Universiteit Leiden

nl en

Als Indonesische PhD student aan de Universiteit Leiden: hoe is dat?

Wija Wijayanto en Arum Perwitasari zijn in Leiden gepromoveerd dankzij het Leiden-DIKTI Graduate Scholarship Programme. Duizenden Indonesische studenten reizen met die beurs naar het buitenland af, om daar hun proefschrift te schrijven. Tijdens hun promotietraject ontdekten Arum en Wija ook hoe het is om in Leiden te wonen. Ze delen hun ervaringen met ons.

Naam: Wija Wijayanto
Onderzoeksonderwerp:
De biografie en journalistieke waarden en praktijken van Kompas, de grootste en oudste nationale en dagelijkse krant in Indonesië, met speciale nadruk op de relatie van de krant met de grootste machtshouders (promotie op 17 januari).

Naam: Arum Perwitasari
Onderzoeksonderwerp: De uitspraak en het begrip van Engelse klinkers door Javaanse en Sundanese sprekers (promotie op 19 februari).

Wija Wijayanto
Arum Perwitasari

Wat was jullie reden om mee te doen aan het Leiden-DIKTI programma?

Arum: ‘Ik noem het voorbestemd dat ik hier terecht ben gekomen want eerlijk gezegd dacht ik nooit dat ik mijn proefschrift in Nederland zou schrijven. Maar ik heb altijd tegen mezelf gezegd dat ik graag een PhD wilde halen voordat ik 40 zou worden. Dus nadat ik mijn Master in Indonesië haalde, stuurde ik meerdere onderzoeksvoorstellen naar universiteiten in verschillende landen. Ik ontving twee aanbiedingen die erg aantrekkelijk waren maar financieel niet volledig werden gedekt door de DIKTI-beurs. Online kwam ik meer te weten over het Leiden-DIKTI programma dat – afgezien van de vorige twee aanbiedingen – zowel het vierde jaar van mijn PhD plus alle bijkomende kosten financierde. Maar, de deadline was al snel en het was onmogelijk om nog op tijd aan alle vereisten te voldoen. In plaats daarvan benaderde ik per mail verschillende professoren van de afdeling Linguïstiek in Leiden en gelukkig kreeg ik een positieve reactie: ik mocht beginnen. Dit betekende dat ik mijn kennis kon uitbreiden, mijn onderzoeksvaardigheden kon verbeteren en mijn proefschrift kon publiceren, zodat ik de resultaten aan een groter publiek kon presenteren.’

Wija: ‘In Indonesië onderwijs ik Massamedia en Politiek maar in mijn optiek blijf ik zelf ook altijd een student. Ik wil blijven leren, zelfs van mijn eigen studenten. Het gegeven dat ik, door onderdeel te zijn van deze samenwerking met de Universiteit Leiden - de oudste universiteit van Nederland – mijn kennis kon uitbreiden, was voor mij de belangrijkste reden om mee te doen aan dit programma. Financieel gezien was het ook voordelig want – zoals Arum al vertelde – dekken de meeste DIKTI-beurzen niet het vierde jaar van een PhD. Het programma in Leiden deed dat wel. Ook droegen ze de kosten voor het doen van onderzoek en het bijwonen van conferenties. Mijn levensonderhoud en studiegeld gedurende de voorgaande drie jaar, werd betaald door DITKI.’

Gedurende jullie PhD, woonden jullie allebei in Leiden. Hoe was dat?

Arum: ‘Mijn dagelijkse leven was er eentje van een typische promovendus. In de ochtenden startte ik langzaam op: de wekker ging om 6 uur, ik at mijn ontbijt en bereidde mijn lunch alvast voor. Daarna ging ik naar de universiteit; dat was ongeveer 25 minuten fietsen. Elke ochtend arriveerde ik rond 9 uur. Op de universiteit woonde ik seminars of workshops bij of had ik vergaderingen met mijn begeleiders. In andere gevallen ging ik door met het doen van onderzoek. Tijdens de eerste twee jaar van mijn PhD ging ik pas rond tien uur of half elf ’s avonds naar huis. Dus het meenemen van mijn lunch en wat snacks was echt nodig. Die eerste jaren waren best intens; ik had geen goede balans tussen mijn werk en privéleven. In 2015, in het derde jaar van de PhD, besloot ik daar verbetering in te brengen en al om 7 uur ’s avonds naar huis te gaan. Ik meldde me aan bij het sportcentrum van de universiteit en ging 3 tot 4 keer per week naar yogales.’

Wija: ‘Leiden is een kleine, stille en mooie stad die voor studenten de perfecte omgeving biedt om zowel te studeren als diep na te denken over hun onderzoek. Toen ik pas in Leiden aankwam, klaagde ik vaak over het weer. Harde windstoten en kou vormen een probleem voor iemand zoals ik, die gewend is aan een tropisch klimaat. Ik herinner me dat ik op de dag na mijn aankomst een afspraak had gemaakt met mijn begeleider. Ik annuleerde onze afspraak vanwege de regen. Dit is vrij normaal in Indonesië, maar hier in Nederland zul je er om worden uitgelachen. Het weer in Nederland en de verschillende seizoenen zijn fascinerend. Ik denk nog wel eens terug aan de winter van 2012, toen er een flink pak sneeuw viel. Opeens was het overal wit. Toen kwam de lente, daarna de zomer en de warmte maakte me blij. Veel mensen zijn buiten, maken boottochtjes, lachen of baden in de zon aan de grachten. Leiden heeft mijn hart gestolen en ik zal haar herinnering altijd bij me dragen.’

