Universiteit Leiden

nl en

Cornelie Egelie-Sprenger: 'Sommige mensen vinden mijn ziekte aanstellerij'

In Wassenaar heb je het niet over psychische aandoeningen. Maar Cornelie Egelie-Sprenger is toch open over haar bipolaire stoornis. In Wassenaar, en daarbuiten. Begrip kweken is nu haar missie. Daarom schreef ze het boek ‘Pillendoos’.

Al op haar achttiende wist Cornelie Egelie-Sprenger al dat ze niet-gemiddeld was. Maar ze stond er niet bij stil dat het op een ziekte kon duiden. Ze had moeite met concentreren en met het ordenen van haar studie. En ook dealen met studiegenoten viel haar soms zwaar. Op Sociëteit Minerva merkte ze dat ze vrij slecht tegen laat naar bed gaan en alcohol kon. Daarnaast had ze snel kritiek op zichzelf en veel goedkeuring van anderen nodig. ‘Dat vonden mijn jaarclubgenoten en huisgenoten best irritant.’ Stemmingswisselingen had ze ook al maar nog niet extreem.

 

Gezin Egelie-Sprenger
Het gezin Egelie-Sprenger

Broer en vader

Cornelie’s studietijd verliep ook om anderen redenen niet rimpelloos. Haar enige broer kreeg een auto-ongeluk, lag weken in coma en hield er hersenletsel aan over. Cornelie onderbrak haar studie een jaar om voor hem te zorgen. Later ontwikkelde hij, net als zij, manisch-depressiviteit. In haar laatste jaar in Leiden overleed haar, vaak depressieve, vader plotseling. Dat leek de druppel. Cornelie studeerde nog netjes af maar het leek alsof het rouwen alleen maar toenam: ze gleed weg in een zware depressie. ‘Ga leuke dingen doen’, zei de huisarts en Cornelie vertrok naar Londen voor een kookcursus. Daar kreeg ze haar eerste psychose, een van de naarste periodes in haar leven.

Veertien jaar onzekerheid

Het zou nog veertien jaar duren voor Cornelie in 2012 de juiste diagnose, namelijk bipolaire stoornis (ook bekend als manisch-depressiviteit), kreeg. Dat het zo lang duurde, vertelt ze, kwam omdat ze alleen naar de psychiater ging als ze depressief was, vaak zo hevig dat ze niet meer wilde leven, en niet in haar manische periodes. Maar toen de diagnose eenmaal gesteld was, waren er ook de juiste medicijnen. En ging Cornelie om te beginnen zichzelf beter begrijpen. Ze kon allerlei verschijnselen beter plaatsen, zoals de hiervoor vertelde ervaringen in haar studententijd.

Naam: Cornelie Egelie-Sprenger (1972)
Studie: Nederlands civiel recht (1991-1997, met een onderbrekening van een jaar)
Privé: getrouwd, drie kinderen van 12, 11 en 8
Favoriete plek in Leiden: Sociëteit Minerva

Inauguratie jaarclub Cornelie 1992
Inauguratie van Cornelie's jaarclub in 1992

Trouwe vrienden

Cornelie heeft inmiddels een trouwe club van vrienden om zich heen verzameld – onder wie enkele leden van haar jaarclub – die haar ziekte misschien niet kunnen invoelen maar wel hun best doen om die te doorgronden. Door erover te lezen bijvoorbeeld. Anderen kunnen of willen dat niet. ‘Omdat het bedreigend is, te dichtbij komt. En dat is eng. Er zijn ook nog steeds mensen die mijn ziekte aanstellerij vinden.’

‘Pillendoos’

Cornelie’s missie is zich nzetten voor bewustwording en begrip voor psychiatrische aandoeningen. Ze doet dat door als ambassadeur op te treden voor de stichting Samen Sterk zonder Stigma en actief te zijn voor het jaarlijkse Depressiegala, in 2018 in Den Bosch. Verder heeft ze een column in de Wassenaarse Krant, waarin ze ook openlijk over haar ziekte schrijft en treedt op in andere media. Tevens geeft ze voorlichting en lezingen op (hoge)scholen, aan de universiteit, bij clubs zoals de Rotary en ook bij bedrijven. Sindsdien wordt ze in de supermarkt wel eens benaderd. ‘Ik heb ook…’, gevolgd door een psychische klacht of aandoening. Altijd fluisterend. ‘Waarom fluisteren?’, vraagt ze dan. ‘Kom er voor uit, zeg het hardop.’ Op 17 november 2017 is haar boek ‘Pillendoos’ uitgekomen. Daarin vertelt ze openhartig en met humor over haar aandoening en wat die haar heeft gebracht, aan ellendigs maar ook aan inzicht en (levens)wijsheid. ‘Ik wilde het boek niet te zwaar maken. Zo wil ik ook niet in het leven staan, er is ook veel om over te lachen.’

Pillendoos
Cover van 'Pillendoos'

Balanceren in het midden

Cornelie’s leven is er nu op gericht vooral het midden te houden. Medicijnen zoals lithium en antipsychotica helpen daar goed bij. Ze heeft lange tijd haar heil in het alternatieve circuit gezocht. Dat bleek niet de oplossing voor een goede stemming, maar het heeft haar misschien wel geholpen al die helse jaren redelijk overeind te blijven. Nog steeds moet ze goed op zichzelf letten. Als strategie heeft ze zich ‘contragedrag’ aangeleerd: ‘Als ik naar de depressieve kant begin te neigen ga ik veel sporten en bezoek ik borrels. Gaat het de manische kant uit, dan houd ik me juist gedeisd en wandel ik in de natuur.’ Met deze ziekte, en zonder de juiste medicatie, was het voor haar onmogelijk een vaste baan te hebben, laat staan advocaat te zijn. Dat dat er niet in zit wist Cornelie eigenlijk al toen ze tijdens haar studie stage liep bij advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek. ‘Te hectisch en te demanding.’

Gelukkig huwelijk

Cornelie was twee jaar management-assistent bij een klein bedrijf, ski- en zeilinstructrice en peuterleidster. Maar uiteindelijk moest ze overal afhaken vanwege haar ziekte. Gelukkig heeft Cornelie - op het hockeyveld - een liefdevolle en nuchtere echtgenoot gevonden die zich nooit heeft laten afschrikken. ‘Al heb ik dat wel ernstig geprobeerd.’ Met hem heeft ze drie kinderen van twaalf, elf en acht jaar oud. ‘Toen zij werden geboren wist ik niet wat mij mankeerde. Anders waren ze er misschien niet geweest.’ Want haar ziekte kan erfelijk zijn en psychiatrische aandoeningen zitten in de familie, zie ook haar broer en haar vader. Dat kan haar wel eens bij de keel grijpen. ‘Maar als het goed gaat, ben ik heel gelukkig.’

(CH)