Universiteit Leiden

nl en

Willemien den Ouden: 'Subsidies zijn in negatief daglicht gekomen'

Steeds vaker zijn overheden investeerder in private projecten. Anders dan bij subsidies komt het geld terug en kan het weer worden ingezet, is de gedachte. Maar er is ook kritiek.

Willemien den Ouden

Veel fondsen stammen uit de jaren die volgden op de kredietcrisis, waarin de overheid moest bezuinigen, investeerders voorzichtiger werden en banken strenger werden in de kredietverlening. Om met schaarse publieke middelen toch het gewenste effect te bereiken, zijn revolverende fondsen aantrekkelijk. Immers, geld dat uit leningen en deelnemingen terugvloeit, kan opnieuw worden uitgezet.

Maar er speelt meer, stelt hoogleraar Staats- en bestuursrecht Willemien den Ouden in het NRC. Subsidies zijn de voorbije jaren in een negatief daglicht gekomen, worden geassocieerd met begrippen als ‘infuus’, ‘bodemloze put’ en ‘slurpen’. 'Bij een revolverend fonds spreek je van investeren, dat klinkt toch beter', zegt Den Ouden. 'Bovendien past het bij het ideaal het van een netwerksamenleving, waarin private partijen en de overheid samenwerken.'

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie