Universiteit Leiden

nl en
Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen, Hong Yong Lim / Flickr / CC

'Verhouding kerk en staat in België heeft houdbaarheidsdatum bereikt'

In België krijgen officieel erkende godsdiensten financiële steun van de staat. Mede daardoor is in België geen sprake van een ver doorgevoerd secularisme (scheiding van kerk en staat), terwijl dat wel wordt gezien als een leidend idee van moderne staatstheorieën. Promovendus Alain Vannieuwenburg dook in de geschiedenisboeken en verdedigt zijn proefschrift op 5 februari.

'Veel afspraken omtrent levensbeschouwelijke aangelegenheden zijn duidelijk kind van hun tijd en vertonen een gedateerd hoog compromis-gehalte', zegt Vannieuwenburg. 'De bestaande afspraken op het vlak van erkenning en financiering van de levensbeschouwingen worden als onwrikbaar beschouwd. Was het gedurende vele decennia mogelijk om het compromis te behouden, dan zou in de twintigste eeuw het systeem onder druk komen te staan. Aandachtspunten zijn onder andere, los van de manifeste bevoordeling van de Rooms-Katholieke Kerk, de financiële houdbaarheid, de onaangepastheid aan maatschappelijke ontwikkelingen en het gebrek aan transparantie. De wijze waarop in België de relatie tussen overheid en levensbeschouwingen gestalte kreeg en werd vastgelegd maakt elk ingrijpen vrij moeilijk.' Toch pleitte de liberale politicus Patrick Dewael (Open VLD) in 2016 nog voor een actualisering van bepaalde onderdelen van de Grondwet.

Tijdsgeest

Geboeid door deze problematiek begon Vannieuwenburg zijn onderzoek, dat hij bestempelt als een 'historische verkenning'. Daarbij werden ook ingrepen tijdens de Franse en Nederlandse periode onderzocht. 'Het doel is dus te onderzoeken welke de impact was van de politiek onder Frans en Nederlands bewind op het huidige specifieke Belgische constitutionele systeem. Om de tijdsgeest, de sfeer en het gestructureerde karakter van het verzet binnen de Rooms-Katholieke Kerk te verduidelijken, worden ook enkele pamfletten verspreid door katholieke geestelijken doorgenomen.' 

Uitgebreide aandacht wordt ook besteed aan het waarom van het compromis tussen katholieken liberalen en op de gevolgen van de vaak overhaaste instemming met bepaalde voorstellen. 'Anders dan een politiek-filosofische verhandeling, die secularisme verdedigt ten opzichte van concurrerende modellen, wil ik hoofdzakelijk met een historische verkenning bijdragen tot het in herinnering brengen van het waarom van de ontwikkeling van het Belgische constitutionele denken op levensbeschouwelijk vlak.'

Vannieuwenburg maakt onder meer inzichtelijk hoe de relatie tussen de staat en levensbeschouwing in de huidige Belgische Grondwet (1831) tot stand kwam en tot op heden zo goed als onveranderd bleef. Hoewel zes officieel erkende levensbeschouwingen staatssteun krijgen, mag de overheid zich niet bemoeien met de doctrinaire inhoud van de diensten. 'Zo heeft de kerk het recht nieuwe bisschoppen te benoemen en nieuwe bisdommen op te richten, zonder dat zij hiervoor de instemming van het burgerlijk gezag moet vragen. De bedienaren van de erediensten, hoewel ten laste van de overheid, zijn geen ambtenaren.'

Er gaan steeds meer stemmen op om levensbeschouwing als schoolvak af te schaffen. Dit is niet in strijd met de Grondwet.

Ook de Belgische onderwijsvrijheid komt aan bod. 'Er is officieel en vrij onderwijs te onderscheiden. Het GO! of Gemeenschapsonderwijs, ook wel het officiële onderwijs geheten, dient alle levensbeschouwelijke vakken aan te bieden. Daarnaast bestaat er het officieel gesubsidieerd onderwijs. Dit onderwijs omvat de scholen horende bij bepaalde steden en gemeenten en provincies. Het vrij confessioneel onderwijs, ingericht door privépersonen of private instanties wordt vaak aangeduid als het katholiek onderwijs. Wat het katholiek onderwijs betreft zijn de inrichters congregaties of bisdommen. Momenteel is het zo dat het vrije, katholieke net, langzamerhand de onderwijsmarkt op elk niveau is gaan domineren. Dit onderwijstype is echter niet gehouden tot een zekere neutraliteit of tot het aanbieden van alle levensbeschouwelijke vakken.'

