Universiteit Leiden

nl en
Willem van der Muur

Adatlandrechten: de oplossing voor landconflicten in Indonesië?

Landconflicten tussen boeren en de overheid of grote plantagebedrijven: in veel landen in het Globale Zuiden zijn ze aan de orde van de dag. Zo ook in Indonesië, waar duizenden landconflicten al jaren voortduren zonder dat er een oplossing gevonden wordt. Burgergemeenschappen beroepen zich bij deze conflicten vaak op hun traditionele recht op grond, maar hoe kansrijk is zo’n beroep in de praktijk? Promovendus Willem van der Muur verdedigt op 9 januari zijn proefschrift.

Ten grondslag aan veel de huidige landconflicten in Indonesië ligt de claim van de overheid op meer dan 70 procent van alle grond, in het bijzonder gebieden buiten Java zoals Sumatra, Borneo en Sulawesi. Niet zelden leiden deze geschillen tot gewelddadige confrontaties tussen boeren en de politie of het leger. 'Dit onderzoek richt zich op langdurige landconflicten, waarin burgers claimen dat ze als traditionele adatgemeenschap recht hebben op grond die is geconfisqueerd door overheidsinstanties of plantagebedrijven', vertelt Van der Muur. 'Sinds de val van Soeharto in 1998 worden claims op landrechten namelijk steeds vaker gemaakt in de vorm van een beroep op collectieve adatgemeenschapsrechten. Vanaf het begin van de jaren negentig is een grote maatschappelijke beweging ontstaan, de zogeheten adatbeweging, die zich inzet voor de erkenning van adatgemeenschapsrechten.'

Tegenwoordig erkent de Indonesische overheid de adatlandrechten expliciet in de wet. Het onderzoek van Van der Muur richt zich op de vragen onder welke omstandigheden de claims op deze adatlandrechten sinds 1998 zijn erkend door de overheid en in hoeverre de erkenning van deze rechten heeft bijgedragen aan de oplossing van landconflicten.

Willem van der Muur

Veldwerk

Naast literatuuronderzoek deed Van der Muur ook veldwerk in Indonesië, in onder meer de districten Bulukumba en Sinjai (Zuid-Sulawesi). 'Ik verbleef langdurig in dorpen waar dergelijke conflicten gaande zijn. Ik interviewde boeren, ambtenaren, rechters, activisten en plantagemanagers. Ook analyseerde ik rechtszaken en andere vormen van conflictbeslechting, met als hoofddoel om erachter te komen onder welke omstandigheden claims van lokale boeren op agrarische grond formeel werd erkend door de overheid als traditionele 'adatgrond'.'

Van der Muur concludeert dat de claim van de boeren zelden wordt erkend. 'Slechts in één van de zeven onderzochte cases werden adatlandrechten erkend. De gemeenschap in kwestie was echter niet verwikkeld in een conflict met de overheid of plantagebedrijf met betrekking tot de geclaimde grond. Verder waren enkele leiders van deze gemeenschap werkzaam als ambtenaar in de regionale overheid en dit vergemakkelijkte het proces van formele erkenning van adatlandrechten.'

Bredere interpretatie

Hoewel de adatlandrechten in de wet worden erkend, is het voor de overheid niet moeilijk om eronderuit te komen. 'De overheid heeft de discretionaire bevoegdheid om groepen uit te sluiten met het argument dat ze niet traditioneel genoeg zijn om als adatgemeenschap gezien te kunnen worden. Daarnaast maken claims op adatlandrechten minder kans in conflictsituaties waar invloedrijke private of publieke actoren bij betrokken zijn.'

In zijn conclusie pleit de onderzoeker voor flexibelere en inclusievere manieren van formele erkenning. 'Willen meer gemeenschappen in aanmerking komen voor formele erkenning van hun landrechten, dan is een bredere interpretatie van de begrippen adatgemeenschap en adatrechtsgemeenschap nodig.' Van der Muur denkt daarbij bijvoorbeeld aan een systeem waarbij erkenning van grondeigendom volgt na een bepaald aantal jaren de grond te hebben bezet of bewerkt.

Tekst: Floris van den Driesche
Mail de redactie

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie