Universiteit Leiden

nl en

Beste vrienden maak je in je late adolescentie

Wat gebeurt er in de hersenen van jongeren als ze geld winnen voor een ander? Psycholoog Elisabeth Schreuders laat zien dat verschillende soorten vriendschappen een andere reactie in de hersenen geven, met name bij stabiele vriendschappen later in de adolescentie. Promotie 6 maart.

Ontwikkelingspsycholoog Schreuders is geïnteresseerd in de brede range van 8 tot 29-jarigen. Bij deelnemers van verschillende leeftijden is meerdere keren hun hersenactiviteit gemeten bij diverse geldspelen in de fmri-scanner in het LUMC. Schreuders: ‘Alle deelnemers zijn drie keer uitgenodigd om langs te komen, anders weet je niet of een ontwikkeling doorgaat. Dat is het voordeel van onderzoek over een langere periode zoals het project ‘Braintime - Hersenen in de groei’, waar deze studie deel van uitmaakt.’

Geld winnen

Deelnemers aan het onderzoek speelden een spelletje waarbij ze kop of munt moeten gokken. Bij goed gokken krijgen ze geld, maar fout gokken betekent geld verliezen. Als deelnemers voor zichzelf winnen, zien de onderzoekers een reactie in een specifieke hersenkern (nucleus accumbens) die op beloningen reageert. De reactie in dat gebied neemt toe bij deelnemers van 8-16 jaar en neemt daarna weer af. Maar waarom? Schreuders: ‘De toenemende activiteit hangt samen met motivatie en persoonlijke doelen. Afnemende activiteit hangt samen met hoe leuk je het vindt om te winnen, en dat slaat meer op de situatie zelf. Eigenlijk is het nog interessanter wat er op sociaal gebied gebeurt. Want hoe verandert in deze leeftijdsfase de activiteit in de hersenkern voor beloning wanneer deelnemers geld winnen voor een beste vriend?’

Van ‘peers’ naar ‘best friends’

Deelnemers die elk jaar een andere beste vriend kozen zijn vergeleken met deelnemers die drie keer dezelfde vriend kozen. Bij deze deelnemers met stabiele vrienden neemt de hersenactiviteit eerst toe en daarna weer af. Hun band blijft goed gedurende adolescentie. Die veranderende hersenactiviteit is er niet bij instabiele vriendschappen, daarbij neemt de vriendschapsband met de leeftijd af. De hersenactiviteit van deelnemers met stabiele vriendschappen tot in de late adolescentie wijst op een gevoelige periode voor de ontwikkeling van beste vriendschappen. Schreuders nuanceert: ‘Al deze jongeren hebben beste vrienden, dus ze doen het goed op sociaal gebied. Wel denk ik dat in de vroege adolescentie je sociale netwerk uitbreiden belangrijker is en daarna pas beste vrienden worden. Dus eerst je peers, dan pas je best friends.’

Sociale keuzes maken

Schreuders heeft bij zowel jongeren als volwassenen pro-sociaal gedrag onderzocht dat dient om de sociale band te versterken. Daartoe speelden deelnemers een spel waarbij ze munten moesten verdelen. De vraag is of ze bereid zijn te delen. Beide groepen waren pro-sociaal naar vrienden en minder sociaal naar onaardige anderen. Wel was er verschil in hoe vaak volwassenen pro-sociale keuzes maken voor vrienden. Van volwassen die daarin minder pro-sociaal zijn, verschilt de hersenactiviteit. Ze activeren wel dezelfde gebieden maar nog veel sterker gebieden die in eerder onderzoek verband toonden met conflictsituaties en normschendingen. Schreuders denk aan een soort alarmsituatie: ‘Volwassenen die zich het minst volgens de heersende sociale norm gedragen, krijgen een sterker signaal in die gebieden (de supplementaire motor area en de anterieure insula). Want ze weten wel dat het niet hoort, maar toch kiezen ze vaker voor zichzelf.’

Sociale omgeving

Schreuders hoopt op deze uitkomsten voort te kunnen bouwen voor haar onderzoek hoe verschillende soorten vriendschappen en peerrelaties bijdragen aan de ontwikkeling van jongeren. Bij de Universiteit van Tilburg gaat Schreuders als postdoc onderzoeken hoe de sociale omgeving de ontwikkeling van jongeren beïnvloedt. Daarbij gaat het om hun mentale en lichamelijke welzijn. Wat doet pesten bijvoorbeeld met je emotionele ontwikkeling? En hoe reageert je immuunsysteem daarop, met eventuele langdurige gevolgen? Schreuders: ‘In onze twee grote Startimpuls-projecten in de route NeuroLabNL van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) werken we samen met andere universiteiten en partners. Daarom kunnen we concrete producten afleveren en denken we ook aan interventies.’

Beeld: Don LaVange / Flickr

Deze video kan niet worden getoond omdat u geen cookies heeft geaccepteerd.

Verlaat onze website om deze video te bekijken.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie