Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Veni-beurs voor Joris van der Voet

Voor zijn onderzoek naar de werking van bezuinigingstrategieën op innovatie bij gemeenten krijgt Dr. Joris van der Voet een Veni-beurs van € 250.000. Van der Voet (Instituut Bestuurskunde) vergelijkt Nederlandse gemeenten met die in Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Hij geeft een toelichting aan de hand van vijf vragen.

Wat is volgens u het belang van dit onderzoek?

“Vanwege de financiële crisis en de politieke beslissing om te bezuinigen staan gemeenten in Nederland onder financiële druk. Tegelijkertijd wordt van gemeenten verwacht dat ze hun dienstverlening op peil houden, of zelfs verder uitbreiden. Denk bijvoorbeeld aan de extra verantwoordelijkheden die de decentralisaties met zich mee brengen. Gemeenten moeten dus tegelijkertijd bezuinigen en innoveren. Dit onderzoek test de hypothese dat bezuinigen niet per se goed of slecht is voor innovatief vermogen, maar dat het effect afhangt van de bezuinigingsstrategie die wordt gehanteerd. Bijvoorbeeld: kiezen gemeenten voor gerichte bezuinigingen of hanteren ze liever de zogenaamde kaasschaaf?”

Waarom vergelijkt u Nederlandse gemeenten met die in Spanje en het Verenigd Koninkrijk?

“Eén van de doelstellingen van het onderzoek is om te onderzoeken hoe context, de specifieke situatie waarin een gemeente zich bevindt, van invloed is op de keuze voor verschillende bezuinigingsstrategieën en de effectiviteit daarvan. Gemeenten in Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Nederland zijn in veel opzichten goed vergelijkbaar, maar er bestaan ook belangrijke verschillen. Zo is de noodzaak om te bezuinigen in het Verenigd Koninkrijk en met name Spanje een stuk groter dan in Nederland. Bovendien kenmerken de landen zich door verschillende bestuurlijke tradities: in Spanje zijn gemeenten hiërarchischer en meer gepolitiseerd, in het Verenigd Koninkrijk zijn gemeenten sterker bedrijfsmatig, en in Nederland is er een traditie van consensus en overleg met stakeholders. Op deze manier kan in kaart worden gebracht in welke omstandigheden verschillende bezuinigingsstrategieën worden gebruikt, en wanneer deze effectief zijn.”

Welke aspecten spelen een rol bij het kiezen van de juiste bezuinigingsstrategie?

“In het onderzoek maak ik onderscheid tussen gerichte versus proportionele strategieën en gesloten versus open strategieën. Een eerste factor die beïnvloedt welke bezuinigingsstrategie wordt gekozen is de intensiteit van de crisis. Wanneer er snel en veel bezuinigd moet worden, zijn proportionele bezuinigingen niet toereikend, en zullen managers minder geneigd zijn externe partijen zoals burgers en bedrijven te betrekken. Andere factoren die van invloed zijn, zijn bijvoorbeeld de hoeveelheid managementinformatie die gemeenten ter beschikking hebben en de kwaliteit van relaties met externe partijen.”

Wat zijn succesvolle strategieën?

“Succesvolle strategieën lijken steeds meer gebaseerd te zijn op het betrekken van en samenwerken met externe partijen tijdens bezuinigingen. Gemeenten werken bijvoorbeeld samen in de regio om schaalvoordelen te behalen, of gaan de samenwerking aan met burgers, verenigingen en bedrijven om zo goedkoper en soms zelfs betere publieke dienstverlening te verzorgen. Dit kan echter ook misgaan: in sommige gemeenten, die hebben geprobeerd via burgerpanels input te organiseren voor bezuinigingen, heeft dit vooral geresulteerd in vijandige en onhaalbare voorstellen. De uitdaging voor gemeenten is om externe partijen op de juiste wijze te mobiliseren.”

Wat betekent deze toekenning, naast het geldbedrag?

“Dit maakt het mogelijk om het thema bezuinigingsmanagement een nog prominentere plek te geven in het onderzoeksprogramma van het Instituut Bestuurskunde. Ik ga daarbij de samenwerking aan met toponderzoekers in het Verenigd Koninkrijk en Spanje. Het onderzoek beantwoordt vragen die eigenlijk al dertig jaar, sinds de vorige economische crisis, zijn blijven liggen. Ik wil graag dat gemeenten inzicht krijgen in de effecten van bezuinigingsstrategieën, en dat zij kunnen leren van elkaars ervaringen. Uiteindelijk is dat voor iedereen van belang, want iedere burger is gebaat bij hoogwaardige publieke dienstverlening op het lokale niveau, zeker in tijden van bezuinigingen.”