Universiteit Leiden

nl en

‘Nederlander, maak je drukker over mensenhandel’

Burgers denken dat ze slechts een radertje zijn, maar ze kunnen wel degelijk het verschil maken, vindt jurist Corinne Dettmeijer-Vermeulen. Bestrijding van onrecht is nog altijd de missie van deze voormalig Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. Op 26 november houdt ze de Cleveringa-oratie.

Waarom vindt u het van belang om de protestrede van Cleveringa te blijven herdenken?

‘Het optreden van professor Cleveringa markeerde het begin van het verzet vanuit de Leidse universiteit tegen de behandeling van Joodse medewerkers. En het is een prachtige rede in zijn ingetogen vorm, en tegelijkertijd die tastbare woede. Cleveringa’s actie laat zien wat de individuele burger vermag te doen. Burgers hebben vaak het beeld dat ze slechts een radertje zijn. Ik denk dat op de grote maatschappelijke thema’s de burger juist wél die invloed kan uitoefenen. Dat heeft Cleveringa laten zien en dat zien we ook in onze huidige tijd. Een voorbeeld is het debat over klimaatverandering. Ik zou willen dat mensenhandel ook een onderwerp is dat maatschappelijk gedreven wordt en waar burgers zich verantwoordelijk voor voelen. Daarover gaat mijn oratie.’

Wat is ervoor nodig om burgers meer betrokken te maken?

‘Het besef moet groeien dat mensenhandel niet vooral elders is, maar zeker ook hier in Nederland. Jaarlijks worden zo’n 1300 Nederlandse minderjarige meisjes slachtoffer van mensenhandel. Ze worden vooral seksueel uitgebuit door loverboys. Maar we zien ook kinderen die worden uitgebuit in de familiaire kring, ze komen met hun Turkse of Marokkaanse familieleden mee naar Nederland en worden gedwongen in het huishouden van een familielid te werken. Het probleem is sterk verborgen. Ik heb in een van mijn laatste rapporten als Nationaal Rapporteur vorig jaar een schatting weergegeven: 37 op de 100.000 inwoners van Nederland is slachtoffer van mensenhandel. Kinderen en volwassenen.

‘Burgers moeten dus goed worden voorgelicht. Dat kan door middel van cijfers, data, maar ook door de verhalen achter die cijfers te vertellen. Ik zie dat de media in Nederland die rol in toenemende mate oppakken. Een jaar of vijf geleden hebben wij op verzoek van Unesco een online leergang ontwikkeld voor journalisten. Kort daarna heb ik met mijn bureau de minor Mensenhandel bij de Leidse rechtenfaculteit helpen opzetten. Mensenhandel heeft niet alleen veel juridische aspecten maar er zijn ook vele aansluitingen bij sociale wetenschappen. Ik verheug me dan ook om bij meerdere faculteiten komend jaar een bijdrage te leveren vanuit mijn kennis over mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen.’

Wat kunnen burgers doen?

‘De verantwoordelijkheid van de burger zit ‘m vooral in het weten, want dan kun je ook daar naar handelen. Zoals geen producten kopen van fabrikanten die gebruik maken van mensenhandel of uitbuiting. Met een toegenomen bewustwording komt ook boosheid en dan ga je vanzelf bewuster kijken naar wat je doet. Als individu ben je niet alleen. Je bent onderdeel van een collectief van burgers dat samen veel invloed kan hebben.’

In uw laatste statement als scheidend rapporteur in 2017 riep u ook de overheid op meer te doen. 

‘Ik denk dat in Nederland de aanpak van mensenhandel op een hoog niveau staat, zeker in vergelijking met andere landen. Niettemin is het nooit genoeg zolang er jaarlijks zo’n zesduizend slachtoffers van mensenhandel zijn in Nederland.’

In dat statement stipte u ook de MeToo-discussie aan. U vindt dat klachten soms te snel worden weggewuifd.

‘Zeker. Dat zal ik ook bespreken in mijn toespraak bij de uitreiking van de Jaap Doek-award, een prijs voor de beste Leidse masterscriptie over kinderrechten wereldwijd (op 13 december, red). Heel veel kinderen en volwassenen maken een vorm van seksueel geweld mee en soms wordt dat al te erg gerelativeerd. Zo van: een tik op de billen waar hebben we het over? Natuurlijk zijn er gradaties, maar tegelijkertijd kun je zeggen dat de gevolgen van het delict niet één op één met de zwaarte van het delict zullen zijn. Mijn Cleveringarede gaat over recht, vrijheid en verantwoordelijkheid en in datzelfde licht kun je ook seksueel geweld tegen kinderen bezien. In hoeverre beschermt het recht die kinderen? In hoeverre ervaren kinderen met een verleden van misbruik ooit een echte vrijheid? Wie zijn verantwoordelijk daarin: is dat het gezin, de school, de overheid?

U bent nationaal en internationaal nog zeer actief voor diverse pilots en taskforces op het gebied van mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen. Waar komt uw gedrevenheid vandaan?

‘Ik ben jarenlang kinderrechter geweest en al die verhalen raakten mij. Je wordt boos van al dat onrecht en dan is het heel dankbaar als je er wat aan kunt doen. In 2011 was ik bij de uitreiking van de Joke Smit-prijs aan Merel van Groningen vanwege haar educatieve project over loverboys. Na afloop herinnerde Merel mij eraan dat ik haar kinderrechter was geweest en haar onder toezicht had gesteld. Ze zei dat ik haar leven had gered omdat ze toen in de ban was van een loverboy. Als kinderrechter kun je in individuele zaken een verschil maken. Als rapporteur kijk je met een helikopterview naar de verhalen en heb ik de aanpak van mensenhandel en seksueel misbruik een zet in de goede richting kunnen geven. Ik ben er dankbaar voor dat ik dat heb kunnen doen. Nu zet ik die strijd op een andere manier voort. Als Cleveringahoogleraar ga ik diverse gastcolleges geven aan rechtenstudenten en aan studenten pedagogiek van de minor Kindermishandeling. En wie weet ook bij andere studies. Ik sta open voor allerlei onderwerpen die een raakvlak hebben met mensenhandel en de bescherming van de seksuele integriteit van kinderen.’


Foto's: Sean van der Steen
Tekst: Linda van Putten

Mail de redactie

CV

Corinne Dettmeijer-Vermeulen (69 ) is vicevoorzitter van de pilot Slachtofferschap mensenhandel van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Daarnaast is zij lid van de Expert Advisory Group van de Global Fund To End Modern Slavery en van de Supervisory Board van Child Helpline International.  Ook is ze actief in de High Level Taskforce to end sexual exploitation in travel and tourism. Haar eerdere functies waren: Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (2006-2017), Vice-president Rechtbank Den Haag (1995-2014), Kinderrechter (1985-1995), Officier van Justitie (1980-1985)

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie