Universiteit Leiden

nl en

Meer inbreng in de klas werkt motiverend bij vmbo’ers

Een leerlinggerichte leeromgeving motiveert vmbo-leerlingen meer dan een traditionele docentgerichte leeromgeving. Onderzoek van onderwijskundige Karin Smit toont aan dat de leerlingen dan meer vrijheid ervaren, zich competenter voelen en meer verbinding ervaren met de docent. Dit komt hun plezier, interesse, inzet en doorzettingsvermogen ten goede. Bovendien zijn jongens minder absent. Promotie dinsdag 31 oktober.

Er zijn grote zorgen over de motivatie van leerlingen in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs. Motivatie ligt hier lager en schooluitval is hoger dan in andere vormen van voortgezet onderwijs.  ‘Het is daarom belangrijk dat onderzoekers aandacht besteden aan de motivatie van deze leerlingen’, zegt Smit. ‘Ongeveer 60% van de basisschoolleerlingen gaat naar het vmbo. Deze jongeren zijn leerplichtig en vormen later een groot deel van onze beroepsbevolking.’

Hoe verbeter je de motivatie van vmbo’ers? Kunnen we leerlingen motiveren via de leeromgeving? Kunnen leerlingen hun motivatie zelf reguleren? Vragen die Smit beantwoordt in haar promotieonderzoek.

Zelfregulatie van motivatie

Smits onderzoek laat zien dat een leerlinggerichte leeromgeving meer motiveert dan een docentgerichte leeromgeving. Daarnaast onderzocht Smit de zelfregulatie van motivatie. Het onderzoek laat zien dat leerlingen verschillende doelen nastreven. De meeste vmbo-leerlingen vinden vooral leerdoelen, sociale doelen en welzijn-doelen belangrijk. Smit vindt voor slechts enkele doelen een relatie met motivatie voor leren.

Karin Smit
Karin Smit

Motivatiestrategieën gebruiken

Het gebruik van motivatiestrategieën helpt leerlingen om aan het werk gaan en aan het werk blijven.  Je bureau opruimen, ergens gaan zitten waar het rustig is, jezelf een beloning beloven zijn er voorbeelden van. Wat blijkt? Hoe meer waarde leerlingen aan schoolwerk toeschrijven, hoe vaker ze zulke strategieën gebruiken, hoe gemotiveerder ze zijn. Strategiegebruik vormt dus een mediator tussen de waarde die leerlingen aan schoolwerk hechten en motivatie voor leren. Als schoolwerk waarde heeft, dan zijn leerlingen extra geneigd om strategieën in te zetten: de noodzaak is dan duidelijker.

Smit: ‘We kunnen als school invloed uitoefenen via de leeromgeving en de waarde van schoolwerk. Leerlingen kunnen zelf invloed uitoefen via strategiegebruik. Het is verleidelijk om aan te nemen dat de leerlinggerichte leeromgeving daar geschikt voor is, aangezien leerlingen daar ruimte hebben voor eigen inbreng. Vervolgonderzoek moet echter uitwijzen of het gebruik van motivatie-strategieën getraind kan worden en wat dat betekent voor de inrichting van de leeromgeving. En daarmee zijn we - paradoxaal als het zal klinken- terug bij het belang van de leeromgeving, ook waar het zelfregulatie betreft.’

Lees de Nederlandstalige samenvatting van het proefschrift ‘Exploring perspectives for improving students' motivation in pre- vocational secondary education’

Leerlinggericht versus docentgericht

In een leerlinggerichte leeromgeving is veel ruimte voor inbreng van de leerlingen, zoals onderwerpskeuze en werkwijze en bouwen ze kennis op. De docent stelt zich meer op als inhoudelijk expert en begeleider.  Dit in tegenstelling tot de docentgerichte leeromgeving die meer traditioneel van aard is: de docent is veel aan het woord en bepaalt veelal het onderwerp en draagt kennis over.