Universiteit Leiden

nl en

‘Diversiteit is geen modegril’

Neerlandica Janice Deul zet zich in voor meer diversiteit in de modewereld en de creatieve industrie. Het levert pittige discussies op op plaatsen waar ze haar pleidooi voert. Het tij begint ten goede te keren, vindt de Leidse. Een interview over haar studietijd en de kansen van diversiteit.

Dat Janice Deul (1962) koos voor een studie in Leiden, lag voor de hand. De Rotterdamse van geboorte groeide op in Alphen aan den Rijn, vierde op haar vijftiende 3 oktober en ging in de Leidse V&D leuke jongens spotten. ‘De roltrap op en af, haha.’ Later zou ze bij hetzelfde warenhuis haar eerste bijbaantje hebben en vond ze in Leiden haar eerste vriendje. ‘Ik hield dus al van de stad. En de universiteit, dat was toch iets heel bijzonders. Ik heb dat, ook al studeerde mijn broer in Amsterdam, toch altijd als dé universiteit in Nederland ervaren. Ik weet nog goed, het openingscollege met de rector magnificus Ton Kassenaar. Hij zei: “Kijk goed links en rechts van u; de kans bestaat dat u naast de toekomstige minister­president zit. U bent de crème de la crème van Nederland.” Best elitair, maar stiekem gaf dat wel een heerlijk gevoel.’

Je kwam er met je Surinaamse wortels in een witte wereld terecht.

‘Ja, en zeker bij de vakgroep Nederlands, daar liep enkel een half Indonesisch meisje rond. Ook op Quintus was ik het eerste zwarte meisje. Ik viel dus wel op, ook in de stad. Maar ik wist niet anders hoor. In Alphen was het ook al zo geweest. Het heeft me nooit belemmerd. Ik kreeg van huis uit mee: werk hard, doe je best, dan kom je er wel. Heel eenvoudig. Dat ­pakte voor mijn vader en moeder goed uit, ook voor mijn broers en zus, en voor mij dus. Ik heb mijn afkomst nooit verloochend, me voor m’n gevoel nooit anders hoeven gedragen om in het plaatje te passen. Ik was altijd mezelf. Net als mijn ouders en de rest van ons gezin. Van huis uit kreeg ik nog iets belangrijks mee: hou van jezelf. Een mooi credo. En niet tegen dovemansoren gezegd. Ik ben dol op mezelf, en vind dat iedereen dat gevoel over zichzelf zou moeten hebben.’

Janice Deul in haar studietijd, begin jaren 80.

Met die basis stapte je na je studie dus de wereld van de glossy’s in…

‘Ja, en ook dat was weer een compleet witte wereld. Dat viel me niet op doordat ik mijn eigen weg er gemakkelijk in vond. Ik was mede door mijn achtergrond een uitstekende eindredacteur, ook al zullen weinig mensen hebben geweten dat ik heb gestudeerd. Dat heb ik nooit van de daken geschreeuwd, omdat een academische achtergrond in de bladenwereld de indruk kan wekken dat je minder creatief zou zijn.

Ik schakelde van opiniebladen naar computer­magazines en glossy’s, die ik uiteindelijk het allerleukst vond. Later ging ik ook zelf schrijven. Ik had het prima naar m’n zin, onder meer als eindredacteur van het personalityblad van Annemarie van Gaal, AM Magazine, dat redactie hield in de P.C. Hooftstraat. De champagne stond steevast koud. Een campagne van de overheid om de media diverser te maken in de jaren negentig ging aan me voorbij. “Prima, maar val mij hiermee niet lastig”, zoiets voelde ik erbij.’

Wanneer kantelde dat beeld?

‘Ik denk dat het begon bij terloopse observaties. Een wand vol titels met witte modellen die je aanstaarden. Een blik op de volledig witte groep redacteuren in de kantine van De Telegraaf. Ik zag het en dacht: het zal ooit wel veranderen. Een jaar of vijf geleden roerde ik mezelf steeds actiever op social media. Ik postte veel over fashion. En kreeg daardoor veel contacten met zwarte en gekleurde modellen en fashionlovers. Mede daardoor kreeg ik de scheefgroei steeds duidelijker voor ogen. Ik sprak een aanstormend model op de Amsterdam Fashion Week, ze had vlak daarvoor te horen gekregen bij een modellenbureau: “We hebben al een zwart model.” Terwijl datzelfde bureau wel vijftig tinten blond in de kaartenbakken had. Dat bracht het balletje aan het rollen, en gaandeweg ben ik me steeds meer gaan inzetten om de bladenwereld en feitelijk de hele creatieve industrie diverser te maken.’

Wat houdt de media tegen?

‘Het argument is traditioneel dat zwarte modellen op de cover de oplagecijfers zouden drukken. Dat kwam ook weer naar voren bij een tafelgesprek bij Pauw waar ik vorig voorjaar voor was uitgenodigd. Maar dat is nooit goed onderzocht of eenduidig aangetoond. En denk eens aan de enorme potentiële lezersgroep die modebladen kunnen aantrekken met een diversere uitstraling. Als Marokkaanse of zwarte vrouwen bijvoorbeeld ook beauty tips voor hun huid en kledingstijl in Marie­Claire of Vogue zouden terugvinden? En wat zouden de maatschappelijke implicaties zijn als we vrouwen met een hoofddoek vieren omwille van hun schoonheid?’

Je kunt zeggen: zet een blad of website voor die specifieke groepen op.

‘Goed dat ook dat gebeurt, maar ik vind dat geen inclusief uitgangspunt. Het gaat erom dat juist in de generieke bladen een diverser beeld ontstaat. Een aanpak die niet uitgaat van één dominant schoonheidsideaal. We moeten toe naar meer soorten modellen, ook vrouwen met maat 42, oudere modellen, mensen met een handicap of bouw die niet per se als typisch mannelijk of vrouwelijk wordt ervaren. Mannen die schoenen met hoge hakken dragen. In alles schuilt schoonheid, als je dat weet over te brengen, krijgen mensen uiteindelijk een beter beeld van zichzelf en van anderen. Die maatschappelijke invloed heb je gewoon als modeblad. We kunnen dat wel gebruiken in een tijd vol polarisatie. Vier de diversiteit dus. Hoofdredacteuren spreken zich er gelukkig over uit, de bakken van modellenbureaus worden kleurrijker, Holland’s Next Top Model komt met een curvy-editie, voor plus size vrouwen. Het tijdschrift Vogue organiseerde een tweedaags seminar over diversiteit. Het besef dat je ook die weg kunt volgen, begint dus te ontstaan. Nu moeten we ervoor waken dat diversiteit een marketingtool of een modegril wordt.’

Wat is jouw rol daarbij?

‘Als fashion activist en creative consultant praat en schrijf ik hierover. Ik geef ook workshops en organiseer bijvoorbeeld talkshows over thema’s als schoonheid of black hair, de internationaal gangbare benaming voor kroes en krul. Daarnaast zet ik, met ontwerper Peet Dullaert, een stichting op: The Dutch Diversity Council. Een platform dat verbindt, onderzoekt, informeert en documenteert. Ik ben geen vijand van de bladen; ik ben een bondgenote. Samen kunnen we de creatieve industrie mooier en beter maken. Niet alleen door te praten, maar vooral ook door te doen. Laat meer soorten schoonheid zien, in alle kleuren en maten, zorg dat je redactie of bedrijf net zo divers is als het straatbeeld. Omarm inclusiviteit.’

Lees het volledige interview met Janice Deul in ons alumnimagazine Leidraad.