Universiteit Leiden

nl en

‘Mensen die op ons lijken trekken ons het meest aan’

Hoogleraar Hoger Onderwijs Estela Mara Bensimon benadert diversiteit vanuit een specifieke invalshoek. Controleer jezelf en reflecteer op jezelf, is haar advies aan docenten. Weet je zeker dat je studenten uit minderheidsgroepen niet anders benadert?

Prof. Estela Mara Bensimon

Waarom is het zo belangrijk om extra actie te ondernemen voor biculturele studenten?
‘In plaats van extra actie te ondernemen denk ik liever na over het belang voor professionals, zoals hoogleraren en andere docenten, om zich te realiseren naar wie hun aandacht onwillekeurig meer uitgaat, ingedeeld naar ras, etniciteit en geslacht.  Als onvolmaakte mensen worden we vaak het sterkst aangetrokken tot de individuen die het meest op onszelf lijken.  We lijden aan impliciete vooroordelen en we gaan als blanken, zonder ons ervan bewust te zijn, misschien natuurlijker om met blanke studenten. Waarbij we – in mijn geval de blanke Noord-Amerikanen – andere groepen negeren. Daarnaast wil ik onderstrepen dat ik geen missionaris-rol beoog te spelen in die zin dat niet-blanke studenten met neerbuigende vriendelijkheid bejegend moeten worden.’

'Ik wil de frase in uw vraag over extra actie dus herdefiniëren als "ons ervan bewust zijn hoe we met wie omgaan" in onze collegezalen, commissies en andere gremia. Dus onszelf controleren en reflecteren op onze houding ten opzichte van “de ander”. In mijn werk constateer ik dat docenten in het bijzonder studenten met kleur vanuit een gebrekkig perspectief bekijken: ze zouden niet voorbereid zijn op de universiteit en ook niet gemotiveerd. Of ze worden beschouwd als los probrecitos - de little poor ones.  Ik richt me op cognitieve reframing, wat betekent dat we docenten en andere professionals leren om een houding te ontwikkelen waarbij ze alle studenten hetzelfde benaderen.' (Zie Bensimons Equity Minded Competence).

'Om etnische of raciale patronen in de onderwijsresultaten te ontdekken en daar rekening mee te houden, zijn kwantitatieve gegevens essentieel.  Zonder gegevens is het onmogelijk om ongelijkheid te zien. In ons werk vergelijken we bijvoorbeeld gegevens over ras en etniciteit met betrekking tot de toegang tot verschillende soorten instellingen en studierichtingen, en ook afstudeerresultaten. Ik begrijp dat in Nederland dergelijke gegevens niet worden verzameld. Dat maakt het moeilijk om verschillen in uitkomsten met betrekking tot ras en etniciteit hard te maken.  Een andere middel dat het Center for Urban Education heeft geïntroduceerd is een syllabus review die relevante opleidingen of faculteiten betrekt bij het onderzoeken van hun syllabus langs de lijn van de racial and etnical justice.  Als ik bijvoorbeeld in Leiden een cursus "Inleiding in de sociologie" zou bekijken, zou ik nieuwsgierig zijn of het werk van Philomena Essed over alledaags racisme erin is opgenomen.’

Rossier School of Education
De Rossier School of Education van de University of Southern California (USC) telt 2200 studenten.

Wat betekent het streven naar diversiteit voor het personeelsbeleid (docenten, studentendecanen en andere ondersteuners)?
‘Ik ben voorstander van het ontmantelen van de wervings- en evaluatieprocedures die de status quo ten goede komen en ondersteunen. Ik denk dat het belangrijk is dat academische organisaties hun personeelswervingsprocedures kwantitatief en kwalitatief onder de loep nemen, en vragen stellen als: waarom is het zo dat ons wervingsbeleid vooral witte faculteiten oplevert, waarom hebben we in de afgelopen jaren slechts één Nederlands-Marokkaanse, Nederlands-Turkse of Nederlands-Surinaamse collega aangenomen?’

Hoe belangrijk vindt u deelname aan bewustmakingscampagnes zoals met betrekking tot de rol van kolonisatie?
‘Absoluut belangrijk. Te vaak lijden we aan geheugenverlies ten aanzien van onze raciale geschiedenis. In het werk met universiteiten hebben we hen vaak een racialegeschiedeniskaart laten maken. Het voorbeeld is van een instelling voor hoger onderwijs in Minnesota. Ik denk ook dat het belangrijk is voor bestuurders en docenten om werk van geleerden van kleur te lezen.  In mijn werk zie ik vaak dat docenten en anderen niet bekend zijn met het werk van zwarte en Latijnse onderzoekers als Ta Ne-Hisi Coates, of onderwijsonderzoekers zoals Gloria Ladson-Billings. Dat kan ook in Nederland het geval zijn.’

Ziet u verschillen op het gebied van diversiteit tussen de VS en Nederland/Europa?
‘Zoals gezegd ligt mijn focus op rassen-  en etnische gelijkheid. Ik ben er zeker van dat het begrip racial justice in Nederland ook betekenis krijgt. Een overeenkomst kan zijn dat er in Nederland, net als in VS, sprake is van terughoudendheid, van ongemak bij praten over ras. Een andere overeenkomst kan de valse overtuiging zijn dat we kleurenblind zijn en dat als excuus gebruiken om het niet over racisme of witte suprematie te hebben.’

Waar komt uw persoonlijke inspiratie voor dit werk vandaan?
‘Ik was jong in de jaren zestig en raakte betrokken bij de strijd voor onderwijsrechten voor de groeiende Puerto Ricaanse gemeenschap in New Jersey. Tientallen jaren later, toen ik al hoogleraar was, raakte ik in een persoonlijke en professionele crisis. Dat bracht me ertoe om in 1999 het Center for Urban Education op te richten. Dat legt zich toe op onderzoek naar racial justice met de bedoeling dat om te zetten naar in de praktijk bruikbare tools die raciale ongelijkheid aan het licht brengen en de bewustwording daarvan doet toenemen. Dat is wat ik wil doen. Ik ben opnieuw activistisch maar nu op grond van mijn onderzoek.'

Zie hier het volledige programma van het congres How inclusion makes diversity work op 22 november in Scheltema. NB. U kunt zich alleen nog aanmelden voor het avondprogramma.

(CH)