Hoe was de begeleiding vanuit van de Faculteit Geesteswetenschappen tijdens jullie onderzoeksperiode?

Arum: ‘De Faculteit Geesteswetenschappen heeft mij enorme ondersteuning geboden, zowel op academisch als niet-academisch vlak. Dit was substantieel om te kunnen promoveren. Als PhD werd ik aangemoedigd om op een meer actieve en onafhankelijke basis te leren, omdat ik volledige verantwoordelijkheid voor mijn onderzoek zou moeten kunnen dragen. Ik nam deel aan cursussen en trainingen binnen het Leiden University Centre for Linguistics (LUCL) en andere instellingen gerelateerd aan het LUCL. Verder deed ik een cursus Data Management en Didactiek, woonde ik winter- en zomerscholen bij van de Netherlands Graduate School of Linguistics (LOT) en kreeg ik de gelegenheid om te netwerken met studenten en professoren binnen en buiten de universiteit. Beurzen en fondsen zorgden ervoor dat ik conferenties in het buitenland bij kon wonen, onderzoek in Indonesië uit kon voeren en mijn teksten kon laten proeflezen. Ik had zelfs een adviseur die me kon helpen bij het omgaan met academische werklast en geestelijke gezondheidsproblemen.’

Wija: ‘Toen ik jonger was, droomde ik ervan om zowel wetenschapper als romanschrijver te worden. Mijn proefschrift is de perfecte materialisatie van die ambitie en mijn begeleiders hebben me daarin volledig ondersteund. Mijn proefschrift is een academisch werk met een wetenschappelijke benadering maar is tegelijkertijd ook geschreven als een verhaal – net als een roman. Als ik mijn eerste begeleider, professor David Henley, mag citeren: ‘Je proefschrift zou een roman moeten zijn die gemakkelijk te lezen is; down to earth en niet moeilijk om te volgen.’ Dr. Ward Berenschot, mijn tweede begeleider, was het eens met die visie en vertelde: ‘Er is een gezegde, namelijk, dat antropologen een goed verhaal slecht opschrijven. En dat moet eens veranderen.’ Deze twee mensen stonden mij bij in elke fase van mijn onderzoeksproject – van het voorstel en het etnografische veldwerk tot het opschrijven van mijn proefschrift.’

Wat zijn jullie plannen na jullie promotie? Zijn er specifieke ambities of dromen die jullie nastreven?

Arum: ‘Ik zou het liefst in de corporate en non-profitsector werken. Ik wil graag laten zien hoe ik de vaardigheden die ik tijdens mijn PhD heb geleerd, kan toepassen buiten de universiteit. Ik ben me er wel van bewust dat de specifieke problemen die ik in het bedrijfsleven zou kunnen ervaren, heel anders kunnen zijn dan die op de universiteit. Maar dat schrikt me niet af. Ik denk dat ik in de corporate sector zowel mijn harde als zachte vaardigheden uit mijn PhD kan toepassen. Nu is het dus mijn plan om werk te vinden in de niet-academische sector, maar dat betekent niet dat ik nooit meer een student zal zijn. Ik wil graag samen met mijn collega-taalkundigen in Indonesië of uit de rest van de wereld onderzoek doen en een aantal artikelen publiceren. Ook wil ik mijn scriptieresultaten verspreiden en Engelse docenten en studenten in Indonesië informeren over de specifieke problemen bij het leren van Engels.'

Wija: 'Zoals ik al vertelde, ben ik docent. Ik geef les aan de Diponegoro University (UNDIP) in Semarang (Midden-Java), in Indonesië. Eenmaal thuis aangekomen zal ik mijn werk aan de universiteit voortzetten. Ik heb het gevoel dat er veel dingen moeten gebeuren in mijn thuisland. De academische sfeer is misschien niet zo goed als die van de Universiteit Leiden, maar dit is precies waar ik aan zou willen werken zodra ik terug ben. Veel andere jonge Indonesische intellectuelen reizen, net als ik, ook naar huis nadat ze in het buitenland hebben gestudeerd. Ik heb er al veel van ontmoet en heb met enkele samenwerkingen gebouwd. Ik geloof dat als we samenwerken, we Indonesisch onderzoek tot de meest progressieve in de regio en in de wereld kunnen maken.'

In 2012 kwamen de eerste Indonesische PhD studenten naar de Universiteit Leiden om, gefinancierd met een zogenaamde Leiden-DIKTI beurs, hun promotie-onderzoek te doen. De studenten zijn onderdeel van een enorme operatie van de Indonesische overheid met als doel hun academische kader te upgraden. Letterlijk duizenden studenten vertrekken naar het buitenland om daar hun dissertatie te schrijven. Momenteel worden ongeveer twintig Indonesische PhD door de wetenschappelijke staf begeleid, voornamelijk binnen het Leiden University Institute for Area Studies (LIAS) en het Leiden University Centre for Linguistic (LUCL).  Zij wonen en studeren vier jaar lang in Leiden waar ze vaak vergezeld worden door hun partner en kinderen.

Tekst en bannerfoto: Lieselotte van de Ven
Mail de redactie

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie