Universiteit Leiden

nl en
Vrouwen op scooter in Rabat, Marokko
Jan Hoogland

Leiden Islam Academie: kennis delen en contact leggen

De Leiden Islam Academie deelt de brede kennis van de Universiteit Leiden over de islam met maatschappelijke partijen en brengt mensen bij elkaar. Na drie jaar voorbereiding vindt op 7 december de startbijeenkomst plaats.

Interdisciplinair

De Leiden Islam Academie (LIA) is voortgekomen uit het Leiden University Centre for the Study of Islam and Society (LUCIS), een interdisciplinair platform van wetenschappers op het gebied van islamstudies. Islamkenners van verschillende disciplines werken hierin samen onder wie ook juristen die veel van de sharia weten, en sociaal-wetenschappers. Doel: kennis naar de samenleving brengen en kennis uit de samenleving ophalen. Berger is bestuurslid van LUCIS en directeur van de LIA.

Valorisatie

De Leiden Islam Academie (LIA) heeft een van de belangrijkste doelstellingen van LUCIS, valorisatie, concreet gemaakt. Daarbij put het LIA uit de enorme expertise die op het gebied van de islam in Leiden voorhanden is bij verschillende disciplines. ‘We bieden maatwerk’, zegt Berger. ‘Daarnaast willen wij partijen met elkaar in contact brengen.’

Maurits Berger

Waarom een Leiden Islam Academie?

‘Het startpunt was valorisatie. Hoe kunnen wij, in de geesteswetenschappen, onze kennis ten goede laten komen aan de maatschappij? Het antwoord: door onze kennis te delen met groeperingen in de maatschappij die op de een of andere manier met de islam te maken hebben. Dat heb je niet van de ene op de andere dag voor elkaar. Je moet er heel veel tijd en energie in steken om die partijen, ook islamitische, te laten zien dat je iets voor hen kunt betekenen. Wij wilden pas naar buiten treden als de samenwerkingsverbanden er echt waren, niet vertellen wat we van plan waren, maar kunnen zeggen wat we nu doen. Dat heeft drie jaar gekost.’

Over welke partijen hebben we het?

‘Dat is heel verschillend. Een vereniging van geschiedenisleraren, de politie, een koepelorganisatie van moskeeën, de ministeries van Buitenlandse Zaken en Sociale Zaken, een organisatie van basis-  en middelbare scholen in de Haagse Schilderswijk, een islamitische studentenvereniging…’

Wat biedt u hen?

‘Wat zij nodig hebben aan kennis, het gaat altijd om maatwerk. De insteek is onderwijs. We hebben bijvoorbeeld samen met een islamitische studentenvereniging in Rotterdam drie modules gegeven over de islam in Europa. Voor het ministerie van Buitenlandse Zaken hebben we een 4-jarige leergang over de islam opgezet. De bedoeling is dat die daarna door blijft lopen. We gaven eerder al onderwijs aan diplomaten die werden uitgezonden, maar dat gebeurde steeds ad hoc. Terwijl diplomaten rouleren en er ook telkens nieuwe bij komen. Een ander voorbeeld is een serie modules voor een Turkse islamitische organisatie. Zij waren eerst wat terughoudend: zij wilden niet dat wij gingen vertellen over de islam als godsdienst. Maar, zeiden zij, wij weten niets over de context van die godsdienst, zoals politieke islam, ethiek, filosofie en de situatie in het Midden-Oosten. Maar ook de Nederlandse context: wat betekent vrijheid in het westen, en waarom mag je iemand beledigen? Deze Nederlandse context gaan we ook bespreken tijdens een module die we gaan geven aan imams in Rotterdam. Onze meerwaarde voor islamitische partijen is dat wij context bieden, handvatten waar zij mee verder kunnen. En we willen partijen met elkaar in gesprek laten gaan. Zo heb ik een  module gegeven waarin zowel een imam als een PVV-er meedeed. Dat kan dus.’

Wat levert het u op?

‘Afgezien van een groot netwerk en voldoen aan de valorisatiedoelstelling, streven we ook na dat er voor ons wetenschappelijke kennis uitkomt. Dus: onderwijsinput met een onderzoeksoutput. Ik heb met lede ogen aangezien hoe onderwijs en onderzoek uit elkaar gedreven zijn, al is het juist de missie van de universiteit ze bij elkaar te houden. Het bijzondere van dit maat-onderwijs aan maatschappelijke partners is dat het onderzoek kan opleveren. Mijn modules over radicalisering en islam op scholen hebben mij voldoende stof opgeleverd om een artikel te schrijven. Een collega geeft workshops waarbij ze deelnemers vraagt om voorbeelden die ze gebruikt in haar onderzoek.

De islam in het westen is een mijnenveld geworden, hoe gaat u daarmee om?

‘Het islamdebat is enorm gepolariseerd. En er is veel emotie. Dat komt ook door onze debatcultuur. Een voor- en een tegenstander worden tegenover elkaar gezet en die vliegen elkaar meteen in de haren. Het gaat dan meer om meningen dan om feiten. Voor academici is het verbijsterend mee te maken hoe het publieke debat verloopt als ze een teen buiten de universiteit steken. Wij gaan met beide benen buiten de universiteit staan. Maar wel op onze voorwaarden. Ons streven is een veilige omgeving te bieden waarin iedereen vrijuit kan spreken. We beginnen altijd met een lezing of een module met feiten. Daarna volgt de discussie. We staan daar als academici met een open mind in, zonder vooropgezette mening. Dat schept een neutrale sfeer waarin iedereen zijn zegje kan doen. Zo willen wij proberen het debat enigszins te deradicaliseren..’

De Leiden Islam Academie heeft ook de denktank ‘Islam in Nederland’…

‘Ja, dat is een groep van studenten met wie wij allerlei maatschappelijke problemen bespreken. Het doel daarvan is vooral dat niet wij, maar zij met ideeën komen, en die ook uitvoeren. Daarvoor hebben wij mensen van buiten aangetrokken, zoals sociaal ondernemers en filmmakers. Van de moslimstudenten horen we over de boosheid en de angst die onder moslims leeft. Hoe zij het Nederland van nu beleven. We horen bijvoorbeeld dat moslims het gevoel hebben dat er wat betreft de vrijheid van meningsuiting met twee maten wordt gemeten. Dat de vrijheid om te zeggen wat je wilt voor hen beperkter is. Veel moslims zijn ook bang dat het helemaal mis gaat. Straks moet ik weg, dat gevoel. Maar tegelijkertijd is er ook een enorm enthousiasme om daar iets aan te doen, om iets voor Nederland te betekenen.’

‘Het is allemaal enorm leerzaam voor ons.’

Fatiha Azzarhouni (Centre for the Study of Religion en Leiden Institute for Area Studies) is vice-directeur van het LIA. Lees het interview met haar in het Leidsch Dagblad