Universiteit Leiden

nl en

Strafrecht en de media

Openbaarheid is een waardevol beginsel in het strafrecht. De Germanen spraken recht onder een oude eik, tegenwoordig hebben we camera’s, talkshows en twitter. Hoe ga je als professional in de strafprocespraktijk om met media? Die vraag stond centraal in een gastlezing voor eerstejaarsstudenten tijdens hun Introductieweek.

Zo’n duizend beginnende studenten Rechtsgeleerdheid, Criminologie, Fiscaalrecht en Notarieel Recht inspiratie geven voor de studie. Hun door een inkijkje in de praktijk laten zien dat het recht  over mensen gaat en door mensen van vlees en bloed wordt uitgeoefend. Dat was het doel van een bijzonder college in de Stadsgehoorzaal op 5 september, vakkundig geleid door hoogleraar Sanctierecht en Straftoemeting Pauline Schuyt. Gastsprekers waren oud-rechter Martien Diemer, advocaat Brigitte Roodveldt en officier van justitie Wouter Bos. Vanuit drie perspectieven deelden zij hun ervaringen met de media en hun ideeën over een legitieme en doelmatige inzet daarvan. En passant staken ze de prille professionals een hart onder de riem: zoek je passie, maar wees niet ongerust als je die het eerste half jaar nog niet voelt. Alle drie werden zij ook pas later gegrepen door het vak.

Meekijken

Aandacht voor rechtszaken is in principe positief, stelt Pauline Schuyt in haar inleiding. Burgers krijgen daarmee zicht op de rechtsgang, ook al kunnen ze niet allemaal lijfelijk aanwezig zijn in de rechtszaal. Dat geeft ze een zekere mate van controle en maakt tegelijk duidelijk dat strafbare feiten daadwerkelijk leiden tot vervolging en soms straf. Vandaar dat er rechtbankverslaggevers en rechtbanktekenaars zijn en dat er tegenwoordig camera’s aanwezig zijn in de rechtszaal. Maar er zijn complicaties, zeker nu élke burger een camera heeft en op het web zijn eigen uitzendkanaal kan creëren. Reden voor juristen die werkzaam zijn in de strafrechtketen (zoals de officier van justitie, de advocaat en de rechter) om zich te bezinnen op hun verhouding tot de media.

Opsporing verzocht

Officier van justitie Wouter Bos vertelt dat inzet van media om verdachten op te sporen een krachtig en effectief middel is. Maar hij gaat er pas toe over als het echt niet anders kan. Door beelden van een verdachte prijs te geven loop je immers het risico de privacy van een verdachte te schenden. Eerst worden andere methoden geprobeerd, zoals onderzoek van vingerafdrukken of DNA of het natrekken van gegevens van bewakingscamera’s. En als het dan toch moet, kiest Bos met zorg uit het pallet aan mogelijkheden. Een minderjarige winkeldief zullen we niet snel voorbij zien komen bij Opsporing Verzocht. En soms houdt hij er rekening mee dat een misdaad is gepleegd door een psychiatrische patiënt die compassie verdient. Bij een gewelddadige roofoverval met dodelijke afloop zal Bos in het algemeen minder terughoudend zijn.

Twitteraanval

Behalve voor de opsporing zijn media voor Bos ook een instrument om verantwoording af te leggen en het belang van zijn zaak te onderstrepen. Hij realiseert zich dat bepaalde quotes in zijn requisitoir kunnen leiden tot media-aandacht. Nieuw is volgens Bos de aandacht voor de officier van justitie als persoon. ‘Vroeger waren we anonieme functionarissen in dienst van het recht. Nu worden we steeds vaker met naam en toenaam genoemd.’ En ook aangevallen, zoals Bos overkwam in de tweede strafzaak tegen Geert Wilders, toen deze hem via Twitter betichtte van ‘een heksenjacht in opdracht van de regering’. Feitelijk onjuist, want het OM handelt onafhankelijk in individuele zaken. Bos besloot hierboven te staan en reageerde niet op de tweet.

Maatschappelijke misstand

Advocate Brigitte Roodveldt heeft uiteraard een andere rol in het strafproces. Zij krijgt regelmatig verzoeken om mediaoptredens. Of ze er wel of niet op ingaat, laat zij puur bepalen door het belang van haar cliënt. ‘Je moet niet in een talkshow gaan zitten uit ijdelheid. Als je cliënt zich op zijn zwijgrecht beroept, heb je daar niets te zoeken.’ Dat kan anders zijn wanneer Roodveldt in haar praktijk een maatschappelijke misstand signaleert. Dan zoekt ze soms actief de publiciteit. Dit deed zij bijvoorbeeld toen een man (die was opgenomen op basis van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen) naar huis werd gestuurd en kort daarop in een psychose zijn moeder vermoordde. De man – inmiddels haar cliënt – had nooit vrijgelaten mogen worden, betoogde Roodveldt in de krant. En ze liet optekenen dat het de laatste tijd steeds vaker voorkomt dat mensen vrij rondlopen die eigenlijk vast zouden moeten zitten. Sommigen van hen begaan vreselijke feiten: de moord op oud-minister Els Borst is daar ook een voorbeeld van.

Vertrouwen

Gepensioneerd rechter Martien Diemer ten slotte kreeg met de media te maken in geruchtmakende zaken als die rond Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, en Robert M., de pedofiel die jonge crèchekinderen misbruikte. ‘Als rechter ben je een professional met twee voeten in de klei’, zegt Diemer. ‘Ik vond het belangrijk te weten hoe “mijn” zaken in de media kwamen, zodat ik dit bij de zitting ter sprake kon brengen en de partijen de gelegenheid kon geven erop te reageren. Je kunt beter helemaal op de hoogte zijn van wat er in de media ter sprake is gekomen en dat toetsen bij partijen dan je er half aan onttrekken. Anders is het gevaar groot dat je er onbewust toch door beïnvloed wordt en uitgaat van onjuistheden.’ Diemer kreeg in de media weleens ongezouten kritiek op zijn vonnissen. Ook als hij zijn best had gedaan om die genuanceerd en in helder Nederlands toe te lichten. Dat vond hij jammer. Maar het is voor hem een opsteker dat Nederlanders relatief veel vertrouwen stellen in de rechterlijke macht. ‘Als opinieleiders zich minder positief over ons uitlaten, is onze reactie dat wij gewoon ons werk goed blijven doen. We denken aan de lange termijn. Over tien jaar is het vertrouwen in rechters nog verder gestegen.’