Universiteit Leiden

nl en

Leids promovenditeam door naar finale internationale farmacologische wedstrijd

Een team Leidse promovendi dingt naar de hoofdprijs van de Pharmacometrics Skills Competition. In een gesimuleerd medicijnontwikkelingstraject passen zij hun wiskundig farmacologische vaardigheden toe om klinische problemen op te lossen. Op 24 maart vinden de finale en prijsuitreiking van de competitie plaats in Orlando, Florida.

Voor het eerst organiseert de grootste Amerikaanse vereniging voor klinische farmacologen, ASCPT, de competitie. Teams van promovendi of professionals moeten er een geavanceerde opdracht voor uitvoeren. De vijf teamleden van de Universiteit Leiden kenden elkaar al voor de competitie. Teamlid Michiel van Esdonk: ‘We zijn allemaal aan het promoveren bij de afdeling Systems Biomedicine and Pharmacology van het LACDR. We hebben allen een achtergrond in wiskundig farmacologisch modelleren. Dat komt goed van pas: de opdracht die we hebben gekregen is erop gericht hoe je wiskundige technieken kunt gebruiken om een complexe klinische studie te analyseren.’

Een goede leerervaring

De vijf promovendi waren opgetogen toen ze werden toegelaten bij tot de wedstrijd, vertellen ze. Hiervoor moest het team in Leiden aan verschillende opdrachten werken. Teamlid Rob van Wijk: ‘We kregen alleen maar een A4’tje met beperkte informatie en vijf vragen. Deze vragen waren relevant voor de ontwikkeling van een medicijn. Ook kregen we een dataset met data van drie klinische experimenten die we met verschillende methodes konden analyseren. Daarmee zijn we enthousiast aan de slag gegaan, maar het was complexer dan we in eerste instantie hadden gedacht.'

Vaardigheden en samenwerken

Van Esdonk: ‘Ik vind het erg leuk dat de competitie internationaal is. Professionals en promovendi krijgen dezelfde opgaven; op 24 maart horen we pas hoe deze teams de opdracht hebben aangepakt. Onderling is het leuk om de vaardigheden van alle teamleden te kunnen combineren en zo te zorgen dat iedereen op zijn manier het beste kan bijdragen aan het beantwoorden van zo’n vraagstuk. Onze begeleiders vonden dit een goede leerervaring voor ons.’ Van Wijk vult hem aan: 'Onze begeleiders vonden het niet alleen een goede leerervaring voor ons om met de data te werken, maar ook om gestructureerd samen te werken. We gebruiken dezelfde methodes, maar ieder op zijn of haar eigen manier. Zo zijn er teamleden vooral bezig met het bepalen van de blootstelling van een medicijn na toediening, terwijl anderen zich richten op de effecten van dat medicijn op het lichaam.’

van links naar rechts: Sinziana Cristea, Michiel van Esdonk, Sebastiaan Goulooze, Rob van Wijk

Drukke medicijncompetitie

Na de complexe analye volgt het tweede deel van de wedstrijd: het interpreteren van resultaten. Tijdens het congres in Orlando moet het team de bevindingen presenteren in een korte presentatie. Michiel: ‘Op de universiteit zijn we vooral gericht op het ontwikkelen van een model en methodes. Dit gaat een stap verder. Zo dienden we ons medicijn te vergelijken met een concurrerend medicijn, waarvan we slechts beperkt informatie hadden over het gebruik. Ook moeten we advies geven welke dosis van ons medicijn veilig en effectief is.’

Maatschappelijke problemen of wetenschappelijke innovatie?

Van Wijk vindt maatschappelijke toepassingen en wetenschappelijke vernieuwingen even belangrijk. ‘Deze sluiten elkaar niet uit, maar hebben elkaar juist nodig. Ik geloof dat elke wetenschappelijke innovatie uiteindelijk een bijdrage kan leveren aan de maatschappij. Eén van de doelen van het uitschrijven van deze competitie was het trainen van effectieve communicatie van de resultaten uit onze methodes aan hen die niet bekend zijn met die methodes, maar wel met de resultaten aan de slag moeten. Als je dat niet doet, blijft er van de innovatie uiteindelijk niets over.’

Van Esdonk sluit zich bij hem aan: ‘Het publiek bij de competitie bestaat voornamelijk uit artsen en klinisch farmacologen. Ik denk dus dat het uitermate geschikt is om een soort bewustzijn te creëren in het belang van het gebruik van wiskundige modellen in de analyse van data van klinische studies. Hierdoor zal beter worden nagedacht over welke analyses worden toegepast om zo efficiënt mogelijk een geneesmiddel te kunnen maken.’