Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Verkapt verwijzen naar de Armeense genocide

In Turkije mag geen kritiek worden geuit op de massamoord op Armeniërs een eeuw geleden. Promovendus Alaettin Carikci onderzocht hoe hedendaagse kunstenaars en schrijvers dat op verkapte wijze toch doen.

Herinneringsoorlog

Er woedt al jaren een ‘herinneringsoorlog’ in Turkije: Turken en Armeniërs betwisten of de massale moord op de Armeniërs een eeuw geleden genocide was. Ook over het aantal omgekomen Armeniërs bestaat geen consensus. Historici schatten dat er tussen 600.000 en anderhalf miljoen Armeniërs gedood zijn in een georganiseerde volkenmoord. De Turkse overheid heeft het echter over oorlogsslachtoffers en presenteert in geschiedenisboeken alleen het officiële standpunt.

Nadruk op afwezigheid Armeniërs

Hoewel de Turkse overheid de herdenking censureert en probeert dood te zwijgen, zijn er veel kunstenaars – van zowel Turkse, Armeense als multinationale komaf - die reflecteren op de massamoord in het Ottomaanse rijk. De Turkse promovendus Alaettin Carikci onderzocht hoe hedendaagse kunstenaars en schrijvers dat doen in dit uitermate gevoelige culturele klimaat. Dat blijkt voornamelijk verhullend te gebeuren: ze benadrukken de afwezigheid van Armeniërs in het moderne Turkije. Carikci: ‘Door aan te wijzen wat er niet is, gaat het publiek nadenken over wat er met de Ottomaanse Armeniërs is gebeurd. Tegelijkertijd zegt de leegte iets over de ontkenning van de genocide en de censuur.’

Een broer en een zus

Opmerkelijk is bijvoorbeeld het kunstproject ‘Een broer en een zus’ van Ayşe Erkmen. Zij plaatste in 2007 op twee belangrijke locaties in Istanbul, het Taksimplein en Harbiye, twee dubbelzijdige billboardposters. De ene kant toonde een grote zwart-witfoto van een vrouw, de grootmoeder van Erkman, op de andere kant stond de broer van grootmoeder. Hun vader was vermoord en de broer vluchtte naar Sudan. Hierdoor leefden broer en zus de rest van hun leven gescheiden van elkaar.

Atatürkmonument

Het Taksimplein met het grote Atatürkmonument is een gedurfde locatie. Door foto’s van haar Armeense oma en oud-oom recht tegenover het monument voor Atatürk te positioneren, plaatst de kunstenaar de heroïsche visie op de geschiedenis naast haar persoonlijke herinnering die totaal anders is. Omdat de kunstwerken vaak verhullend zijn, heeft de Turkse overheid lang niet altijd door dat het om kritische kunst gaat, aldus Carikci. Alleen de goede verstaander begrijpt dat het werk verwijst naar de moord op de Armeniërs. Hij noemt het werk van Erkman een 'tegenmonument': het verwijst niet naar  het verleden volgens nationale mythes, maar juist naar de afwezigheid van een collectief geheugen.

Allegorie

Naast literatuur en kunstprojecten analyseerde de promovendus ook de animatiefilm ‘Chienne d’histoire (2010) van de Frans-Armeense regisseur Avédikian. De film gaat over de klopjacht op duizenden straathonden in Constantinopel in 1910. Ze werden allemaal naar een eiland gebracht en daar uitgeroeid. De film is volgens Carikci een allegorie die verwijst naar de Armeense genocide. ‘Als een retorische stijlfiguur kan een allegorie complexe ideeën uitbeelden door een verhaal te vertellen dat onder de oppervlakte een andere betekenis heeft.’

Alaettin Carikci, promotie 18 mei 2016: ‘The Arts of Memory. The Remembrance of the Armenians in Turkey’