Vannieuwenburg stelt vast dat er meer en meer stemmen op gaan om de levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs af te schaffen en de vrijgekomen tijd te benutten om een vak Burgerschapsvorming of een vak Filosofie te introduceren. 'Dit is niet in strijd met de Universele Verklaring van de Rechten van Mens of met de Grondwet. Dit belet immers niet dat men op vrijwillige basis onderricht volgt in een welbepaalde godsdienst of levensbeschouwing.'

Houdbaarheidsdatum bereikt

Zijn historische verkenning brengt Vannieuwenburg tot een heldere conclusie: het huidige Belgische systeem heeft zijn houdbaarheidsdatum bereikt, zo niet overschreden. 'Immigratie, multiculturalisme, levensbeschouwelijk  shoppen en multireligiositeit kleurden de samenleving. De historisch gegroeide compromispolitiek, het gebrek aan transparantie, de vele ad-hoc constructies, de kosten van de compromispolitiek, gekoppeld aan de vrees om beschuldigd te worden van voornamelijk religieuze intolerantie, brengen elke vorm van good governance in gevaar.' Volgens Vannieuwenburg zijn, indien politieke bereidwilligheid wordt gevonden, aanpassingen mogelijk aan het bestaande systeem van erkenning en financiering van de levensbeschouwingen en het bestaan van gescheiden onderwijsvormen.

In plaats van het huidige systeem pleit de onderzoeker voor een assertief secularisme. Zo zou het systeem van erkenning en financiering van de levensbeschouwingen grondig herzien moeten worden en moet het onderwijsstelsel worden vervangen voor één neutraal pluralistisch onderwijsproject, dat integraal door de overheid wordt ingericht, als antwoord op de complexe realiteit van vandaag. Ook pleit de onderzoeker voor het invoeren van juridisch sluitende maatregelen om levensbeschouwelijke organisaties die door de overheid erkend worden te kunnen bestraffen wanneer deze de Belgische grondwaarden negeren of rechtstreeks indruisen tegen de waarden van de liberale rechtstaat.

'De seculiere samenleving, hoeder van mensenrechten, onderwijs, wetenschap en emancipatie, is kwetsbaar. Juist bij een stagnerende maatschappelijke secularisatie is meer dan ooit nood aan een streng doorgevoerde statelijke secularisatie. Het is aan de seculiere samenleving om zich – in ieders belang – duidelijker te positioneren.'

Prof. dr. P.B. Cliteur over het onderzoek van Alain Vannieuwenburg:

'Hoe moet de staat zich verhouden tot godsdienst? Mag een staat een staatsgodsdienst hooghouden? Is religieus onderwijs een goed idee? Mogen religieuze gelovigen wettelijke bepalingen schenden die niet-gelovigen moeten respecteren? De verhouding tussen staat en godsdienst staat weer in het centrum van de belangstelling.

De vergelijking van Nederland en België is om verschillende redenen van belang. Hoewel Nederlanders en Belgen dezelfde taal delen hebben zij een verschillend model van staat/religie-verhoudingen. In België kent men het systeem van de ‘erkende godsdiensten’. Dat wil zeggen dat bepaalde godsdiensten erkenning krijgen en ook ondersteuning van staatswege.

Alain Vannieuwenburg presenteert in een gedegen studie een analyse en kritiek van het Belgische systeem. Hij bepleit een lekenrenaissance. Dat wil zeggen: een renaissance van het secularistisch denken in de politiek. Hij presenteert ook een uitvoerig overzicht van de geschiedenis van het Belgische systeem. Wie geïnteresseerd is in de hier besproken vragen kan om de studie van Vannieuwenburg niet heen.'

Tekst: Floris van den Driesche
Mail de redactie

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie