Universiteit Leiden

nl en

‘Maak regeling kroongetuigen aantrekkelijker voor kleinere criminelen’

Het Openbaar Ministerie heeft in vergelijking met andere landen weinig middelen om effectief kroongetuigen in te zetten tijdens een rechtszaak. De bestaande wetgeving kent veel beperkingen en een strenge procedure. Ook blijkt deze regeling met name aantrekkelijk voor getuigen die zelf ook van ernstige strafbare feiten worden verdacht. Een team van Leidse onderzoekers bestaande uit Jan Crijns, Marieke Dubelaar en Kelly Pitcher, ziet dan ook ruimte om de regeling voor kroongetuigen te verruimen.

Jan Crijns.
Jan Crijns

Hoogleraar straf- en strafprocesrecht Jan Crijns geeft in EenVandaag van 1 mei 2018 aan dat de inzet van kroongetuigen sinds de introductie van de regeling in 2006 maar beperkt is. ‘In drie zaken zijn vijf kroongetuigen ingezet en toch is het een middel dat het Openbaar Ministerie vaker zou willen inzetten.’

De Leidse onderzoekers hadden voor hun onderzoek unieke interviews met rechercheurs, officieren en aanklagers. Hieruit blijkt dat er achter de schermen veel oriënterende gesprekken worden gevoerd met mogelijke kroongetuigen, maar tot een deal komt het zelden. Om die reden geeft Crijns in overweging de regeling voor een bepaalde groep kroongetuigen te verruimen: ‘Juist voor een kroongetuige die zelf niet al te veel op zijn kerfstok heeft, maar tegelijkertijd wel heel waardevolle verklaringen kan afleggen, zou honderd procent strafvermindering mogelijk moeten zijn. Bij de grotere vissen volstaat de huidige vijftig procent strafvermindering.’

Daarnaast vragen de onderzoekers aandacht voor de manier waarop getuigenbescherming in Nederland is geregeld. Het gaat bij getuigenbescherming juridisch om een afzonderlijk traject dat losstaat van de kroongetuigedeal. Maar doordat de kroongetuige ook de afspraken over getuigenbescherming met het OM maakt, dreigt feitelijke verwevenheid van beide trajecten, wat in de praktijk voor problemen kan zorgen. Om die reden pleiten de onderzoekers ervoor meer externe controle op het traject van getuigenbescherming mogelijk te maken of om de verantwoordelijkheid voor getuigenbescherming weg te halen bij het OM.