenten, De Bruijn bij psychiatrische patiënten. Oratie op 28 juni.

Berna Güroğlu – Het puberbrein reageert anders op verschillende interactiepartners

In de puberteit ontwikkelen kinderen zich langzaam tot volwassenen. Dat gaat vaak gepaard met een hoop zorgen bij hun ouders. Sommige pubers worden nukkig en stug, anderen geven zich over aan risicovol gedrag zoals experimenteren met seks en drugs. Voor menig jongere kan het een verwarrende periode zijn, waarin ze heftige veranderingen doormaken, zowel lichamelijk als mentaal.

Die verwarring komt deels voort uit het een soort ‘scheefgroei’ in de hersenen van adolescenten. ‘Het puberbrein wordt weleens vergeleken met een auto zonder remmen,’ zegt Berna Güroğlu, hoogleraar Neurowetenschap van Sociale Relaties, in haar oratie. ‘Die jaren kenmerken zich door een snelle groei van het hersengebied dat uit is op vlugge beloningen, en juist een langzame groei van het hersendeel dat controle en planning reguleert.’ Het controlemechanisme dat de uitspattingen in bedwang moet houden is dus nog niet volgroeid.

Güroğlu onderzoekt welk effect vrienden hebben op dit proces. In talloze onderzoeken heeft ze de afgelopen jaren laten zien dat deze sociale context een flinke invloed heeft op het gedrag van pubers. Uit een studie bleek bijvoorbeeld dat bij pubers het beloningssysteem in de hersenen sterker reageert op het winnen van geld dan bij volwassenen. ‘Datzelfde zien we wanneer ze geld winnen voor goede vrienden, dat pubers heftiger reageren dan volwassenen. Maar alleen bij een stabiele vriendschap, dus wanneer deze vriend al enkele jaren hun beste vriend is,’ zegt Güroğlu. Gedurende de adolescentie gaan vrienden een bijzondere plek innemen. Zo maken jonge kinderen bij prosociaal gedrag, bijvoorbeeld iets weggeven of delen, geen verschil tussen vrienden en niet-vrienden. Pubers wel. Güroğlu: ‘Willen we dus de ontwikkeling van het puberbrein begrijpen, dan moeten we de sociale context in de gaten houden.’

Ellen de Bruijn - De rookmelder in ons brein: hoe detecteren we fouten?

Ellen de Bruijn, hoogleraar Neurocognitieve Klinische Psychologie, grijpt terug op een moment uit haar eigen puberteit: een skireis toen zij zestien jaar was. De eerste dag stortte ze zich onbevreesd van de helling af, met een enorme valpartij tot gevolg. De volgende dag stond ze angstig en gestrest op de ski’s. Angst en fouten maken hangen met elkaar samen. Als we bang zijn een fout te maken, wordt de kans groter dat we daadwerkelijk de mist in gaan. Maar tegelijkertijd leren we van fouten maken. En in extreme gevallen kan angst voor fouten verlammend werken, bijvoorbeeld bij mensen met een obsessief-compulsieve stoornis (ook wel dwangstoornis genoemd).

Hoe detecteren onze hersenen een fout, en hoe kunnen we vervolgens ons gedrag aanpassen? Welke hersenprocessen spelen daarbij een rol? Dat is waar De Bruijn zich mee bezig houdt, voornamelijk bij patiënten met een psychische aandoening. ‘Vergelijk het detecteren van fouten met een rookmelder. Een te gevoelig afgestelde melder geeft te vaak vals alarm: dat zijn de patiënten met een dwangstoornis bijvoorbeeld. En een ongevoelige melder slaat te laat alarm, dat is bijvoorbeeld het geval bij een patiënt met borderline.’

Net als in het onderzoek van Berna Güroğlu, speelt ook hier de sociale context een rol. ‘We maken fouten terwijl anderen ons zien, of fouten die gevolgen voor een ander hebben. Dan spelen ineens gevoelens als schaamte en verantwoordelijkheid mee,’ legt De Bruijn uit. Bij vele, zo niet alle psychiatrische aandoeningen, hebben patiënten problemen met het sociaal functioneren. Opvallend vaak zitten daar aspecten in die gelinkt kunnen worden aan de problemen met foutendetectie. De patiënt met dwangstoornis bijvoorbeeld, die alle kleine dingen die hij op het fietspad zag liggen moest oprapen, uit angst dat iemand anders er over zou vallen. ‘We weten nog vrij weinig over deze sociale aspecten van foutendetectie, omdat ze de afgelopen decennia grotendeels genegeerd zijn in onderzoek.’ Iets waar De Bruijn verandering in wil brengen.

Tekst: Merijn van Nuland & Marieke Epping 

Berna Güroğlu en Ellen de Bruijn spreken hun oraties uit op vrijdag 28 juni, om 16.00u in het Academiegebouw. U kunt deze bijzondere dubbeloratie nog bijwonen (aanmelden verplicht), of bekijk vrijdag de livestream.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie