Universiteit Leiden

nl en

Vrouwelijke grasparkieten kiezen slimme mannetjes

Als mannelijke parkieten een puzzeldoosje met voedsel kunnen openen, worden ze aantrekkelijker voor vrouwtjes. Gedragsbioloog Carel ten Cate publiceert hierover op 11 januari samen met Chinese collega’s in het gezaghebbende wetenschappelijk tijdschrift Science.

Meer kinderen voor slimme dieren

Grasparkieten leven in de Australische outback, waar voedsel schaars en de beschikbaarheid ervan onvoorspelbaar kan zijn, waardoor de vaardigheden om aan voedsel te komen goed van pas komen. Wetenschappers denken dat dergelijke vermogens kunnen evolueren wanneer handige partners de voorkeur hebben boven partners met minder vaardigheden. Hierdoor krijgen de slimme dieren vaker de kans om te paren, dus meer nakomelingen, en wordt de eigenschap verspreid in een populatie.

De keuze aan vrouwtjes

Leids hoogleraar Gedragsbiologie Carel ten Cate zocht samen met onderzoekers van het Zoölogisch Instituut van de Chinese Academy of Sciences uit of vrouwelijke grasparkieten daadwerkelijk een voorkeur hebben voor mannetjes met goede vaardigheden. Vrouwtjes kregen eerst een voorkeurstest, waarbij ze in de buurt van twee mannetjes werden geplaatst en zelf konden kiezen hoeveel tijd ze in de buurt van beiden doorbrachten. De mannetjes die het minst werden gekozen, kregen vervolgens een training om twee puzzeldozen te openen waarin voedsel zat. Daarna konden vrouwtjes de openingsvaardigheden van deze mannetjes observeren. Ze keken ook naar de aanvankelijk gewenste mannetjes, die de dozen niet konden openen.

Voorkeur voor slimme man

Toen vervolgens opnieuw de voorkeuren werden getest, brachten de vrouwtjes meer tijd door bij de mannetjes die ze de dozen hadden zien openmaken. Controle-experimenten lieten zien dat deze veranderde voorkeur toe te schrijven was aan het observeren dat de ene man, maar niet de andere, toegang had tot voedsel. Ook vertoonden vrouwtjes geen verschuiving in voorkeur wanneer ze werden blootgesteld aan vrouwelijke in plaats van mannelijke voorbeelden, wat wijst op een seksueel en niet een sociaal effect.

Direct bewijs

‘Wij hebben voor de eerste keer rechtstreeks gekeken of het zien van slim gedrag invloed heeft op partnerkeuze’, vertelt Ten Cate. Wetenschappelijk bewijs voor deze hypothese was tot nu toe namelijk vooral indirect. Onderzoekers keken dan naar een andere, duidelijk zichtbare eigenschap waarvan ze weten dat die vaak voorkomt in combinatie met goede cognitieve vaardigheden, bijvoorbeeld de intensiteit van de kleur van het kopje van koolmezen. Ze bestudeerden dan of er een verband was tussen zo’n afgeleide eigenschap en partnerkeuze.

Partnerkeuze bij mensen

Wetenschappers hebben de hypothese dat de evolutie van cognitieve vaardigheden wordt beïnvloed door partnerkeuze tot nu toe vooral vaak geopperd als het om mensen gaat. Ook bij mensen zijn namelijk verbanden bekend tussen cognitieve capaciteiten en aantrekkelijkheid voor partners. Maar of mensen partnerkeuze ook daadwerkelijk laten afhangen van cognitieve vaardigheden toont dit onderzoek niet aan, zegt Ten Cate. ‘We laten wel zien dat deze onderliggende mechanismen bestaan in het dierenrijk, en dat de hypothese dus waar kan zijn.'

Andere experts over het onderzoek

Het blad Science besteedt in hetzelfde nummer aandacht aan het onderzoek in een perspective-artikel. Bij veel soorten worden dieren met goede cognitieve capaciteiten gemiddeld ouder dan minder slimme soortgenoten, stellen de auteurs. Ook zijn ze vaak vruchtbaarder. Maar of ze ook seksueel aantrekkelijker zijn, is nauwelijks rechtstreeks onderzocht. Ten Cate en collega’s leveren volgens de perspective overtuigend bewijs dat vrouwelijke grasparkieten hun paargedrag aanpasten nadat ze geobserveerd hadden dat de mannetjes de doosjes openden.

Duidelijke resultaten, maar ingewikkeld om te interpreteren, aldus de auteurs. Dachten de vrouwtjes wellicht dat mannetjes die dozen konden openen fysiek sterker waren? Of hadden de getrainde mannetjes misschien op een subtiele manier hun gedrag aangepast? Ondanks zulke nog openstaande vragen concluderen ze dat de benadering een belangrijke manier is om verder onderzoek te doen naar de rol van partnerkeuze bij de evolutie van cognitieve vermogens.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie