Universiteit Leiden

nl en

Nieuwe inzichten ondersteunen leraren én leerlingen

Goed onderwijs is de basis van een eerlijke en duurzame maatschappij. Om het onderwijs op hoog niveau te houden hebben zowel docenten als leerlingen nieuwe middelen nodig om goed te kunnen functioneren. De Universiteit Leiden verricht wetenschappelijk onderzoek, veelal samen met leraren en leerlingen, om hen hierbij te ondersteunen, met nieuwe inzichten tot resultaat. Lees erover in het nieuwe wetenschapsdossier Optimaal Onderwijs.

Het is dé vraag die elke docent bezighoudt: hoe zorg ik ervoor dat mijn leerlingen zo veel en zo goed mogelijk leren? Vanuit die vraag spelen er momenteel binnen de verschillende onderwijsfases allerlei uitdagende vraagstukken. Zo zijn leraren in het voortgezet onderwijs dikwijls op zoek naar de beste lesmethoden en middelen om leerlingen op een bepaalde manier - bijvoorbeeld wiskundig of geografisch -  te laten redeneren. Zowel in het voortgezet onderwijs als het hoger onderwijs hebben docenten vaak moeite om studenten te interesseren voor hun vak en actiever te laten worden.

Om leerlingen te activeren, kun je ze het beste in groepjes probleemoplossende taken laten uitvoeren.

Probleemoplossende taken activeren leerlingen

Het Interfacultair Centrum voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Nascholing (ICLON) ondersteunt docenten op een praktijkgerichte manier bij dit soort vraagstukken. Dat gebeurt onder meer door onderzoek naar de beste manieren om lesstof aan te bieden, en om leerlingen en studenten te motiveren en activeren. In het nieuwe wetenschapsdossier Optimaal Onderwijs vertelt hoogleraar Wilfried Admiraal van het ICLON in dit verband dat leerlingen het beste ‘geactiveerd’ kunnen worden door in groepjes probleemoplossende taken voorgeschoteld te krijgen. “De beste opdrachten leveren een cognitief conflict op. Leerlingen moeten bij het lezen van een probleem denken: ‘hè, hier snap ik niets van.’ Tegelijkertijd moeten ze het gevoel hebben dat het probleem oplosbaar is, als ze er maar samen aan werken.”

Tieners met een sociale angst kunnen school gaan vermijden.

Rekenonderwijs was vroeger niet ‘beter’

Wetenschappers van de Faculteit der Sociale Wetenschappen onderzoeken allerlei aspecten van het functioneren van kinderen en docenten. Zo doet Marian Hickendorff onderzoek naar rekenprestaties en de effectiviteit van rekenles. Zij ontkracht onder meer een hardnekkig sentiment, namelijk dat het rekenonderwijs vroeger veel beter zou zijn. Ook verrichten Leidse sociale wetenschappers onderzoek naar algemene psychologische problematiek van leerlingen, zoals sociale angst onder tieners. ‘Sociale angst is bezorgdheid over de mening van anderen over jezelf: je bent bang om dingen te doen die als ‘stom’ worden gezien, bang voor vernedering’, vertelt psycholoog Anne Miers. ‘Ontwikkelt de angst zich tot een stoornis, dan kan het zijn dat tieners situaties, waarin ze vaardigheden moeten tonen of sociale interactie moeten aangaan - zoals op school - vermijden.’ Miers doet onderzoek naar verscheidene manieren om sociale angst te verminderen.

Prangende vragen én wetenschappelijke antwoorden op het gebied van onderwijs staan uitgebreid beschreven in het nieuwe wetenschapsdossier Optimaal Onderwijs.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie